ECLI:NL:RBAMS:2026:548

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
16 januari 2026
Publicatiedatum
26 januari 2026
Zaaknummer
13/150320-24
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging van bijzondere voorwaarden na veroordeling tot voorwaardelijke straf

Op 16 januari 2026 heeft de Rechtbank Amsterdam een beschikking gegeven in de zaak met parketnummer 13/150320-24. De rechtbank heeft de vordering van de officier van justitie tot wijziging van de bijzondere voorwaarden opgelegd bij een eerder vonnis van 26 maart 2025, waarin de veroordeelde een gevangenisstraf van achttien maanden kreeg opgelegd, waarvan vijftien maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De bijzondere voorwaarde die werd gewijzigd betreft het locatieverbod, dat oorspronkelijk inhield dat de veroordeelde zich niet binnen een straal van vijf kilometer rondom een specifiek adres mocht bevinden, met elektronische monitoring. De officier van justitie heeft op basis van een advies van de reclassering verzocht om deze voorwaarde te versoepelen, gezien de positieve ontwikkeling van de veroordeelde tijdens de proeftijd. De rechtbank heeft de vordering van de officier van justitie toegewezen en het locatieverbod gewijzigd, zodat de veroordeelde zich enkel niet meer mag begeven in het stadsdeel Amsterdam-Noord. De beslissing is genomen op basis van artikel 14f, tweede lid van het Wetboek van Strafrecht, en is uitgesproken in aanwezigheid van de rechters en de griffier.

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummers: 13/150320-24 (zaak A), 13/156601-24 (zaak B) en 13/310796-23 (zaak C)
Datum beslissing: 16 januari 2026

Beslissing na veroordeling tot voorwaardelijke straf

Beslissing op vordering van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam tot wijziging van de bijzondere voorwaarden opgelegd bij onherroepelijk geworden vonnis van 26 maart 2025 in de strafzaak tegen:

[veroordeelde] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 2] 2005,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [adres 1] ,
hierna: de veroordeelde.
De veroordeelde is bij eerder genoemd vonnis veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 (achttien) maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 15 (vijftien) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. De rechtbank heeft daarbij onder andere de volgende bijzondere voorwaarde gesteld:
- “Locatieverbod (met elektronische monitoring)
De veroordeelde bevindt zich niet in een straal van 5 kilometer rondom de [adres 2] . De veroordeelde werkt mee aan elektronische monitoring op dit locatieverbod. De veroordeelde gaat niet naar het buitenland zonder toestemming van de reclassering, omdat het voor de elektronische monitoring nodig is dat de veroordeelde in Nederland blijft.”

De inhoud van de vordering

De vordering van de officier van justitie strekt tot het wijzigen van deze bijzondere voorwaarde conform het advies van de reclassering van 10 oktober 2025.

De procesgang

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, van de op de vordering betrekking hebbende stukken en van wat de officier van justitie, mr. M.L. Firet, en de veroordeelde en zijn raadsman, mr. T.H.L. Kneepkens, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.

De standpunten

De officier van justitie heeft ter onderbouwing van haar vordering verwezen naar het advies van de reclassering tot het wijzigen van de bijzondere voorwaarden. De reclassering adviseert het Openbaar Ministerie om, gelet op de positieve lijn die verdachte gedurende zijn lopende proeftijd heeft ingezet, de formulering van de bijzondere voorwaarde “Locatieverbod (met elektronische monitoring)” te wijzigen. De reclassering is van mening dat deze bijzondere voorwaarde zoals thans geformuleerd geen toegevoegde waarde meer heeft en stelt voor om in plaats daarvan, rekening houdend met de slachtoffers in de onderliggende strafzaak, het locatieverbod zo te formuleren dat de veroordeelde zich enkel niet mag bevinden in het stadsdeel Amsterdam-Noord .
De raadsman heeft namens de veroordeelde verzocht om de vordering toe te wijzen.

De beoordeling

De rechtbank zal de vordering van de officier van justitie toewijzen. Dat betekent dat de aan de veroordeelde opgelegde bijzondere voorwaarde “Locatieverbod (met elektronische monitoring)” wordt gewijzigd, in zoverre dat de veroordeelde zich niet meer mag begeven in het stadsdeel Amsterdam-Noord .

De beslissing

De rechtbank wijzigt op grond van artikel 14f, tweede lid van het Wetboek van Strafrecht de bijzondere voorwaarde, zodat de bijzondere voorwaarde “Locatieverbod (met elektronische monitoring)” als volgt komt te luiden:
“De veroordeelde bevindt zich niet in het stadsdeel Amsterdam-Noord . De veroordeelde werkt mee aan elektronische monitoring op dit locatieverbod. De veroordeelde gaat niet naar het buitenland zonder toestemming van de reclassering, omdat het voor de elektronische monitoring nodig is dat de veroordeelde in Nederland blijft.”
Deze beslissing is gegeven door:
mr. R.A. Overbosch, voorzitter,
mr. D. Bode en mr. I. Timmermans, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. S.M. Zoetelief, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 16 januari 2026.