8.3Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen maatregel, gelet op de aard en de ernst van wat bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
Ernst van het feit
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan winkeldiefstal. Dit is een hinderlijk feit waarbij vaak financiële schade voor de winkelier ontstaat. Verdachte heeft hierbij geen oog gehad voor de belangen van het bedrijf waar hij de goederen heeft gestolen.
Persoon van de verdachte
Uit het uittreksel Justitiële Documentatie (het strafblad) van verdachte van 29 december 2025 volgt dat verdachte in de afgelopen vijf jaar meermalen tot een gevangenisstraf voor winkeldiefstal is veroordeeld.
De rechtbank heeft kennisgenomen van het rapport van Inforsa van 24 december 2025, opgemaakt door [reclasseringsmedewerker 1] , reclasseringswerker en [reclasseringsmedewerker 2] , unitmanager. Dit rapport houdt – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende in:
Verdachte ervaart problemen op vrijwel alle leefgebieden. Hij is dakloos, heeft geen werk of dagbesteding, er is sprake van overmatig alcoholgebruik, een verstandelijke beperking en een indicatie via Wet Langdurige Zorg. Verdachte zit in een vicieuze cirkel waarbij hij geen werk/dagbesteding heeft, rondhangt met een negatief sociaal netwerk, middelen gebruikt en (vermogens)delicten pleegt. In het verleden zijn verschillende begeleid woontrajecten en reclasseringstoezichten negatief verlopen, doordat verdachte uit beeld was, zijn afspraken niet nakwam en zich onvoldoende conformeerde aan de regels. Vanwege het negatieve verloop van het drangkader is de reclassering van mening dat verdachte momenteel zowel aan de harde-, als zachte criteria voor opleggen van de ISD-maatregel voldoet. De reclassering is van mening dat alles is geprobeerd in de tot nu toe beschikbare kaders en dat een ISD-maatregel een positieve gedragsverandering zou kunnen bewerkstelligen. De ISD-maatregel kan op dit moment de beste kansen bieden voor het stabiliseren van verdachte zijn situatie, vooral met betrekking tot zijn woonsituatie, middelengebruik en dagbesteding. Zo kan de vicieuze cirkel doorbroken worden waar verdachte makkelijker kan werken aan een stabielere basis en het automatiseren van nieuwe patronen.
De reclassering acht de kans op recidive hoog indien verdachte in de vicieuze cirkel van problemen op het gebied van wonen, middelen en werken blijft. Het risico op onttrekking aan voorwaarden wordt eveneens hoog ingeschat.
De rechtbank heeft ter terechtzitting reclasseringswerker [reclasseringsmedewerker 3] , collega van reclasseringswerker [reclasseringsmedewerker 1] , als deskundige gehoord. Zij heeft verklaard achter het reclasseringsrapport te staan, benadrukte dat er langdurige professionele zorg voor verdachte nodig is en dat ten behoeve van de uitvoering hiervan gedurende de ISD-maatregel diagnostiek bij verdachte moet plaatsvinden. Gelet op de verwachte duur die hiervoor nodig is, dient de ISD-maatregel niet beperkt te worden tot één jaar. Tot slot heeft de deskundige verklaard dat een voorwaardelijke strafdeel te vrijblijvend wordt geacht voor verdachte en het risico op recidive dan hoog is.
Motivering van de ISD-maatregel
De rechtbank stelt vast dat ten aanzien van het bewezen geachte feit aan alle voorwaarden is voldaan die artikel 38m van het Wetboek van Strafrecht aan het opleggen van de ISD-maatregel stelt. Hiervoor is bewezen verklaard dat verdachte een misdrijf heeft begaan waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. Uit het uittreksel Justitiële Documentatie van 29 december 2025 blijkt dat verdachte gedurende de vijf jaren voorafgaand aan het bewezenverklaarde feit ten minste driemaal wegens een misdrijf onherroepelijk is veroordeeld tot een vrijheidsbenemende straf, terwijl het in dit vonnis bewezen verklaarde feit is begaan na tenuitvoerlegging van deze straffen en er, zoals blijkt uit de hiervoor genoemde rapportage, ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan. Blijkens het uittreksel Justitiële Documentatie van 29 december 2025 is ook voldaan aan de eisen die de “Richtlijn voor Strafvordering bij meerderjarige veelplegers” van het Openbaar Ministerie stelt: verdachte is een zeer actieve veelpleger, die over een periode van vijf jaren processen-verbaal tegen zich zag opgemaakt worden voor meer dan tien misdrijven, waarvan ten minste één in de laatste twaalf maanden, terug te rekenen vanaf de pleegdatum van het laatst gepleegde feit. Verder eist de veiligheid van personen of goederen het opleggen van deze maatregel, gezien de ernst en het aantal door verdachte begane soortgelijke feiten.
Verdachte is recent meermalen veroordeeld voor vermogensdelicten. De (deels) voorwaardelijke straffen die hierbij aan verdachte zijn opgelegd hebben niet geleid tot gedragsverandering en verdachte is niet in staat gebleken om zich te houden aan de voorwaarden binnen een voorwaardelijk strafdeel teneinde gedragsverandering te realiseren. Gelet op het advies van de reclassering, die van mening is dat alles is geprobeerd in de tot nu toe beschikbare kaders, acht de rechtbank het niet zinvol om de reclassering opdracht te geven om te rapporteren over de mogelijkheid tot het opleggen van bijzondere voorwaarden.
Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat aan de harde en zachte criteria voor het opleggen van een ISD-maatregel is voldaan en dat de veiligheid van personen of goederen het opleggen van deze maatregel eist. De rechtbank zal de ISD-maatregel niet voorwaardelijk aan verdachte opleggen, omdat de rechtbank gelet op het voorgaande niet verwacht dat verdachte in staat zal zijn om zich aan voorwaarden te houden.
Om de beëindiging van de recidive van verdachte en het leveren van een bijdrage aan de oplossing van zijn problematiek, waarvoor ten behoeve van het uitvoeren van diagnostiek een langdurig kader nodig als ook voor het bewerkstelligen van de benodigde professionele hulp, alle kansen te geven en voorts ter optimale bescherming van de maatschappij, is het van groot belang dat voldoende tijd wordt genomen om de ISD-maatregel ten uitvoer te leggen. Daarom zal de rechtbank de maatregel voor de maximale termijn van twee jaren opleggen en de tijd die door verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht niet in mindering brengen op de duur van de maatregel.