Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:5522

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
1 juni 2026
Publicatiedatum
3 juni 2026
Zaaknummer
AMS 25/4537
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.1 WooArt. 5.1 WooArt. 5.3 WooArt. 19.1a Wet MilieubeheerArt. 3:46 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging besluit minister inzake weigering openbaarmaking exportkredietverzekeringsinformatie Mozambique LNG-project

Eiseressen verzochten op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Woo) om openbaarmaking van documenten over de exportkredietverzekeringsaanvraag van [bedrijf] voor het Mozambique LNG-project. De minister weigerde openbaarmaking van 310 van de 448 geïnventariseerde documenten, onder meer vanwege bescherming van bedrijfsgegevens, persoonlijke levenssfeer en beveiligingsbelangen.

De rechtbank oordeelt dat de minister ten onrechte niet heeft onderzocht of de geweigerde informatie emissiegegevens bevat, wat volgens de Woo tot een andere afweging leidt. Tevens zijn er meerdere motiveringsgebreken, onder meer doordat de minister in het verweerschrift en tijdens de zitting andere weigeringsgronden hanteert dan in het bestreden besluit en onvoldoende toelicht waarom ondanks het tijdsverloop de belangen van openbaarheid niet zwaarder wegen.

De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt de minister op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Daarnaast moet de minister het griffierecht en proceskosten aan eiseressen vergoeden. De rechtbank ziet geen aanleiding om de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten of zelf een beslissing te nemen over de openbaarmaking.

Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en de minister wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 25/4537

uitspraak van de meervoudige kamer van 1 juni 2026 in de zaak tussen

[eiseressen], uit [vestigingsplaats], eiseressen
(gemachtigden:mrs. C.J.A. Dekkers en E.C.M. ten Vergert),
en

de ministerie van Financiën, de minister

(gemachtigden: mrs. T.G.H. Spruyt en T.P. Reijnaert).
Als derde-partijen nemen aan de zaak deel: [derde partij 1] (gemachtigden:
mrs. J.M. Vreeken en A. van Schaik) en [derde partij 2] (gemachtigde: mrs. S.M.C. Nuijten,
A. Holtland en J. van Es) ([derde partij 1] en [derde partij 2]).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de behandeling van een verzoek van eiseressen om openbaarmaking van informatie over de exportkredietverzekeringsaanvraag van [bedrijf] ([bedrijf]) voor het ‘Mozambique LNG project’ (het project). Eiseressen hebben dit verzoek ingediend op grond van de Wet openbaarheid van bestuur. Eiseressen zijn het niet eens met het besluit van de minister om niet alle aangetroffen informatie openbaar te maken en openbaarmaking gedeeltelijk te weigeren. Zij voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.

Procesverloop

2. Eiseressen hebben het verzoek ingediend op 7 december 2020. Met het besluit van
6 september 2021 (het primaire besluit) heeft de minister het verzoek gedeeltelijk toegekend. Eiseressen hebben bezwaar ingediend tegen het primaire besluit. De minister heeft met drie deelbesluiten beslist op dit bezwaar. Deze beroepszaak ziet op het derde deelbesluit van 24 juni 2025 (het bestreden besluit). Met dit bestreden besluit heeft de minister het bezwaar gedeeltelijk gegrond verklaard.
2.1.
Eiseressen hebben beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De minister heeft op het beroepschrift gereageerd met een verweerschrift.
2.2.
De minister heeft de documenten waarvan hij openbaarmaking heeft geweigerd vertrouwelijk aan de rechtbank overgelegd. Ingevolge artikel 8:29, zesde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), neemt alleen de rechtbank kennis van deze documenten.
2.3.
De rechtbank heeft het beroep op 19 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigden van eiseressen, de gemachtigden van de minister, de gemachtigden van [derde partij 1] en de gemachtigden van [derde partij 2]. Tevens waren namens eiseressen aanwezig [de persoon 1] en [de persoon 2]. Namens [bedrijf] waren aanwezig [de persoon 3] en [de persoon 4].
2.4.
De rechtbank heeft het beroep gelijktijdig behandeld met het beroep van eiseressen in de zaak AMS 23/5061, gericht tegen het tweede deelbesluit op bezwaar van 7 juli 2023. De rechtbank heeft gelijktijdig ook het beroep van [derde partij 2] in de zaak AMS 25/4955, gericht tegen het bestreden besluit, behandeld. De rechtbank doet in die zaken afzonderlijk uitspraak.

