Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:5519

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
2 juni 2026
Publicatiedatum
2 juni 2026
Zaaknummer
13/326902-22
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 SrArt. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 22c Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor computervredebreuk, afdreiging en gewoontewitwassen

De rechtbank Amsterdam heeft verdachte veroordeeld voor meerdere strafbare feiten, waaronder computervredebreuk bij diverse bedrijven, afdreiging met gestolen gegevens, het voorhanden hebben van niet-openbare gegevens en gewoontewitwassen van ruim €126.000.

De rechtbank sprak verdachte vrij van medeplegen van oplichting en witwassen van een deel van de cryptovaluta buiten de ten laste gelegde periode. De bewezenverklaring is gebaseerd op bekentenissen, aangiften en bewijsstukken, waarbij verdachte nauw samenwerkte met een medeverdachte.

De rechtbank legde een taakstraf van 180 uur op en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 jaar met een proeftijd van 2 jaar, mede vanwege de ernst van de feiten en eerdere veroordelingen van verdachte. Daarnaast werd een schadevergoeding van €113.068,35 aan het slachtoffer Allekabels toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten.

De rechtbank verklaarde ook crypto-activa verbeurd die verband houden met het witwassen. Verdachte werd ontslagen van rechtsvervolging voor heling van gegevens die hij zelf door misdrijf had verkregen. De uitspraak werd gedaan op 2 juni 2026 door een meervoudige strafkamer.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 180 uur taakstraf en 1 jaar voorwaardelijke gevangenisstraf voor computervredebreuk, afdreiging, bezit van niet-openbare gegevens en gewoontewitwassen.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummer: 13/326902-22
Datum uitspraak: 2 juni 2026
Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1997,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres] , [woonplaats] ,
hierna: verdachte.

1.Onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 19 mei 2026.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. M.A. van der Vlugt, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. M. Berndsen, naar voren hebben gebracht.

2.Tenlastelegging

Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan
1. het medeplegen van computervredebreuk bij meerdere bedrijven in de periode van 17 augustus 2020 tot en met 31 oktober 2021 in Nederland en/of het Verenigd Koninkrijk;
2. het medeplegen van afdreiging (primair), dan wel medeplichtigheid aan afdreiging (subsidiair), in de periode van 24 januari 2021 tot en met 26 oktober 2021 in Nederland en/of het Verenigd Koninkrijk;
3. het medeplegen van oplichting in de periode van 24 januari 2021 tot en met 26 oktober 2021 in Nederland;
4. het medeplegen van het verwerven en/of voorhanden hebben van niet-openbare gegevens van meerdere bedrijven in de periode van 17 augustus 2020 tot en met 22 november 2022 in Nederland en/of het Verenigd Koninkrijk;
5. het medeplegen van (gewoonte)witwassen (primair), dan wel eenvoudig witwassen (subsidiair) van € 145.939,50 in de periode van 25 januari 2021 tot en met 1 maart 2022 in Nederland en/of het Verenigd Koninkrijk.
De volledige tenlastelegging is opgenomen in
bijlage Ibij dit vonnis.

