De rechtbank Amsterdam heeft op 2 juni 2026 uitspraak gedaan in de zaak tegen een 65-jarige man die werd verdacht van medeplegen van het telen van een grote hennepplantage en diefstal van elektriciteit. De hennepplantage met ongeveer 810 planten werd aangetroffen op een adres in Weesp, waar verdachte en zijn partner stonden ingeschreven. Uit onderzoek bleek dat de kwekerij vermoedelijk liep van juni 2017 tot september 2018. Verdachte verklaarde onder druk van zijn broer akkoord te zijn gegaan met de kwekerij en ontving meerdere keren geld bij de oogst.
De rechtbank achtte bewezen dat verdachte medepleegde aan het opzettelijk telen van hennep, gezien zijn kennis en betrokkenheid bij de kwekerij. De diefstal van elektriciteit werd echter niet bewezen verklaard, omdat de illegale aansluiting ondergronds was en er onvoldoende aanwijzingen waren dat verdachte hiervan op de hoogte was. De rechtbank hield rekening met eerdere veroordelingen van verdachte, de professionaliteit van de kwekerij en het recidiverisico.
Gelet op de ernst van het feit en de overschrijding van de redelijke termijn legde de rechtbank een taakstraf van 80 uur op, met een vervangende hechtenis van 40 dagen bij niet-naleving. De rechtbank sprak verdachte vrij van de diefstal van elektriciteit en verklaarde het overige bewezen verklaarde strafbaar.