Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de voorzieningenrechter van 22 mei 2026 in de zaak tussen
Stichting Amsterdamse Oecumenische Scholengroep, verzoekster
het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, verweerder
Procesverloop
Beoordeling door de voorzieningenrechter
Het voorgenomen gebruik dient zich te verdragen met het onderwijs aan de in het gebouw gevestigde school.(…).”
onderwijsaan de school die al in het gebouw gevestigd is. Dat is iets anders dan de
identiteitvan een school. Het woord ‘identiteit’ komt niet terug in artikel 107 van Pro de Wpo. Reeds daarom baat verzoekster de verwijzing naar dit artikel niet.
verschiltvan die van de [naam school] , maar dat deze vaststelling alleen niet genoeg is om te komen tot het oordeel dat de identiteit van de [naam basisschool] ook in
strijdis met die van verzoekster. Ook als de [naam basisschool] aanwezig is in het schoolgebouw kan verzoekster nog steeds haar eigen identiteit uitdragen en onderwijs geven zoals zij dat nu doet, inclusief de viering van Paarse Vrijdag en deelname aan de Week van de Lentekriebels. Met name valt niet in te zien dat verzoekster daarover met de [naam basisschool] geen afspraken zou kunnen over het gebruik van de ruimten, zodanig dat elke school daarin zijn identiteit kan vormgeven.