3.Waardering van het bewijs

3.1.
Standpunt van het Openbaar Ministerie
Verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 3 ten laste gelegde. Het onder 1, 2 primair, 4 en 5 ten laste gelegde kan worden bewezen.
3.2.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft met betrekking tot feit 3 vrijspraak gevraagd en zich ten aanzien van feit 1 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Ten aanzien van de overige feiten heeft de raadsman de volgende verweren gevoerd.
Feit 2
Verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 2 ten laste gelegde. Ten aanzien van het primair ten laste gelegde geldt dat er geen sprake is van medeplegen, omdat niet kan worden vastgesteld dat verdachte een intellectuele bijdrage van voldoende gewicht heeft geleverd. Verder is er geen sprake van de subsidiair ten laste gelegde medeplichtigheid, omdat er onvoldoende bewijs is dat verdachte opzet op de afdreiging heeft gehad. Ook van voorwaardelijk opzet is geen sprake nu er geen aanmerkelijke kans bestond dat een afdreiging zou plaatsvinden en mocht die kans er al zijn geweest, dan heeft verdachte die in ieder geval niet bewust aanvaard.
Feit 4
Verdachte heeft erkend dat hij de datasets voorhanden heeft gehad en heeft verworven, maar de verdediging betwist wel of het telkens niet-openbare gegevens betroffen. Als de gestolen data online is gepubliceerd, is deze vanaf dat moment openbaar. Er is daarom onvoldoende bewijs voor het bestanddeel ‘niet-openbaar’.
Feit 5
De transacties in de Monerowallet *VukTF hebben plaatsgevonden na de ten laste gelegde periode. Er dient daarom vrijspraak te volgen ten aanzien van het bedrag van € 19.208,35 in Monero.
Verder kan een verhullingshandeling niet worden bewezen. Het enkele feit dat verdachte bedragen ontvangt in een zogenoemde privacycoin zoals Monero is daarvoor onvoldoende.
Als de rechtbank het onder 2 ten laste gelegde bewezen verklaart, dan is de crypto die afkomstig is van Allekabels uit eigen misdrijf afkomstig. Wanneer de rechtbank tot een bewezenverklaring van het onder 5 primair ten laste gelegde komt, brengt dit met zich mee dat niet kan worden gekwalificeerd.
Tot slot heeft verdachte over zijn Cardano wallet verklaard dat hij een tijd heeft gehandeld op het platform Binance, waarna hij de Cardano heeft gestaket om rente te krijgen. In deze wallet staat een bedrag van ruim € 4.000,-. De verdediging betwist dat er ten aanzien van dit bedrag wel een witwasvermoeden bestond, aangezien verdachte een baan had als IT’er. Indien dit vermoeden al bestond, dan is de verklaring van verdachte concreet, verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk en had het Openbaar Ministerie daarnaar onderzoek moeten doen. Het witwassen van dit geldbedrag kan dus niet worden bewezen.
3.3.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank gaat op grond van de bewijsmiddelen in
bijlage IIvan de volgende feiten en omstandigheden uit.
Feit 3
De rechtbank acht, evenals de officier van justitie en de raadsman, het medeplegen van oplichting niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
Feit 1
De rechtbank is van oordeel dat op basis van de aangifte en de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting het medeplegen van computervredebreuk bij Scoupy en Allekabels kan worden bewezen.
Feit 2
Onder 1 heeft de rechtbank het medeplegen van computervredebreuk bij Allekabels bewezen verklaard. Allekabels is vervolgens afgedreigd en heeft maandelijks een cryptobetaling gedaan aan medeverdachte [medeverdachte] .
Verdachte heeft ontkend dat hij bij die afdreiging betrokken is geweest en heeft gesteld dat [medeverdachte] dit op eigen houtje heeft gedaan. Verdachte heeft echter ook verklaard dat hij dagelijks contact had met [medeverdachte] , dat hij voor hem de hacks heeft gepleegd en dat hij de data na de hack naar [medeverdachte] heeft gestuurd. Bovendien ontving verdachte gedurende een langere periode telkens de helft van de betalingen die binnenkwamen op de bitcoin wallet van [medeverdachte] als gevolg van de afdreiging. De rechtbank overweegt dat de bijdrage van verdachte kennelijk op geld waardeerbaar en aanzienlijk was, aangezien hij steeds de helft van het afgedreigde bedrag van Allekabels kreeg. Verdachte had dan ook opzet op de afdreiging. De rechtbank is van oordeel dat er sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en [medeverdachte] , zodat het primair ten laste gelegde medeplegen van de afdreiging kan worden bewezen.
Feit 4
