Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:5268

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
22 mei 2026
Publicatiedatum
28 mei 2026
Zaaknummer
13-124892-26
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 Overleveringswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Uitstel van feitelijke overlevering wegens Nederlandse gevangenisstraf en voorlopige terbeschikkingstelling

De rechtbank Amsterdam heeft op 22 mei 2026 besloten de beslissing omtrent de tijd en plaats van de feitelijke overlevering van de opgeëiste persoon aan Spanje aan te houden. Dit verzoek tot uitstel werd gedaan door de officier van justitie omdat de opgeëiste persoon in Nederland nog een gevangenisstraf van 90 maanden moet uitzitten, die onherroepelijk is geworden na hoger beroep.

De opgeëiste persoon is momenteel gedetineerd in Nederland en de feitelijke overlevering kan daarom niet binnen de wettelijke termijn van tien dagen na de uitspraak plaatsvinden. De rechtbank weegt mee dat er redenen zijn om de opgeëiste persoon onder voorwaarden voorlopig ter beschikking te stellen aan de Spaanse autoriteiten, zodat hij aldaar vervolgd kan worden, met de garantie dat hij terugkeert naar Nederland om het resterende deel van zijn straf uit te zitten.

De raadsman van de opgeëiste persoon had voorafgaand aan de raadkamerbehandeling ook verzocht om aanhouding van de beslissing. De rechtbank acht dit verzoek gegrond en wijst de vordering toe, waarbij de beslissing omtrent tijd en plaats van overlevering wordt aangehouden. De afzonderlijke beslissing over de voorlopige terbeschikkingstelling is apart vastgelegd.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot aanhouding van de beslissing omtrent tijd en plaats van feitelijke overlevering toe vanwege een lopende Nederlandse gevangenisstraf.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Internationale rechtshulpkamer

Parketnummer : 13-124892-26
Aanhouding beslissing omtrent de tijd en plaats van de feitelijke overlevering (artikel 36, eerste lid, Overleveringswet (OLW))
Op 21 mei 2026 heeft de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam (hierna: de officier van justitie) gevorderd dat de beslissing omtrent de tijd en plaats van de feitelijke overlevering van de opgeëiste persoon:

[opgeëiste persoon] ,

geboren op [geboortedag] 1986 te [geboorteplaats] (Marokko),
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres] ,
gedetineerd uit andere hoofde in: [detentieplaats] ,
raadsman mr. P.J. Zandt,
wordt aangehouden.

Procedure

1. Bij uitspraak van 21 mei 2026 heeft de rechtbank de overlevering van de opgeëiste persoon toegestaan aan Spanje om daar te kunnen worden vervolgd voor strafbare feiten.
2. In Nederland is de opgeëiste persoon door de meervoudige strafkamer rechtbank Oost-Brabant bij vonnis van 23 december 2022 ter zake van handel in verdovende middelen en handel in vuurwapens veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 90 maanden.
Deze veroordeling is op 30 juli 2024 onherroepelijk geworden na behandeling in hoger beroep.
3. De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank de beslissing omtrent de tijd en plaats van de feitelijke overlevering aanhoudt, omdat de feitelijke overlevering door het strafvonnis nog geheel of ten dele voor tenuitvoerlegging vatbaar is en de feitelijke overlevering daarom niet binnen de termijn van tien dagen na de uitspraak van de rechtbank kan plaatsvinden.
4. De officier van justitie heeft zich in de raadkamer op het standpunt gesteld dat de feitelijke overlevering moet worden aangehouden vanwege de opgelegde Nederlandse gevangenisstraf die voor tenuitvoerlegging vatbaar is en op grond waarvan de opgeëiste persoon momenteel gedetineerd is.
5. De raadsman en de opgeëiste persoon waren niet aanwezig in de raadkamer. Voorafgaand aan de behandeling in de raadkamer heeft de raadsman in zijn mailbericht van 22 mei 2026 de rechtbank verzocht op grond van artikel 36, eerste lid, OLW de beslissing omtrent de tijd en plaats van de feitelijke overlevering aan te houden.

Beoordeling

5. De rechtbank ziet, na afweging van alle daartoe in aanmerking te nemen belangen, aanleiding om de beslissing omtrent de tijd en plaats van de feitelijke overlevering van de opgeëiste persoon aan te houden vanwege de tenuitvoerlegging van een in Nederland opgelegde straf. De rechtbank weegt daarbij mee dat er redenen bestaan om de opgeëiste persoon onder voorwaarden aanstonds ter beschikking te stellen van de Spaanse autoriteiten ten behoeve van diens vervolging aldaar. De rechtbank merkt in dat verband op dat die voorwaarden nodig zijn teneinde zeker te stellen dat de opgeeiste persoon vanuit Spanje weer terug komt naar Nederland om het resterende deel van de hem in Nederland opgelegde vrijheidsstraf te ondergaan. De beslissing dat de opgeëiste persoon voorlopig ter beschikking wordt gesteld aan de Spaanse autoriteiten is afzonderlijk geminuteerd.
6. Nu er reden voor aanhouding van de feitelijke overlevering is, wordt de vordering tot het aanhouden van de beslissing omtrent de tijd en plaats van de feitelijke overlevering toegewezen.

Beslissing

De rechtbank:
-
WIJST TOEde vordering ex artikel 36, eerste lid, OLW;
-
BEPAALTdat de beslissing omtrent de tijd en plaats van de feitelijke overlevering wordt aangehouden;
Deze beslissing is genomen op 22 mei 2026 door
mr. M.C.M. Hamer, rechter,
en in tegenwoordigheid van N.R. Klarenbeek, griffier.