Beoordeling door de rechtbank

Het verzoek en het bestreden besluit
3. Eiseressen hebben met het verzoek gevraagd om openbaarmaking van informatie over de betrokkenheid van [bedrijf] bij het project. [bedrijf] heeft voor het project een exportkredietverzekeringsaanvraag ingediend, die door de minister is goedgekeurd. De minister draagt de eindverantwoordelijkheid voor de exportkredietverzekeringsactiviteiten van [bedrijf]. Het project ziet op het winnen van LNG in Mozambique, waar voor de kust op grote schaal aardgas is ontdekt. Meerdere partijen, waaronder [derde partij 1], willen deze gasvelden de komende jaren tot ontwikkeling brengen. Dat houdt in dat aardgas op zee wordt gewonnen en een LNG-terminal wordt gebouwd waar het aardgas gezuiverd, gekoeld en vloeibaar tot LNG gemaakt wordt om vervolgens te exporteren. Bij de financiering van het project zijn verschillende kredietverstrekkers betrokken waaronder exportkredietagentschappen als [bedrijf]. Het project heeft langdurig stilgelegen vanwege de veiligheidssituatie in het gebied.
3.1.
Met het verzoek is gevraagd om openbaarmaking van alle documenten en andere bescheiden, notulen van overleggen, en correspondentie tussen het ministerie van Financiën, [bedrijf] en eventueel derde partijen over de beoordeling van dit project en over de besluitvorming over de verzekeringsaanvraag. Hieronder moet volgens eiseressen in ieder geval begrepen worden:
  • ‘Alle documenten en andere bescheiden die horen bij de risico- en effectbeoordelingen van gevolgen van het project op milieu- en mensenrechten, inclusief overwegingen over maatschappelijke verantwoord ondernemen, opgesteld om dit project te beoordelen;
  • Alle adviezen van derde partijen omtrent (de investering in) het project, waaronder in ieder geval het advies van het IMF en de Wereldbank;
  • Het milieu- en sociaal actie plan (ESIAP) zoals afgesproken tussen [bedrijf] en [derde partij 1] en alle voorbereidende documenten die door [bedrijf] zijn opgesteld en overwogen met het oog op de ontwikkeling van dit actieplan, met inbegrip van risico- en effectbeoordelingen, raadpleging van de belanghebbenden en de eigen besluiten van [bedrijf] over mitigatie van sociaal- en milieu gevolgen van het project;
  • Externe en interne (juridische) analyses die uitgevoerd zijn in het kader van de beoordeling en besluitvorming van de verzekeringsaanvraag;
  • Documenten en andere bescheiden omtrent het veiligheidsrisico van het project wegens het toenemend geweld in de regio en de risico's voor de bevolking;
  • Documenten en andere bescheiden die horen bij de financiële risicobeoordeling van de exportkredietverzekeringsaanvraag bij [bedrijf] in relatie tot het Mozambique LNG project.’
3.2.
Met het bestreden besluit heeft de minister vervolgens 448 documenten geïnventariseerd en gedeeltelijk openbaar gemaakt. De minister heeft daarbij van 310 documenten openbaarmaking integraal geweigerd. De minister heeft openbaarmaking onder meer geweigerd ter bescherming van het belang van bedrijfs- en fabricagegegevens die al dan niet vertrouwelijk aan de overheid zijn medegedeeld [1] dan wel omdat het belang van bescherming van dergelijke gegevens niet opweegt tegen het belang van openbaarheid. [2] Verder heeft de minister openbaarmaking geweigerd, omdat het belang van openbaarheid volgens de minister niet opweegt tegen de belangen van bescherming van de persoonlijke levenssfeer [3] en het belang van de beveiliging van personen en bedrijven en het voorkomen van sabotage. [4]
Omvang van het geschil
4. Samengevat voeren eiseressen tegen het bestreden besluit aan dat de minister onvoldoende rekening heeft gehouden met de aanwezigheid van milieu-informatie en onvoldoende gemotiveerd heeft of hiervan al dan niet sprake is. Verder voeren eiseressen aan dat de minister met het bestreden besluit niet gemotiveerd heeft waarom ondanks het tijdsverloop het belang van openbaarheid niet zwaarder weegt dan de belangen opgesomd in artikel 5.1, tweede lid, van de Woo. [5] Tot slot menen eiseressen dat de minister de openbaarmaking van een aantal documenten ten onrechte integraal geweigerd heeft. Naar aanleiding van het verweerschrift en wat op zitting besproken is betreft deze grond enkel nog de weigering van de documenten 885664, 1203049 en 1203164. De rechtbank bespreekt hieronder de beroepsgronden.
De aanwezigheid van milieu-informatie
5. Eiseressen voeren aan dat het bestreden besluit ten onrechte geen enkele motivering bevat over hun grond in bezwaar dat in de geweigerde informatie sprake is van milieu-informatie als bedoeld in artikel 2.1 van de Woo in samenhang met artikel 19.1a van de Wet Milieubeheer. Daarin is slechts opgenomen dat de minister een beoordeling heeft gedaan van de documenten op basis van de Woo-bepalingen voor milieu- en emissie-informatie. Het is daarom niet duidelijk of de minister van oordeel is dat sprake is van milieu-informatie of emissiegegevens. Uit de motivering van het besluit blijkt ook niet dat de minister in zijn afweging van de weigeringsgronden daarmee rekening heeft gehouden. Eiseressen benadrukken daarbij het belang van openbaarmaking van de gevraagde informatie: het betreft de wijze waarop het project is vormgegeven en waarop rekening is gehouden met de aanzienlijke en onomkeerbare gevolgen voor mens en milieu en daarmee gaat het over cruciale