De rechtbank acht op basis van de bekennende verklaring van verdachte en de aangiften van Allekabels{.}nl, Hogeschool InHolland, Ticketcounter, Senior Publications, Litebit, RDC, New York Pizza en/of de holding Green Tomato en/of Solutions 4 Delivery BV, Hogeschool Arnhem-Nijmegen, Scoupy, Homerun en Waternet bewezen dat verdachte de niet-openbare gegevens van voornoemde entiteiten voorhanden heeft gehad en via [medeverdachte] heeft verworven, terwijl hij wist dat het door misdrijf verkregen gegevens betroffen. Daarbij heeft verdachte nauw en bewust samengewerkt met [medeverdachte] , waardoor er sprake is van medeplegen.
Voor zover de verdediging heeft betoogd dat het niet telkens niet-openbare gegevens betroffen overweegt de rechtbank dat het voor een bewezenverklaring van dit feit niet uitmaakt of deze gegevens op een later moment alsnog openbaar zijn geworden.
Feit 5
De rechtbank merkt ten aanzien van feit 5 allereerst op dat, zoals de verdediging ook heeft betoogd, de transacties in de Monerowallet *VukTF aanvangen na de ten laste gelegde periode. Dit brengt met zich mee dat het witwassen van het bedrag van € 19.208,35, dat in de wallet zat, niet bewezen kan worden. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken ten aanzien van dit bedrag.
Voor een bewezenverklaring van witwassen is vereist dat verdachte witwasgedragingen heeft verricht met voorwerpen waarvan hij wist dat deze een criminele herkomst hebben
.
Ten aanzien van de cryptovaluta met een tegenwaarde van € 34.867,90, afkomstig van Allekabels, geldt dat dit uit eigen misdrijf afkomstig is, gelet op de bewezenverklaring van feit 2. Anders dan de verdediging heeft betoogd, komt de rechtbank tot de conclusie dat verdachte de werkelijke aard en herkomst van dit bedrag heeft verborgen en verhuld. Redengevend hiervoor is het feit dat dit bedrag in cryptovaluta werd opgeslagen in anonieme wallets. Dat maakt dat voor wat betreft dit gedeelte het primair tenlastegelegde bewezen kan worden verklaard.
Ten aanzien van de rest van de onder verdachte aangetroffen cryptovaluta – met als tegenwaarde een bedrag van € 91.863,25 – geldt dat op basis van het dossier niet kan worden vastgesteld dat dit afkomstig is uit een specifiek aangeduid misdrijf. Echter, ook als niet duidelijk is uit welk specifiek misdrijf voorwerpen afkomstig zijn, kan in bepaalde gevallen alsnog de criminele herkomst worden bewezen. Het gaat dan om gevallen waarbij het op grond van de feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat in dit geval de voorwerpen uit misdrijf afkomstig zijn. Als de feiten en omstandigheden in het dossier zodanig zijn dat sprake is van een vermoeden van witwassen, mag van verdachte worden verlangd dat hij een verklaring geeft over de legale herkomst van de voorwerpen. Zo’n verklaring moet concreet, verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk zijn. Als verdachte een dergelijke verklaring heeft afgelegd, ligt het op de weg van het Openbaar Ministerie om hier nader onderzoek naar te doen. Mede op basis van dit onderzoek moet de rechtbank in dat geval beoordelen of met voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten dat de voorwerpen een legale herkomst hebben. De omstandigheden waaronder, het moment en de manier waarop de verklaring van verdachte tot stand is gekomen spelen daarbij een rol. In dat geval kan het niet anders dan dat de voorwerpen uit misdrijf afkomstig zijn en kan witwassen worden bewezen.
De cryptovaluta werd gevonden in anonieme wallets die werden aangetroffen onder verdachte, die op dat moment werd verdacht van het hacken van een grote hoeveelheid persoonsgegevens en afdreiging. Gelet op deze omstandigheden bestond er naar het oordeel van de rechtbank een redelijk vermoeden van witwassen. Toen verdachte hier ter terechtzitting naar is gevraagd, heeft hij verklaard dat het geld van misdrijf afkomstig was. De rechtbank gaat er vanuit dat dit eveneens geldt voor cryptovaluta ter waarde van ruim € 4.000,- in de Cardanowallet, waarvan de raadsman heeft betoogd dat er geen witwasvermoeden bestond. Anders dan de raadsman leest de rechtbank in hetgeen de verdachte hierover bij de politie heeft gezegd geen verklaring over de legale herkomst van de inhoud van deze wallet. Al deze cryptovaluta was dus van misdrijf afkomstig. Verdachte heeft het voorhanden gehad en de werkelijke aard en herkomst verborgen en verhuld door het onder te brengen in anonieme wallets. Dit maakt dat ook ten aanzien van deze cryptovaluta het primair tenlastegelegde kan worden bewezen.
Gewoontewitwassen
Gelet op de periode en de frequentie van het witwassen en de tegenwaarde van de witgewassen cryptovaluta – € 126.740,15 – komt de rechtbank ook tot een bewezenverklaring van gewoontewitwassen.
Medeplegen
De rechtbank kan niet vaststellen dat verdachte bij het witwassen nauw en bewust met anderen heeft samengewerkt. Verdachte zal daarom worden vrijgesproken van medeplegen.

