Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:5430

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
29 mei 2026
Publicatiedatum
1 juni 2026
Zaaknummer
c/13/788101/FA RK 26/4020
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:250 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Benoeming bijzondere curator voor minderjarigen in strafzaak tegen gezaghebbende ouders

De rechtbank Amsterdam heeft op 29 mei 2026 een beschikking gegeven tot de benoeming van een bijzondere curator voor twee minderjarigen die vermoedelijk slachtoffer zijn in een strafzaak tegen hun gezaghebbende vader en moeder. De vader is in voorlopige hechtenis, de moeder is verdachte maar niet in hechtenis. De minderjarigen worden vertegenwoordigd door mr. M.R.P. Hoppenbrouwer, die is benoemd om hun belangen te behartigen in de strafzaak.

De rechtbank overweegt dat de belangen van de minderjarigen strijdig kunnen zijn met die van hun ouders, waardoor een onafhankelijke vertegenwoordiging noodzakelijk is. De bijzondere curator krijgt de bevoegdheid om onder meer medische en jeugdbeschermingsstukken op te vragen en kan de minderjarigen zowel in als buiten rechte vertegenwoordigen. De benoeming geldt in principe voor de duur van de strafrechtelijke procedure.

Daarnaast zijn er kinderbeschermingsmaatregelen genomen, waaronder ondertoezichtstellingen en machtigingen tot uithuisplaatsing, en is er een echtscheidingsprocedure tussen de ouders. De bijzondere curator kan zijn taakopdracht uitbreiden indien nodig, bijvoorbeeld in het kader van zorg- en contactregelingen. De rechtbank draagt op dat eventuele schadevergoedingen worden beheerd via een bankrekening met een BEM-clausule ten behoeve van de minderjarigen.

De bijzondere curator dient binnen zes weken na het vonnis in de strafzaak te rapporteren aan de familiekamer van de rechtbank over de bijstand en de uitkomsten daarvan. De beschikking is uitgesproken in aanwezigheid van de griffier en de informanten, waaronder het Openbaar Ministerie en de Raad voor de Kinderbescherming.

Uitkomst: De rechtbank benoemt een bijzondere curator om de belangen van de minderjarigen in de strafzaak tegen hun ouders te behartigen.

Uitspraak

Beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht
Zaaknummer: c/13/788101 / FA RK 26/4020
Beschikking van 29 mei 2026 betreffende de benoeming van een bijzondere curator (art 1: 250 BW) ten behoeve van bijstand aan de minderjarige bij de vordering als slachtoffer in een strafzaak
met betrekking tot de minderjarigen:
[minderjarige 1], geboren op [geboortedag 1] 2015 te [geboorteplaats] en
[minderjarige 2], geboren op [geboortedag 2] 2016 te [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: de minderjarigen.
Als belanghebbenden zijn aangemerkt:
[de vader],
wonende te [plaats] , thans gedetineerd in de PI te [detentieadres] ,
hierna te noemen de vader,
mr. D. Gaasbeek te Amsterdam, advocaat in de strafzaak,
mr. J.J.M. Kleiweg te Amsterdam, advocaat in de echtscheidingsprocedure
en
[de moeder] ,
wonende te [plaats] ,
hierna te noemen de moeder,
mr. S. Kuijs te Heiloo, advocaat in de echtscheidingsprocedure.
Als informanten worden aangemerkt:
De
Officier van Justitiete Amsterdam in de zaak met het parketnummer
[parketnummer].
de Raad voor de Kinderbescherming,
regio Amsterdam, hierna te noemen: de Raad,
en
de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering te Amsterdam.
De procedure

