Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:5512

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
25 mei 2026
Publicatiedatum
2 juni 2026
Zaaknummer
AMS 25/3325
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:13 AwbArt. 2:15 AwbArt. 8:4 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank verklaart zich onbevoegd in beroep tegen weigering elektronische indiening bezwaarschrift

Eiseres diende een bezwaarschrift per e-mail in tegen een besluit van de korpschef van politie, maar de korpschef weigerde dit in behandeling te nemen omdat de elektronische indiening niet was toegestaan zonder dat het bestuursorgaan kenbaar had gemaakt dat deze weg openstond.

Eiseres stelde dat op grond van artikel 2:13 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) elektronische indiening wel mogelijk was, maar de korpschef verwees naar artikel 2:15 Awb Pro en gaf aan dat alleen indiening via elektronische weg mogelijk is als het bestuursorgaan dit expliciet heeft geopend.

De rechtbank kwalificeerde de mededelingen van de korpschef als bedoeld in artikel 2:15, vierde lid, Awb en oordeelde dat op grond van artikel 8:4, eerste lid, aanhef en onder a, Awb geen beroep openstaat tegen deze weigering. Daarom verklaarde de rechtbank zich onbevoegd om van het beroep kennis te nemen en wees het beroep af zonder proceskostenveroordeling.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het beroep tegen de weigering van elektronische indiening van het bezwaarschrift.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 25/3325

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 mei 2026 in de zaak tussen

[eiseres], uit [woonplaats], eiseres

en

de korpschef van politie

(gemachtigde: mr. P. van der Schot).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de weigering van de korpschef om het bezwaarschrift van eiseres in behandeling te nemen. Eiseres had het bezwaarschrift per e-mail ingediend, maar dat was volgens de korpschef niet toegestaan. Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat zij onbevoegd is om van het beroep kennis te nemen, omdat in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een dergelijke weigering uitgezonderd is van beroep. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Met het besluit van 15 mei 2025 heeft de korpschef beslist op het Woo-verzoek [1] van eiseres. Eiseres heeft op 23 mei 2025 per e-mail aan de korpschef laten weten hiertegen bezwaar te maken. Op 26 mei 2025 heeft de korpschef laten weten dat de elektronische weg voor het indienen van een bezwaarschrift niet openstaat. Eiseres is er daarbij op gewezen dat zij haar bezwaarschrift wel per post kan indienen. Eiseres heeft hierop laten weten dat volgens haar uit artikel 2:13 van Pro de Awb valt af te leiden dat een bewaarschrift wél elektronisch kan worden ingediend. De korpschef heeft vervolgens op 28 mei 2025 laten weten dat dit juist is, maar alleen als het bestuursorgaan kenbaar heeft gemaakt dat de elektronische weg is geopend. Daarbij heeft de korpschef verwezen naar artikel 2:15, eerste lid van de Awb. De korpschef heeft eiseres ook in de gelegenheid gesteld om het verzuim te herstellen.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de e-mail van 28 mei 2025. De korpschef heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 11 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft alleen de gemachtigde van de korpschef deelgenomen. Eiseres heeft zich voorafgaand aan de zitting afgemeld.

Beoordeling door de rechtbank

3. Voordat de rechtbank de beroepsgronden inhoudelijk behandelt, moet zij ambtshalve beoordelen of zij bevoegd is om van het beroep kennis te nemen.
3.1.
Uit de tekst van artikel 2:15, eerste lid, van de Awb, zoals die destijds gold, volgde dat een bericht alleen elektronisch naar een bestuursorgaan kan worden verzonden, voor zover het bestuursorgaan kenbaar heeft gemaakt dat deze weg is geopend. In het vierde lid staat dat een bestuursorgaan een weigering op grond van dit artikel zo snel mogelijk aan de afzender meedeelt.
3.2.
De rechtbank kwalificeert de mails van de korpschef van 26 mei en 28 mei 2025 als mededelingen als bedoeld in artikel 2:15, vierde lid, van de Awb. Op grond van artikel 8:4, eerste lid, aanhef en onder a, van de Awb staat hiertegen geen beroep open. [2] De rechtbank is daarom niet bevoegd om van het beroep kennis te nemen.

Conclusie en gevolgen

4. De rechtbank is onbevoegd. Zij mag de zaak dus niet behandelen. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M. Hansen-Löve, rechter, in aanwezigheid van mr. M.L. Pijpers, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 28 mei 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Een verzoek op grond van de Wet open overheid.
2.Zie ook ABRvS 4 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2223.