4.Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de bewijsmiddelen in
bijlage IIbewezen dat verdachte
Feit 1
op tijdstippen in de periode van 17 augustus 2020 tot en met 31 oktober 2021 in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, opzettelijk en wederrechtelijk is binnengedrongen in een (gedeelte van) geautomatiseerd(e) werk(en), te weten (een)
computersyste(e)m(en) en/of server(s) toebehorende aan (onder meer):
*(omstreeks 17 augustus 2020) Alle kabels{.}nl en
*(omstreeks 10 september 2021) Scoupy
waarop (onder meer) meerdere, althans een, website(s) en/of dataset(s) met gegevens wordt/worden gehost, althans bereikbaar is/zijn,
door (onder meer):
-het doorbreken van een beveiliging en
-met behulp van valse signalen of een valse sleutel (onder meer door het inloggen met onrechtmatig verkregen inloggegevens en/of wachtwoorden),
en zij vervolgens de gegevens die zijn opgeslagen en/of worden verwerkt en/of worden overgedragen door middel van voornoemd geautomatiseerd werk waarin zij zich wederrechtelijk bevonden voor henzelf
hebben overgenomen;
Feit 2 primair
op tijdstippen in de periode van 24 januari 2021 tot en met 26 oktober 2021 in Nederland
tezamen en in vereniging met een ander
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met openbaring van een geheim van een ander, te weten (persoons)gegevens toebehorende aan/in bezit van Allekabels{.}nl, heeft gedwongen tot afgifte van bitcoins ter waarde van in totaal ongeveer 113.068,35 euro, dat geheel of ten dele aan Allekabels.nl en/of aan een derde toebehoorden, door
-aan te geven dat verdachte(n) (gestolen) gegevens van AlleKabels.nl heeft/hebben en
-te dreigen de (gestolen) gegevens openbaar te maken en/of te verkopen als niet betaald wordt;
Feit 4
op tijdstippen in de periode van 17 augustus 2020 tot en met 22 november 2022 in Nederland
tezamen en in vereniging met een of meer anderen,
niet-openbare gegevens, te weten
* databases/datasets van Alle kabels{.}nl en
* databases/datasets van Hogeschool InHolland en
* databases/datasets van Ticketcounter en
* databases/datasets van Senior Publications en
* databases/datasets van LiteBit en
* databases/datasets van RDC en
* databases/datasets van New York Pizza en/of de holding Green Tomato en/of Solutions 4 Delivery BV en
* databases/datasets van Hogeschool Arnhem-Nijmegen en
* databases/datasets van Scoupy en
* databases/datasets van Homerun en
* databases/datasets van Waternet
voorhanden heeft gehad en heeft verworven terwijl verdachte(n) ten tijde van de verwerving en het voorhanden krijgen/hebben, wist(en) dat het door misdrijf verkregen gegevens betrof;
Feit 5 primair en subsidiair
op tijdstippen in de periode van 25 januari 2021 tot en met 1 maart 2022 in Nederland,
van een hoeveelheid cryptovaluta ter waarde van – in totaal – ongeveer 126.740,15 euro,
- de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld, en
- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie de rechthebbende(n) op dat voorwerp was/waren, en
- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie dat voorwerp voorhanden had, en
- heeft verworven, voorhanden heeft gehad, omgezet en/of gebruik heeft gemaakt,
terwijl hij, verdachte, wist dat dat voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf
en hij, verdachte, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt.
Voor zover in het bewezenverklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

