ECLI:NL:RBAMS:2026:5350

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
18 mei 2026
Publicatiedatum
29 mei 2026
Zaaknummer
C/13/786867 / FA RK 26/3309
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 24 WzdArt. 25 WzdArt. 26 Wzd
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf op grond van de Wet zorg en dwang

De Rechtbank Amsterdam heeft op 18 mei 2026 een beschikking gegeven inzake een verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) tot het verlenen van een rechterlijke machtiging voor opname en verblijf van betrokkene, geboren in 1973, op grond van de Wet zorg en dwang (Wzd).

Betrokkene lijdt aan een verstandelijke beperking in combinatie met een psychische stoornis, wat leidt tot ernstig nadeel zoals levensgevaar, lichamelijk letsel en maatschappelijke teloorgang. De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om dit ernstig nadeel te voorkomen, en er zijn geen minder ingrijpende mogelijkheden beschikbaar. Betrokkene verzet zich tegen de opname en zorgverlening, zowel verbaal als non-verbaal, en weigert medicatie en persoonlijke verzorging.

De rechtbank heeft betrokkene gehoord op haar kamer, waar zij aangaf de machtiging onzin te vinden. De zitting vond daarna plaats zonder haar aanwezigheid. De raadsvrouw heeft verzocht de duur van de machtiging te beperken vanwege de belasting voor betrokkene. De rechtbank acht een termijn van zes maanden passend, met het oog op een toekomstige evaluatie en mogelijke verlenging. De beschikking is op 18 mei 2026 mondeling gegeven en op 22 mei schriftelijk uitgewerkt.

Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden wegens ernstig nadeel en het ontbreken van minder ingrijpende alternatieven.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd
zaaknummer / rekestnummer: C/13/786867 / FA RK 26/3309
Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf
Beschikking van 18 mei 2026,van de Rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een machtiging voor de duur van zes maanden als bedoeld in artikel 24 e.v. van de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1973,
wonende te [woonplaats] , [adres 1] ,
verblijvende te [verblijfplaats] , [adres 2] ,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. M.A. Muntjewerf te Amsterdam,
zorgaanbieder: AMSTA, locatie [locatie 1] .

1.Procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 23 april 2026.
De eerste mondelinge behandeling van het verzoek stond gepland op woensdag 13 mei 2026, de behandeling is aangehouden en opnieuw gepland.
De uiteindelijke mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 18 mei 2026 in het gebouw van de zorgaanbieder.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- betrokkene (gehoord op haar kamer);
- de raadsvrouw;
- mw. [persoon 1] , specialist ouderengeneeskunde;
- mw. [persoon 2] , arts.
De rechter heeft betrokkene gesproken op haar kamer. Betrokkene heeft aangegeven dat ze de rechterlijke machtiging niet wil en het onzin vindt. De zitting heeft daarna plaatsgevonden in een vergaderruimte zonder betrokkene.

2.Beoordeling

2.1.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een verstandelijke beperking gepaard gaand met een psychische stoornis.
2.2.
Deze verstandelijke handicap die gepaard gaat met een psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel. Dit ernstig nadeel bestaat uit levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige verwaarlozing of maatschappelijke teloorgang, de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept en de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
2.3.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.
2.4.
Er zijn geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene heeft blijvend begeleiding nodig op meerdere domeinen van haar leven. Betrokkene is vanuit een zeer ondervoede toestand opgenomen met brandwonden op haar
hoofd. De begeleiding thuis werd als zeer zwaar gevonden door betrokken ambulante teams. Begeleiders vonden het onverantwoord om betrokkene terug te laten keren naar huis. Voor betrokkene wordt een passende plek gezocht binnen een Wzd-accommodatie waar zorg, begeleiding en toezicht + wordt geboden.
2.5.
Gebleken is dat betrokkene zich verzet tegen de opname en het verblijf. Betrokkene
verzet zich zowel verbaal als non-verbaal. Betrokkene verzet zich tegen alle verschillende
onderdelen van de zorgverlening waardoor het leveren van cliëntgerichte zorg feitelijk niet
meer mogelijk is. Ze weigert hulp bij de persoonlijke verzorging én bepaalde zorgverleners
aan haar bed. Voorts weigert zij haar medicatie in te nemen. Ze geeft verbaal aan te willen
blijven zolang er nog geen andere woning is, doch zodra er één beschikbaar is gaat ze naar
huis. Betrokkene is recent – tegen advies in – door haar broer meegenomen voor een
wandeling. Zij was niet tijdig terug en werd daarmee onttrokken aan zorg.
2.6.
De raadsvrouw heeft namens betrokkene verzocht de termijn van de machtiging in duur te beperken. In het verzoek is opgenomen dat het belastend is voor betrokkene dus dat daarom een termijn voor twaalf maanden is opgenomen, maar het is voor betrokkene belangrijk om gezien en gehoord te worden. Bij de eerste zitting op 13 mei 2026 was zij daar klaar voor, maar door de gang van zaken is zij nu ontstemd en niet in staat om in gesprek te gaan.
De specialist ouderengeneeskunde heeft aangegeven betrokkene inderdaad te willen beschermen tegen elk half jaar een zitting. Betrokkene heeft een veilige plek nodig waar ze begeleiding krijgt die ze nodig heeft. Het plan is om haar over te plaatsen naar [locatie 2] .
Om het ernstig nadeel weg te nemen is een rechterlijke machtiging noodzakelijk. Betrokkene kan niet meer zelfstandig wonen en is het niet eens met de opname. De rechtbank ziet wel aanleiding om de machtiging in duur te beperken. Zij is door toedoen van omstandigheden buiten haar om (rechtbank te laat en artsen een spoedoproep) niet gehoord toen zij daar wel toe bereid was.. Zij zal in de komende periode worden overgeplaatst naar een passende plek (wat nu niet het geval is) en behandeling krijgen voor haar PTSS. Het is belangrijk om over een half jaar te kijken en bespreken met betrokkene wat zij wil, mocht een verlengingsverzoek worden ingediend. Mocht betrokkene dan niet gehoord willen worden omdat het te stressvol is kan er eventueel ook referteverklaring worden getekend indien zij wel instemt met een eventueel verlengingsverzoek.
2.7.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal worden verleend voor de duur van zes maanden.

3.Beslissing

De rechtbank:
verleent een machtiging tot opname en verblijf ten aanzien van [betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1973,
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 18 november 2026,
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is op 18 mei 2026 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door
mr. M. van der Kaay,, rechter, bijgestaan door D.L. Overduin als griffier en op 22 mei 2026 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open
.