Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
(ter terechtzitting gevoegd)
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
primair: van 5 februari 2024 tot en met 8 februari 2024 online handelsfraude door via Marktplaats goederen te verkopen zonder die te leveren aan:
- [naam 1] , ezeldoekje à € 10,-;
- [naam 2] , kaarten voor kwart marathon à € 70,-;
- [naam 3] , kastdeur à € 48,95;
- [naam 4] , concertticket à € 25,-
subsidiair: opzet/schuldwitwassen van € 153,95;
van 20 november 2024 tot en met 3 maart 2025 medeplegen van opzet/schuldwitwassen van in totaal € 1.420,-;
primair: op 31 januari 2025 medeplegen van oplichting van [naam 5] door een studio aan te bieden en daarvoor € 632,90 als betaling te vragen;
subsidiair: medeplegen van opzet/schuldwitwassen van € 632,90;
primair: op 1 februari 2023 oplichting van [naam 6] door een huurwoning aan te bieden en € 500,- als betaling daarvoor te vragen;
subsidiair: opzet/schuldwitwassen van € 500,-;
primair: van 12 augustus 2024 t/m 17 augustus 2024 oplichting van [naam 7] door een huurwoning aan te bieden en daarvoor € 2.135,- als betaling te vragen;
subsidiair: opzet/schuldwitwassen van € 2.135,-.
bijlage Idie aan dit vonnis is gehecht en gelden als hier ingevoegd.
3.Waardering van het bewijs
de rechtbank begrijpt: ongewild en onbedoeld) verstrikt is geraakt in een web van een groep mensen die zich intensief bezig hield met fraude en oplichting, onvoldoende onderbouwd. De verdediging heeft daartoe aangevoerd dat de bankrekeningen van verdachte slechts zouden zijn gebruikt als doorsluisrekening. Uit het dossier volgt echter niet dat de door verdachte ontvangen geldbedragen telkens naar derden zijn overgeboekt. Ook volgt niet op een andere manier dat verdachte onder druk zou zijn gezet om de feiten te plegen of dat anderen zich als verdachte hebben voorgedaan. Tegen deze achtergrond overweegt de rechtbank ten aanzien van de afzonderlijke feiten het volgende.
4.Bewezenverklaring
primair
subsidiair
subsidiair
5.De strafbaarheid van de feiten
6.De strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de straffen en maatregelen
8.Ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
taakstraf van 100 (honderd) uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 50 (vijftig) dagen, met bevel dat de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van deze straf geheel in mindering zal worden gebracht naar de maatstaf van 2 (twee) uren per dag.
2 (twee) weken.
2 (twee) jarenvast.