5.Strafbaarheid van de feiten

Onder 4 is aan verdachte tenlastegelegd dat hij niet-openbare gegevens van meerdere bedrijven/entiteiten voorhanden heeft gehad en/of heeft verworven. Heling van niet-openbare gegevens is strafbaar gesteld in artikel 139g lid 1 aanhef onder a Sr. Hoewel dit niet volgt uit de bewoordingen van dit artikel, kan uit de parlementaire geschiedenis worden afgeleid dat de wetgever het toepassingsbereik van dit artikel heeft willen beperken tot gegevens die uit een door een ander gepleegd misdrijf zijn verkregen. De memorie van toelichting luidt in dit verband als volgt:
“Strafbaarstelling van «heling» van gegevens is van belang in situaties waarin niet aangetoond kan worden dat de persoon die deze gegevens bekend maakt degene is die deze gegevens zelf heeft overgenomen, al dan niet na in een geautomatiseerd werk te zijn binnengedrongen (de computervredebreuk, strafbaar gesteld in artikel 138ab Sr). (…) Hiermee wordt een voorziening getroffen voor de gevallen waarin iemand gegevens voorhanden heeft die zijn verkregen uit een misdrijf dat door een ander is begaan of waarin niet kan worden bewezen dat degene die de gegevens voorhanden heeft deze zelf door misdrijf heeft verkregen, bijvoorbeeld door het wederrechtelijk overnemen van de gegevens, al dan niet door middel van computervredebreuk. Zo worden personen strafbaar die gegevens, die uit de computer van anderen zijn ontvreemd, bekend maken aan een ander, verkopen of op internet plaatsen. Hiermee zal ook degene die zich erop beroept deze gegevens niet zelf te hebben ontvreemd maar van een derde te hebben verkregen, strafbaar zijn.”
Ter voorkoming van automatische dubbele strafbaarheid is het ten aanzien van de heling van een goed als bedoeld in artikel 416 Sr Pro vaste jurisprudentie dat de omstandigheid dat iemand een helingshandeling begaat ten aanzien van een goed dat hij zelf door enig misdrijf heeft verkregen, aan zijn veroordeling wegens heling in de weg staat. Dit wordt ook wel de heler-steler-regel genoemd. Gelet op de bedoeling van de wetgever om automatische dubbele strafbaarheid te voorkomen, geldt hetzelfde ten aanzien van heling van niet-openbare gegevens. Verdachte heeft bekend Allekabels en Scoupy zelf te hebben gehackt en de rechtbank heeft dit onder 1 bewezen verklaard. Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat de bewezenverklaarde heling ten aanzien van niet-openbare gegevens van Allekabels en Scoupy niet kan worden gekwalificeerd als het delict dat wordt omschreven in artikel 139g Sr en dus geen strafbaar feit oplevert. Verdachte dient daarom te worden ontslagen van alle rechtsvervolging ten aanzien van deze bedrijven/websites.
De overige bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6.Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7.Motivering van de straffen en maatregelen