informatie over de woon- en leefsituatie van de lokale bevolking. Zij wijzen erop dat indien sprake is van milieu-informatie de absolute weigeringsgrond uit artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Woo een relatieve weigeringsgrond wordt, zodat de minister een afweging moet maken tussen het belang van de bescherming van bedrijfs- en fabricagegegevens die vertrouwelijk aan de overheid zijn medegedeeld en het belang van openbaarheid. Daarbij dient bovendien sprake te zijn van ernstige schade aan het belang van de vertrouwelijke bedrijfs- en fabricagegegevens. Indien sprake is van emissie-gegevens zijn op grond van artikel 5.1, zevende lid, van de Woo de weigeringsgronden uit het eerste en tweede lid van dit artikel überhaupt niet van toepassing en kan openbaarmaking niet worden geweigerd. Eiseressen achten het gelet op het onderwerp van het verzoek onaannemelijk dat geen van deze documenten emissiegegevens bevat.
6. Op de zitting heeft de minister erkend dat hij niet heeft gecontroleerd of de met het bestreden besluit geweigerde informatie emissiegegevens bevat.
7. De beroepsgrond slaagt alleen om die reden al. De rechtbank oordeelt verder dat sprake is van een motiveringsgebrek in het bestreden besluit nu de minister daarin niet uitgelegd heeft waarom geen sprake is van milieu-informatie. De toelichting die de minister in het verweerschrift heeft gegeven dat de geweigerde informatie geen milieu-informatie is, vindt de rechtbank te algemeen en daarmee onvoldoende. Voor zover de minister openbaarmaking van informatie wil weigeren met toepassing van artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Woo dient hij te controleren of de documenten milieu-informatie bevatten en toe te lichten waarom dit al dan niet het geval is. Dit gaat ook op voor zover het gaat om emissiegegevens. De rechtbank zal de minister dan ook de opdracht geven een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. De minister dient te controleren of in de geweigerde informatie sprake is van emissiegegevens en of hij gelet op artikel 5.1, zevende lid, van de Woo de informatie dan alsnog openbaar dient te maken. De minister dient met dit nieuwe besluit ook te motiveren of voor het overige sprake is van milieu-gegevens en zo nee, waarom daarvan geen sprake is.
8. Op de zitting hebben partijen aangegeven het geschil zoveel als mogelijk finaal beslecht te zien. De rechtbank beoordeelt daarom hierna de overige beroepsgronden van eiseressen.
Document 885664
9. Met het bestreden besluit heeft de minister dit document integraal geweigerd, omdat het belang van openbaarheid volgens hem niet opweegt tegen het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. [6] Eiseressen voeren aan dat niet aannemelijk is dat het gehele document bestaat uit persoonsgegevens.
9.1.
In het verweerschrift heeft de minister gesteld dat bij nadere beoordeling is gebleken dat het document niet geheel binnen de reikwijdte van het verzoek valt, omdat het informatie bevat over enerzijds de interne organisatie en werkwijze van de veiligheidsteams, operationele observaties van veldbezoeken, rapportages over trainingen en procedures en beschrijvingen van de uitvoering van beveiligingsmaatregelen binnen het projectteam, en over anderzijds de algemene voortgang van het project, dagelijkse uitvoering van beveiligingstaken, logistieke ondersteuning aan overheidstroepen en evaluaties van samenwerkingen. Er worden aldus geen milieu-, mensenrechten-, juridische, financiële of maatschappelijk verantwoorde aspecten besproken. Voor zover het document wel binnen de reikwijdte van het verzoek valt, weigert de minister openbaarmaking omdat het belang van openbaarmaking niet opweegt tegen het belang van de beveiliging van personen en bedrijven en het voorkomen van sabotage. [7] Het gaat om informatie over veiligheidsrisico’s en risico’s voor de bevolking ter plaatse in verband met het toenemende geweld in de regio en een gedetailleerde analyse van de dreiging van een opstand, de respons van het projectmanagement en beveiligingsmaatregelen. Openbaarmaking daarvan kan beveiliging van personen en bedrijven in gevaar brengen en het risico op sabotage vergroten, aldus de minister.
9.2.
Eiseressen hebben zich op de zitting op het standpunt gesteld dat de minister het verzoek zo te beperkt opvat. Het verzoek ziet ook op informatie over veiligheidsrisico’s. De minister heeft het verzoek ook steeds zo beoordeeld. Verder menen eiseressen dat de gevraagde informatie geen inzicht kan geven in de veiligheidsaanpak en kwetsbare onderdelen van het project.
9.3.
De rechtbank is van oordeel dat ook deze beroepsgrond slaagt, nu sprake is van een motiveringsgebrek in het bestreden besluit. Met het verzoek hebben eiseressen documenten en andere bescheiden verzocht omtrent het veiligheidsrisico van het project wegens het toenemend geweld in de regio en de risico's voor de bevolking, zodat het stuk binnen de reikwijdte van het verzoek valt. De minister heeft de weigering om dit document openbaar te maken met het verweerschrift verder gebaseerd op andere (weigerings-)gronden dan in het bestreden besluit. Om te beoordelen of de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand kunnen blijven, heeft de rechtbank in raadkamer kennisgenomen van het document en willen controleren of delen daarvan buiten de reikwijdte van het verzoek vallen dan wel of de minister het belang van de beveiliging van personen en het voorkomen van sabotage redelijkerwijs zwaarder heeft kunnen laten wegen dan het belang van openbaarheid. De rechtbank heeft dit echter niet kunnen nagaan omdat in het op een usb-stick aangeleverde stuk niet per documentonderdeel is aangegeven op welke grond de openbaarmaking daarvan geweigerd is. Dit betekent dat de rechtbank het bestreden besluit niet deugdelijk kan toetsen. Nu het beroep daarnaast op een andere grond slaagt en verweerder een nieuw besluit zal moeten nemen, ziet de rechtbank geen aanleiding verweerder alsnog in de gelegenheid te stellen het gebrek te herstellen.
