De rechtbank Amsterdam heeft op 22 mei 2026 besloten de beslissing omtrent de tijd en plaats van de feitelijke overlevering van de opgeëiste persoon aan Spanje aan te houden. Dit verzoek tot uitstel werd gedaan door de officier van justitie omdat de opgeëiste persoon in Nederland nog een gevangenisstraf van 90 maanden moet uitzitten, die onherroepelijk is geworden na hoger beroep.
De opgeëiste persoon is momenteel gedetineerd in Nederland en de feitelijke overlevering kan daarom niet binnen de wettelijke termijn van tien dagen na de uitspraak plaatsvinden. De rechtbank weegt mee dat er redenen zijn om de opgeëiste persoon onder voorwaarden voorlopig ter beschikking te stellen aan de Spaanse autoriteiten, zodat hij aldaar vervolgd kan worden, met de garantie dat hij terugkeert naar Nederland om het resterende deel van zijn straf uit te zitten.
De raadsman van de opgeëiste persoon had voorafgaand aan de raadkamerbehandeling ook verzocht om aanhouding van de beslissing. De rechtbank acht dit verzoek gegrond en wijst de vordering toe, waarbij de beslissing omtrent tijd en plaats van overlevering wordt aangehouden. De afzonderlijke beslissing over de voorlopige terbeschikkingstelling is apart vastgelegd.