7.1.
Eis van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het door hem onder 1, 2 primair, 4 en 5 bewezen geachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 180 uren, met bevel, voor het geval dat verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 90 dagen. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd dat aan verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 jaar, met een proeftijd van 2 jaren, wordt opgelegd.
7.2.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht om bij het bepalen van de straf rekening te houden met artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) en de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Wat betreft de straf wordt een voorwaardelijke gevangenisstraf, zo nodig gecombineerd met een taakstraf, passend geacht.
7.3.
Oordeel van de rechtbank
De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.
De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.
Ernst van de feiten
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan meerdere strafbare feiten. Zo heeft hij zich gedurende ruim één jaar – in vereniging – schuldig gemaakt aan computervredebreuk en vervolgens Allekabels afgedreigd. Daarnaast was hij in het bezit van software benodigd voor phishing en gestolen databases met privacygevoelige gegevens van miljoenen mensen. Ook heeft hij zich schuldig gemaakt aan gewoontewitwassen van € 126.740,15. Verdachte heeft er door zijn handelen voor gezorgd dat meerdere bedrijven slachtoffer zijn geworden van computervredebreuk, waarbij op grote schaal persoonlijke gegevens van consumenten zijn buit gemaakt. Zijn handelen heeft grote financiële schade voor deze bedrijven tot gevolg gehad. Verdachte en zijn mededader hebben gedreigd om vertrouwelijke informatie openbaar te maken waardoor Allekabels – naast financiële schade – ook reputatieschade dreigde op te lopen. Het betreft ernstige feiten met grote gevolgen voor de bedrijven die slachtoffer zijn geworden. De rechtbank neemt het verdachte kwalijk dat hij zijn grote digitale kennis en vaardigheden heeft ingezet om zichzelf op deze (strafbare) wijze te verrijken.
Persoon van verdachte
De rechtbank heeft acht geslagen op het Uittreksel Justitiële Documentatie (het strafblad) van verdachte van 11 februari 2026. Hieruit blijkt dat hij eerder, te weten op 19 juni 2023, is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor onder meer het voorhanden hebben van niet-openbare gegevens en witwassen. Dit betrof feiten die verdachte gedeeltelijk in dezelfde periode heeft gepleegd als de thans aan de orde zijnde feiten. De veroordeling daarvoor was gelegen na de pleegperiode van de in dit vonnis bewezenverklaarde feiten, waardoor artikel 63 Sr Pro van toepassing is. Hiermee zal de rechtbank ten voordele van verdachte rekening houden in de strafmaat. Verder zal de rechtbank rekening houden met de overige persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals het gegeven dat hij na een lange detentie inmiddels weer op vrije voeten is, weer aan het werk is en dat zijn vrouw momenteel ziek is en een WIA-uitkering ontvangt.
Straf
De rechtbank is van oordeel dat de bewezenverklaarde feiten zo ernstig zijn dat zij op zichzelf zonder meer een onvoorwaardelijke gevangenisstraf rechtvaardigen. De rechtbank constateert dat er geen sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn, aangezien de eerste daad van vervolging pas plaatsvond op 17 januari 2025, toen het Openbaar Ministerie de concept tenlastelegging naar de raadsman van verdachte heeft gestuurd. Wel stelt de rechtbank vast dat de bewezenverklaarde feiten oud zijn en dat het lang heeft geduurd voordat de zaak inhoudelijk behandeld kon worden, te meer nu verdachte reeds op 31 januari 2023 als verdachte is gehoord. De rechtbank zal daar in strafverminderende zin rekening mee houden. Alles afwegend - waarbij de recente bestraffing van verdachte en de door hem ondergane detentie een zeer gewichtige rol spelen - vindt de rechtbank de straf die de officier van justitie geëist heeft passend. Zij zal aan verdachte daarom een taakstraf voor de duur van 180 uren en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen voor de duur van 1 jaar. Aan het voorwaardelijke deel van de straf verbindt de rechtbank een proeftijd voor de duur van 2 jaren.

