Uitspraak
ECHTBANK Amsterdam
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
primair:dit vonnis in de plaats treedt van haar medewerking;
subsidiair:[gedaagde] een dwangsom verbeurt;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Amsterdam
Convent Capital B.V. (CC) en investeerder [gedaagde] voerden onderhandelingen over een exit van [gedaagde] en de conversie van een lening in aandelen. Op 12 februari 2026 werd een A4’tje opgesteld met summiere punten over de transactie, maar partijen verschillen van mening of dit een definitieve overeenkomst was of slechts uitgangspunten.
[gedaagde] stelde dat er geen bindende overeenkomst was en heeft deze eventueel gesloten overeenkomst vernietigd wegens dwaling. CC vorderde nakoming van de overeenkomst en dwangsom bij niet-nakoming. De rechtbank oordeelde dat de summiere afspraken onvoldoende bepaalbaar waren en dat het vertrouwen tussen partijen was geschaad door eerdere wanprestaties en onduidelijkheden.
De rechtbank achtte niet aannemelijk dat partijen op 12 februari 2026 een volledige en bindende overeenkomst sloten. Ook was niet aannemelijk dat de bodemrechter de vorderingen van CC zou toewijzen. Daarom wees de voorzieningenrechter de vorderingen af en veroordeelde CC in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van Convent Capital tot nakoming van de vermeende overeenkomst af wegens gebrek aan wilsovereenstemming.