Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:5457

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
12 mei 2026
Publicatiedatum
1 juni 2026
Zaaknummer
13-067532-26
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 321 SrArt. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 7 OLWArt. 22 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel wegens georganiseerde diefstal en verduistering

De rechtbank Amsterdam heeft op 26 mei 2026 uitspraak gedaan over de vordering van de officier van justitie tot in behandeling neming van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het Amtsgericht Osnabrück in Duitsland. De opgeëiste persoon, een Chileense zonder vaste verblijfplaats in Nederland, werd verdacht van strafbare feiten waaronder georganiseerde of gewapende diefstal en verduistering.

Tijdens de zitting van 12 mei 2026 verscheen de opgeëiste persoon, bijgestaan door zijn advocaat en een telefonische tolk. De rechtbank verlengde de beslistermijn met 30 dagen en beval gevangenhouding tot sluiting van het onderzoek. Het EAB voldeed aan de eisen van de Overleveringswet (OLW), waarbij de feiten één tot en met zeven als lijstfeiten werden aangemerkt waarvoor geen dubbele strafbaarheid hoeft te worden getoetst.

Voor het achtste feit, verduistering, stelde de rechtbank vast dat aan het vereiste van dubbele strafbaarheid werd voldaan. Er waren geen weigeringsgronden en geen omstandigheden die aan overlevering in de weg stonden. De rechtbank stond daarom de overlevering toe en beval tevens de afgifte van in beslag genomen voorwerpen, waaronder identiteitspapieren en een telefoon, aan de Duitse justitiële autoriteit.

Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Duitsland toe en beveelt afgifte van in beslag genomen voorwerpen.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-067532-26
Datum uitspraak: 26 mei 2026
UITSPRAAK
op de vordering van 20 maart 2026 (en aanvulling daarop van 27 maart 2026) van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 18 februari 2026 door het
Amtsgericht Osnabrück, Duitsland, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[de opgeëiste persoon]
geboren op [geboortedag] 1986 te [geboorteplaats] (Chili)
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
gedetineerd in de [detentieadres]
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 12 mei 2026, in aanwezigheid van mr. W.L.M. van Poll, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. V.M. Hounjet, waarnemend voor mr. R.P. van der Graaf, beide advocaat in Utrecht, en door een telefonische tolk in de Spaanse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Chileense nationaliteit heeft.
3. Grondslag en inhoud van het EAB
Het EAB vermeldt een aanhoudingsbevel van het
Amtsgericht Osnabrückvan 18 februari 2026 met kenmerk 246 Gs (1410 Js 10136/26).
De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Duits recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB. [3]
Het EAB houdt verder een verzoek in om inbeslagname en afgifte van de voorwerpen die zijn aangetroffen in het bezit van de opgeëiste persoon.

4.Strafbaarheid

4.1
Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW
De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten één tot en met zeven aan als zogenoemde lijstfeiten, die in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld, te weten:
georganiseerde of gewapende diefstal.
Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van de uitvaardigende lidstaat een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.
Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten één tot en met zeven waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.
4.2
Feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist
De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft feit acht niet aangeduid als feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, wanneer – kort gezegd - voldaan is aan het vereiste dat op het feit naar het recht van de uitvaardigende lidstaat een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste twaalf maanden is gesteld en dat het feit ook naar Nederlands recht strafbaar is.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.
Het feit levert naar Nederlands recht op:
verduistering.

5.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.
Hieruit volgt dat de afgifte van de in beslag genomen voorwerpen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit kan worden bevolen.

6.Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 321 Wetboek van Strafrecht en 2, 5, 7, 49 en 50 OLW.

7.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[de opgeëiste persoon]aan het
Amtsgericht Osnabrückvoor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
BEVEELTde afgifte van de in beslag genomen voorwerpen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit, te weten:
- identiteitspapieren (Chileens paspoort) (goednummer: PL0900-2026082124-3676972);
- identiteitspapieren (Chileense ID-kaart) (goednummer: PL0900-2026082124-3676975);
- telefoon, zwart (goednummer: PL0900-2026082124-3676961).
Deze uitspraak is gedaan door
mr. M. Scheeper, voorzitter,
mrs. E. van den Brink en C.M.S. Loven, rechters,
in tegenwoordigheid van mrs. M.J. Gauneau en E.H. Wisgerhof, griffiers,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 26 mei 2026.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 OLW Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie onderdeel e) van het EAB.