Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
bijlage Idie aan dit vonnis is gehecht en
3.Waardering van het bewijs
De bekennende verklaring die verdachte op de terechtzitting van 24 april 2026 heeft afgelegd;
Een proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] met nummer PL1300-2025237631-6 van 21 september 2025, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 2] , doorgenummerde pagina’s 1 tot en met 3;
Een proces-verbaal van forensisch onderzoek woning van 22 september 2025 met nummer PL1300-2025237631-8 van 22 september 2025, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 3] en [verbalisant 4] , doorgenummerde pagina’s 25 tot en met 28.
4.Bewezenverklaring
5.Strafbaarheid van het feit
6.Strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de straffen en maatregelen
8.Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
taakstrafvoor de duur van
20 (twintig) uren, met dien verstande dat voor iedere dag die in verzekering (en voorlopige hechtenis) is doorgebracht aftrek zal plaatsvinden naar de maatstaf van 2 uur per dag.
[slachtoffer]gedeeltelijk toe tot een bedrag van
€ 250,- (tweehonderdvijftig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 21 september 2025. Voornoemd bestaat uit vergoeding van materiële schade. Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in zijn vordering is.
[slachtoffer]voornoemd.
[slachtoffer]aan de Staat een bedrag
€ 250,- (tweehonderdvijftig euro)te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 21 september 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening. Voornoemd bestaat uit vergoeding van materiële schade. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van
2 dagen.