Documenten 1203049 en 1203164
10. Met het bestreden besluit heeft de minister openbaarmaking van documenten 1203049 en 1203164 geweigerd, omdat sprake is van bedrijfs- en fabricagegegevens die vertrouwelijk aan de overheid zijn medegedeeld [8] en omdat het belang van openbaarmaking niet opweegt tegen de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. [9] Eiseressen keren zich tegen de kwalificatie van de minister van de geweigerde informatie als bedrijfs- en fabricagegegevens. Zij achten het onwaarschijnlijk dat het gaat om bedrijfsnamen van externe adviseurs of mogelijke afnemers die niet betrokken zijn bij het project. Gelet op de motivering in het bestreden besluit kan het dan gaan om krediet- en schuldanalyses en andere rapporten en verslagen en analyses van projectfinanciering, productieprognoses, analyse van de markten en rapporten en verslagen over onder meer de (bouw)gegevens van projectinstallaties en -locaties en logistieke afspraken. Daarvan menen eiseressen dat het zeer goed mogelijk is dat het om milieu-informatie gaat. Voor de toepassing van de weigeringsgrond dient de minister dan een belangenafweging te maken, terwijl de minister de weigeringsgrond nu absoluut heeft toegepast. Ook heeft de minister niet onderbouwd dat sprake is van ernstige schade bij openbaarmaking.
10.1.
In het verweerschrift heeft de minister toegelicht dat document 1203049 een e-mailwisseling betreft tussen vertegenwoordigers van [bedrijf], consultants en juridisch adviseurs over contractsbepalingen over de beveiligingssituatie rondom het project. Dit document bestaat daarom – met uitzondering van de geweigerde persoonsgegevens – volledig uit bedrijfsvertrouwelijke informatie over de beveiliging van het project. Openbaarmaking van dergelijke informatie schaadt bedrijfsbelangen, maar kan ook beveiliging van zowel personen als bedrijven in gevaar brengen. Kwaadwillenden kunnen namelijk inzicht krijgen in de gehanteerde beveiligingsmaatregelen en kwetsbare onderdelen van het project. Dit vergroot het risico op sabotage. Het document kan daarom niet – ook niet na een tijdsverloop van meer dan vijf jaar – openbaar worden gemaakt, aldus de minister. Het document 1203164 betreft een veiligheidsupdate over een incident in de regio. Ook openbaarmaking van dit document kan om dezelfde redenen als met betrekking tot het document 1203049 leiden tot veiligheidsrisico’s. Voor beide documenten geldt volgens de minister dat wanneer deze informatie onleesbaar wordt gemaakt, er geen informatie resteert die relevant is voor het verzoek van eiseressen.
10.2.
Eiseressen hebben op de zitting aangevoerd dat uit de motivering van de minister in het verweerschrift volgt dat hij ook een beroep doet op de weigeringsgrond ter bescherming van het belang van de beveiliging van personen en bedrijven en het voorkomen van sabotage. [10] De minister heeft vervolgens erkend ook deze weigeringsgrond aan zijn beoordeling ten grondslag te leggen. Openbaarmaking van deze informatie moet volgens eiseressen echter mogelijk zijn zonder dat daarmee veiligheidsrisico’s gemoeid zijn. Het is verder niet aan de minister om te beoordelen of informatie voor eiseressen al dan niet relevant is.
10.3.
De rechtbank stelt vast dat de minister ook ten aanzien van deze documenten in het verweerschrift en ook ter zitting andere weigeringsgronden heeft toegepast dan in het bestreden besluit zijn genoemd. Het bestreden besluit kent op dit punt dus een motiveringsgebrek. Om het geschil zoveel mogelijk finaal af te kunnen doen, heeft de rechtbank in de raadkamer kennis willen nemen van de ongelakte versie van beide documenten. Voor beide documenten geldt echter dat de aangeleverde usb-stick enkel de tekst bevat dat 1-3 pagina’s zijn geweigerd op grond van artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Woo. De rechtbank heeft ook deze beroepsgrond aldus niet kunnen controleren. Nu het beroep op een andere grond slaagt en verweerder een nieuw besluit zal moeten nemen, ziet de rechtbank geen aanleiding verweerder alsnog in de gelegenheid te stellen het gebrek te herstellen.
Toepassing artikel 5.3 van de Woo11. Eiseressen voeren aan dat 179 van de 448 beoordeelde documenten meer dan vijf jaar oud en (mede) met een beroep op artikel 5.1, tweede lid, van de Woo geweigerd zijn. Op grond van artikel 5.3 van de Woo had de minister moeten motiveren waarom de in de artikel 5.1, tweede lid, van de Woo opgenomen weigeringsgronden ondanks het tijdsverloop zwaarder wegen dan het algemene belang van openbaarheid. Nu het bestreden besluit deze motivering niet bevat, is sprake van een motiveringsgebrek als bedoeld in artikel 3:46 van Pro de Awb.

