Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.de vennootschap onder firma[eiser 1]
2. [eiser 2]wonende te [woonplaats 1]
3. de besloten vennootschap[eiser 3]gevestigd te [vestigingsplaats 2]
1.[gedaagde 1]wonende te [woonplaats 2]
2.[gedaagde sub 2]
- de conclusie van antwoord van [gedaagde 1] , met producties;
- het instructievonnis van 9 december 2025, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald;
- de dagbepaling van de mondelinge behandeling.
18 november 2025 ontbonden en opgeheven per 8 januari 2019 en uitgeschreven uit het handelsregister per 12 februari 2019.
3 juni 2029) wist wie zij moest aanspreken gaat dan ook niet op en is bovendien strijdig met de verklaring van [eiser 2] ter zitting, dat reeds in 2018 zijn rechtsbijstandsverzekeraar heeft geprobeerd een vordering in te stellen maar dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] alleen maar naar elkaar bleven wijzen. Volgens de huidige gemachtigde heeft [eisers] toen reeds op verschillende deuren geklopt maar gaf niemand thuis gaf en nam geen van partijen verantwoordelijkheid. Ook daaruit volgt dat [eisers] reeds in 2018 bekend was met de schade en op dat moment ook voldoende zekerheid had door wie die was veroorzaakt en wie daarvoor was aan te spreken, te weten [gedaagde 1] , [gedaagde 2] dan wel de aannemer
[gedaagde 3] . Zoals door de Hoge Raad overwogen, is absolute zekerheid over wie de veroorzaker is, geen vereiste. [eisers] had destijds haar vordering kunnen instellen tegen alle drie de partijen, zoals zij thans heeft gedaan.
7 augustus 2024 aansprakelijk gesteld en gesommeerd tot betaling, maar ook toen was sindsdien reeds vijf jaar verlopen, zodat de verjaring daarmee niet is gestuit conform ex artikel 3:317 lid 1 BW Pro. Aan [gedaagde 3] is bovendien in het geheel geen brief gestuurd, zoals [gedaagde 3] terecht naar voren heeft gebracht. Nu uit de stukken verder niet is op te maken dat [eisers] de vordering in de tussenliggende periode op andere wijze rechtsgeldig heeft gestuit, hebben [gedaagde 1] , [gedaagde 2] en [gedaagde 3] zich terecht beroepen op verjaring van de vordering.