8.Beslag

Onder verdachte zijn de volgende voorwerpen in beslag genomen:
- 1 STK Rechten aan toonder; betreft crypto (Omschrijving: € 3.300,48 is de tegenwaarde van XMR (24,69591XMR en 0,1 XMR), voorwerpnummer: ADRDD21005_771784);
- 1 STK Rechten aan toonder; betreft crypto (Omschrijving: € 13.408,- is de tegenwaarde van Bitcoins (0,85969029 BTC), voorwerpnummer: ADRDD21005_771793);
- 1 STK Rechten aan toonder; betreft crypto (Omschrijving: € 379,57 is de tegenwaarde van Bitcoins (0,01290945 BTC, 0,00101506 BTC en 0,01 BTC), voorwerpnummers ADRDD21005_771795 en ADRDD21005_771796).
Verbeurdverklaring
De voorwerpen behoren aan verdachte toe. Nu deze voorwerpen geheel of grotendeels door middel van of uit de baten van het onder 5 bewezen geachte zijn verkregen, worden deze voorwerpen verbeurdverklaard.

9.Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij Allekabels vordert primair betaling van € 261.500,- aan vergoeding voor materiële schade en subsidiair € 113.068,35, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel
,alsmede € 2.051,- aan proceskosten.
9.1.
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen tot een bedrag van € 113.068,35, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Dit bedrag is lager dan gevorderd, omdat de officier van justitie – anders dan de benadeelde partij – is uitgegaan van de waarde van bitcoin ten tijde van het plegen van het feit. Vanwege het medeplegen dient de vordering hoofdelijk te worden toegewezen.
9.2.
Standpunt van de verdediging
De vordering moet primair niet-ontvankelijk worden verklaard, omdat verdachte moet worden vrijgesproken van de afdreiging van Allekabels (feit 2). Mocht de rechtbank toch tot een bewezenverklaring komen, dan moet subsidiair het gedeelte van de schade dat is gebaseerd op het koersverschil ten opzichte van destijds worden afgewezen, dan wel niet-ontvankelijk worden verklaard. Bovendien kan alleen een bedrag ter hoogte van € 34.867,90 worden toegewezen, aangezien er enkel ten aanzien van het geldbedrag dat verdachte heeft ontvangen een rechtstreeks verband met de geleden schade bestaat.
9.3.
Oordeel van de rechtbank
Vast staat dat aan de benadeelde partij door het onder 2 bewezenverklaarde rechtstreeks materiële schade is toegebracht.
Het primair gevorderde bedrag is niet toewijsbaar, omdat onvoldoende is onderbouwd dat de waardevermeerdering van de bitcoin kan worden aangemerkt als schade voor Allekabels. De rechtbank is van oordeel dat de vordering tot vergoeding van materiële schade toewijsbaar is tot een bedrag van in totaal € 113.068,35, vermeerderd met de wettelijke rente.
Niet duidelijk is per welke datum de verschillende betalingen door AlleKabels zijn verricht. Daarom is de wettelijke rente toewijsbaar vanaf 1 januari 2023, gelet op het feit dat door Alle Kabels is verklaard dat zij eind 2022 zijn gestopt met betalen.
De vordering zal voor het overige worden afgewezen.
Hoofdelijk
De rechtbank bepaalt dat voornoemd toegewezen schadevergoedingsbedrag hoofdelijk wordt opgelegd, aangezien er sprake is van medeplegen.
Schadevergoedingsmaatregel
De rechtbank zal de hierna te noemen schadevergoedingsmaatregel opleggen, aangezien verdachte jegens het slachtoffer Allekabels, naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder 2 bewezen geachte feit is toegebracht. De rechtbank waardeert deze op een bedrag van € 113.068,35.
Kosten rechtsbijstand
Kosten van rechtsbijstand komen in aanmerking voor vergoeding op grond van artikel 532 Wetboek Pro van Strafvordering. Een redelijke uitleg van dit artikel brengt mee dat bij de begroting van deze kosten dezelfde maatstaf wordt gehanteerd als in civiele procedures. De rechtbank zal de kosten aan de hand van het liquidatietarief, uitgaande van het toegewezen bedrag aan schadevergoeding, bepalen op € 2.051,- (één punt voor het werk in de voorfase, het opstellen en het indienen van de vordering).

