ECLI:NL:RBAMS:2026:5178

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
27 mei 2026
Publicatiedatum
27 mei 2026
Zaaknummer
786091
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8.2 SHAArt. 8(c) SPIAArt. 8(e) SPIAArt. 1.4 leningsovereenkomstArt. 195 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening inzake uitoefening putoptie en informatieverstrekking over earn-out en lening

De rechtbank Amsterdam behandelde een kort geding tussen eisers, aandeelhouders van CO2ok, en gedaagde SPH c.s. over de uitoefening van een putoptie en de verstrekking van informatie over de earn-out en lening. Eisers stelden dat de putoptie rechtsgeldig was uitgeoefend en SPH de aandelen moest overnemen, terwijl SPH dit betwistte en de lening wilde opeisen.

De voorzieningenrechter achtte voldoende aannemelijk dat de putoptie rechtsgeldig was uitgeoefend per 31 maart 2025, mede gelet op correspondentie en fiscale omstandigheden. De primaire vordering tot overdracht van aandelen werd echter afgewezen omdat de koopprijs nog niet kon worden vastgesteld en de earn-out onzeker is. De lening kan pas worden opgeëist nadat een bodemrechter onherroepelijk heeft beslist dat de putoptie niet is uitgeoefend.

Verder vorderden eisers inzage in diverse documenten over de omzet en de overheidsdeal. De rechtbank wees de meeste inzagevorderingen af wegens onvoldoende belang of te ruime formulering, maar stond toe dat SPH binnen veertien dagen relevante stukken over de overheidsdeal verstrekt, met een dwangsom bij niet-nakoming.

De kosten van de procedure werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De putoptie is voorshands uitgeoefend, de lening is pas opeisbaar na onherroepelijk bodemvonnis, en inzage in overheidsdeal wordt toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht, voorzieningenrechter
Zaaknummer: C/13/786091 / KG ZA 26-278 SP/GR
Vonnis in kort geding van 27 mei 2026
in de zaak van

1.[eiser 1] B.V.,

te [plaats] ,
2.
[eiser 2] B.V.,
te [plaats] ,
3.
[eiser 3],
te [plaats] ,
4.
[eiser 4],
te [plaats] ,
eisende partijen,
advocaten: mr. M.E. Gaaf en mr. S. Vlassak,
tegen
1. de rechtspersoon naar buitenlands recht
SOUTH POLE HOLDING LTD.,
te Zürich (Zwitserse Bondsstaat),
2.
CO2OK B.V.,
te Amsterdam,
gedaagde partijen,
advocaten: mr. B.T. Verdam en mr. C.J. Scholten.
Eiseressen zullen hierna afzonderlijk [eiser 1] , [eiser 2] , [eiser 3] en [eiser 4] worden genoemd en gezamenlijk worden aangeduid als eisers. Gedaagden zullen hierna afzonderlijk SPH en CO2ok worden genoemd en gezamenlijk worden aangeduid als SPH c.s.

1.De procedure

1.1.
Tijdens de mondelinge behandeling van dit kort geding op 11 mei 2026 hebben eisers de dagvaarding toegelicht. SPH c.s. hebben verweer gevoerd aan de hand van een vooraf ingediende conclusie van antwoord. Beide partijen hebben een pleitnota in het geding gebracht.
1.2.
Bij de mondelinge behandeling waren aan de kant van SPH c.s. aanwezig:
[naam 1] en [naam 2] , alsmede (via een videoverbinding) [naam 3] (
group general counsel), bijgestaan door R. Glas en J. Bult als tolken Engels, met mrs. Verdam en Scholten. Aan de zijde van eisers waren aanwezig: [eiser 4] en [eiser 3] , met mrs. Gaaf en Vlassak.
1.3.
Na verder debat is vonnis bepaald op vandaag.
2. De feiten
2.1.
Door middel van hun houdstermaatschappijen [eiser 1] en [eiser 2] waren respectievelijk [eiser 4] en [eiser 3] medeoprichters en aandeelhouders van CO2ok. [eiser 2] hield 31,5% van de aandelen en [eiser 1] 50,5%. [bedrijf] B.V. (de houdstermaatschappij van de derde oprichter, de heer [naam 4] ) hield de overige 18%.
2.2.
CO2ok biedt diensten aan onder de naam ‘Climate Click’. Climate Click is een plug-in softwaretool die het mogelijk maakt om de CO2 uitstoot van eindgebruikers te compenseren via zogeheten ