Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling
3.Beslissing
.
Rechtbank Amsterdam
De Rechtbank Amsterdam heeft op 18 mei 2026 een beschikking gegeven inzake een verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) tot het verlenen van een rechterlijke machtiging voor opname en verblijf van betrokkene, geboren in 1973, op grond van de Wet zorg en dwang (Wzd).
Betrokkene lijdt aan een verstandelijke beperking in combinatie met een psychische stoornis, wat leidt tot ernstig nadeel zoals levensgevaar, lichamelijk letsel en maatschappelijke teloorgang. De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om dit ernstig nadeel te voorkomen, en er zijn geen minder ingrijpende mogelijkheden beschikbaar. Betrokkene verzet zich tegen de opname en zorgverlening, zowel verbaal als non-verbaal, en weigert medicatie en persoonlijke verzorging.
De rechtbank heeft betrokkene gehoord op haar kamer, waar zij aangaf de machtiging onzin te vinden. De zitting vond daarna plaats zonder haar aanwezigheid. De raadsvrouw heeft verzocht de duur van de machtiging te beperken vanwege de belasting voor betrokkene. De rechtbank acht een termijn van zes maanden passend, met het oog op een toekomstige evaluatie en mogelijke verlenging. De beschikking is op 18 mei 2026 mondeling gegeven en op 22 mei schriftelijk uitgewerkt.
Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden wegens ernstig nadeel en het ontbreken van minder ingrijpende alternatieven.