10.Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a, 36f, 47, 57, 63, 138ab, 139g, 318 en 420ter van het Wetboek van Strafrecht.

11.Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
Verklaart het
onder 3 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.
Verklaart bewezen dat verdachte het
onder 1, 2 primair, 4 en 5 primair ten laste gelegde heeft begaanzoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.
Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
Het bewezenverklaarde levert op:
Ten aanzien van feit 1:
medeplegen van computervredebreuk, terwijl de dader vervolgens gegevens die zijn opgeslagen, worden verwerkt of worden overgedragen door middel van het geautomatiseerde werk waarin hij zich wederrechtelijk bevindt, voor zichzelf of een ander overneemt, meermalen gepleegd
Ten aanzien van feit 2 primair:
medeplegen van afdreiging
Ten aanzien van feit 4:
medeplegen van niet-openbare gegevens verwerven of voorhanden hebben, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van deze gegevens wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat deze door misdrijf zijn verkregen, meermalen gepleegd
Ten aanzien van feit 5 primair:
medeplegen van van het plegen van witwassen een gewoonte maken
Verklaart het bewezenverklaarde
onder 4 ten aanzien van Allekabels en Scoupy niet strafbaaren
ontslaatverdachte daarvoor
van alle rechtsvervolging.
Verklaart het overige bewezene strafbaar.
Verklaart verdachte,
[verdachte], daarvoor strafbaar.
Veroordeelt verdachte tot een
taakstrafvoor de duur van
180 (honderdtachtig) uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 90 (negentig) dagen.
Veroordeelt verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
1 (één jaar).
Bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer gelegd zal worden, tenzij later anders wordt bevolen.
Stelt daarbij een
proeftijdvan
2 (twee) jarenvast.
De tenuitvoerlegging kan worden bevolen als de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit.
Beslag
Verklaart verbeurd:
- 1 STK Rechten aan toonder; betreft crypto (Omschrijving: € 3.300,48 is de tegenwaarde van XMR (24,69591XMR en 0,1 XMR), voorwerpnummer: ADRDD21005_771784);
- 1 STK Rechten aan toonder; betreft crypto (Omschrijving: € 13.408,- is de tegenwaarde van Bitcoins (0,85969029 BTC), voorwerpnummer: ADRDD21005_771793);
- 1 STK Rechten aan toonder; betreft crypto (Omschrijving: € 379,57 is de tegenwaarde van Bitcoins (0,01290945 BTC, 0,00101506 BTC en 0,01 BTC), voorwerpnummers ADRDD21005_771795 en ADRDD21005_771796).
Vordering benadeelde partij
Wijst de vordering van de benadeelde partij Allekabels toe tot een bedrag van € 113.068,35 (honderddertienduizend achtenzestig euro en vijfendertig eurocent) aan vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 1 januari 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening.
Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan Allekabels voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens anderen is betaald.
Veroordeelt verdachte voorts hoofdelijk in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op € 2.051,-.
Wijst de vordering voor het overige af.
Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor zover hij – of zijn mededader – heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichting tot vergoeding van deze schade.
Schadevergoedingsmaatregel
Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van Allekabels aan de Staat € 113.068,35 (honderddertienduizend achtenzestig euro en vijfendertig eurocent) te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 1 januari 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 365 (driehonderdvijfenzestig) dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte of een ander aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.
Dit vonnis is gewezen door
mr. B. Vogel, voorzitter,
mrs. M. Nieuwenhuijs en G.J.M. Kruizinga, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. A.V. Koppelman, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 2 juni 2026.