Conclusie en gevolgen

12. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit in strijd is met het motiveringsbeginsel. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit. De rechtbank ziet geen reden om de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten of zelf een beslissing over de openbaarmaking van de geweigerde informatie te nemen. Ook draagt de rechtbank niet aan de minister op om het gebrek te herstellen met een betere motivering of een ander besluit (een zogenoemde bestuurlijke lus). Dit omdat dit volgens de rechtbank geen doelmatige en efficiënte manier is om de zaak af te doen.
12.1. .
De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb dat de minister een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank geeft de minister hiervoor zes weken.
12.2.
Omdat het beroep gegrond is moet de minister het griffierecht aan eiseressen vergoeden en krijgen eiseressen ook een vergoeding van hun proceskosten.
De minister moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.868,- omdat de gemachtigde van eiseressen een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt de minister op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;
- bepaalt dat de minister het griffierecht van € 385,- aan eisers moet vergoeden;
- veroordeelt de minister tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eisers.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.Z. Achouak el Idrissi, voorzitter, en mr. H.J. Tijselink en mr. E.M. Hansen-Löve, leden, in aanwezigheid van mr. N. Galjee-Melehi, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 1 juni 2026.
griffier
voorzitter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Woo.
2.Als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder f, van de Woo.
3.Als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder e, van de Woo.
4.Als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder h, van de Woo.
5.Zoals bedoeld in artikel 5.3 van de Woo.
6.Als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder e, van de Woo.
7.Als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder h, van de Woo.
8.Als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Woo.
9.Als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder e, van de Woo.
10.Als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder h, van de Woo.