Op 28 juni 2025 vond in een park in Amsterdam een schietincident plaats waarbij de benadeelde partij werd beschoten. Aangever deed aangifte en verklaarde dat verdachte de schutter was. Diverse getuigen bevestigden het schietincident en beschreven de schutter, maar hun signalementen verschilden en waren algemeen.
De politie vond hulzen op de plaats delict, maar DNA-onderzoek leverde geen aanwijzingen op die naar verdachte wezen. Verdachte ontkende betrokkenheid en aanwezigheid in het park. De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om met zekerheid vast te stellen dat verdachte de schutter was.
De rechtbank sprak verdachte vrij van poging tot moord dan wel doodslag. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het ten laste gelegde feit niet bewezen werd. De benadeelde partij kan zijn vordering bij de burgerlijke rechter voortzetten.