1.Het verloop van de procedure

1.1
Middels dagvaarding (aangehecht) van 16 april 2026 met het parketnummer
[parketnummer]heeft de rechtbank de behandeling ten aanzien van de strafzaak tegen de vader in behandeling, waarbij op 20 mei 2026 middels een zogenaamde pro forma zitting de behandeling op zitting is begonnen.
1.2
De rechtbank heeft gezien dat de Officier van Justitie ook de moeder als verdachte ten aanzien van de minderjarigen heeft aangemerkt, die overigens thans niet in voorlopige hechtenis zit. Het openbaar ministerie heeft ten aanzien van de moeder nog geen vervolgingsbeslissing genomen.
1.3
De vader en de moeder zijn belast met de uitoefening van het gezag over de minderjarigen.
1.4
De rechtbank heeft ter zitting de mogelijkheid aan de orde gesteld dat voor de minderjarigen (ambtshalve) een bijzondere curator wordt benoemd. Zowel de vader als de Officier van Justitie hebben aangegeven in te stemmen met een ambtshalve benoeming dan wel hier niet afwijzend tegenover staan.
1.5
Op grond van artikel 1:250 Burgerlijk Pro Wetboek (BW) – kort gezegd en voor zover hier van belang – kan de rechtbank een bijzondere curator benoemen wanneer in aangelegenheden betreffende de verzorging en opvoeding van de minderjarigen de belangen van de met het gezag belaste ouders in strijd zijn met die van de minderjarigen, en zij die benoeming in het belang van de minderjarigen noodzakelijk acht. Daarbij neemt de rechter in het bijzonder de aard van de belangenstrijd in aanmerking.
1.6
De rechtbank overweegt dat er sprake is van een strafzaak tegen de gezaghebbende vader en een strafrechtelijke verdenking tegen de gezaghebbende moeder, waarbij de minderjarigen vermoedelijk slachtoffer zijn geworden door handelingen en/of gedrag zoals omschreven in voornoemde dagvaarding op grond waarvan de minderjarigen zich mogelijk als slachtoffer in het strafproces zouden willen voegen om aldaar gebruik te kunnen maken van hun rechten als slachtoffers in het strafproces, waaronder het indienen van een vordering tot schadevergoeding, het opvragen van stukken waar een slachtoffer recht op heeft en het uitoefenen van het spreekrecht. De bevoegdheid om stukken op te vragen omvat, wat de rechtbank betreft, tevens expliciet te bevoegdheid om eventuele medische stukken aangaande de minderjarigen en eventuele stukken van Raad van de Kinderbescherming, school en/of Jeugdbescherming aangaande de minderjarigen op te vragen.
Teneinde de belangen van de minderjarigen te behartigen acht de rechtbank het van belang de minderjarigen te laten bijstaan door een bijzondere curator. Dit belang acht de rechtbank ook aanwezig, indien het Openbaar Ministerie mogelijk ten aanzien van de moeder zal beslissen niet tot vervolging over te gaan.
1.7
De rechtbank overweegt voorts dat het in het belang van de minderjarigen is dat de te benoemen bijzondere curator geheel onafhankelijk is, gelet op de mogelijke voortdurende strijdige belangen met de ouders,. De bijzondere curator zal de belangen van de minderjarigen in deze (straf)za(a)k(en) tegen de vader en/of moeder behartigen en kan de minderjarigen zowel in als buiten rechte vertegenwoordigen.
1.8
Mr. M.R.P. Hoppenbrouwer, advocaat te Amsterdam, heeft zich bereid verklaard de taak van bijzondere curator op zich te nemen.
1.9
De rechtbank zal mr. Hoppenbrouwer als bijzondere curator benoemen en hem opdragen de belangen van voornoemde minderjarigen te behartigen in de strafza(a)k(en) tegen de vader en/of de moeder.
1.1
De rechtbank benoemt de bijzondere curator in principe voor de duur van de (strafrechtelijke) procedure(s). Van de bijzondere curator wordt verwacht dat deze de rechtbank (in het kader van diens benoeming) uiterlijk binnen 6 weken na de datum van uitspreken van het vonnis in de strafzaak zal rapporteren bij de familiekamer van de rechtbank over de resultaat van de bijstand.
Daarbij dient er voor te worden gezorgd dat, indien een schadevergoeding is toegekend, deze schadevergoeding wordt uitgekeerd op een bankrekening van de minderjarigen met een zogeheten BEM-Clausule [1] .
1.11
Voorts heeft de rechtbank vernomen dat er ten behoeve van de kinderen kinderbeschermingsmaatregelen zijn genomen waarbij er ondertoezichtstellingen en ook machtigingen uithuisplaatsing (op 4 en 16 februari en 12 mei 2026) zijn uitgesproken, terwijl rechtbank ook in het kader van de echtscheidingsprocedure eerder een voorlopige voorziening (5 maart 2026) en onlangs ook de echtscheiding (op 7 mei 2026) heeft uitgesproken. Ten behoeve van de bijstand van de bijzondere curator zullen de ter zake uitgesproken beschikkingen worden aangehecht.
1.12
Het staat de bijzondere curator vrij om uitbreiding van zijn taakopdracht aan de rechtbank (via Team Familie&Jeugd) te vragen wanneer hij dat bijvoorbeeld in het kader van een zorg -en contactregeling tussen ouders en de minderjarigen (in de echtscheidingsprocedure) of in het kader van de jeugdbeschermingsmaatregelen in het belang van de minderjarigen acht.

2.De beslissing

De rechtbank:
- benoemt met ingang van heden tot bijzondere curator over de minderjarige(n):
Mr. M.R.P. Hoppenbrouwer, advocaat, kantoorhoudende te Amsterdam bij van der Meij Advocaten,
aan de [adres] , telefoonnummer; [telefoonnummer] ;
- draagt de bijzondere curator op ervoor zorg te laten dragen dat eventuele schadevergoedingen worden uitgekeerd op een bankrekening van de minderjarigen voorzien van een BEM-clausule,
en draagt de griffier op de volgende stukken aan de bijzondere curator te zenden:
- de dagvaarding in de strafzaak van de man;
- de beschikkingen ten aanzien van de ondertoezichtstellingen en ook machtigingen uithuisplaatsingen (op 4 en 16 februari en 12 mei 2026);
- de beschikkingen in het kader van de echtscheidingsprocedure van 5 maart 2026 en 7 mei 2026;
  • draagt de griffier voorts op deze beschikking
  • draagt de bijzondere curator op om uiterlijk 6 weken na de datum van het vonnis van de rechtbank in de strafzaak te rapporten aan Team Familie&Jeugd van de rechtbank over de uitkomsten en mogelijke vervolg.
Deze beschikking is gegeven door mrs. G.M. Beunk, A.A. Spoel en D.M.S. Gribling, rechters en tevens kinderrechters, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 mei 2026, in tegenwoordigheid van mr. A.M. Essink, griffier.

Voetnoten

1.De rekening met BEM-clausule (BEM staat voor Belegging, Erfenis en andere gelden Minderjarigen) houdt in dat gedurende de minderjarigheid de hoofdsom wordt geblokkeerd en alleen de rente opgenomen kan worden. Slechts met toestemming van de kantonrechter kan gedurende die periode een deel of de gehele hoofdsom ten behoeve van de minderjarige worden opgenomen. Voor het opnemen van de rente is geen toestemming van de kantonrechter benodigd, mits het vruchtgenot niet is uitgesloten. Op het moment dat de minderjarige meerderjarig wordt, kan zij vrij over de hoofdsom beschikken.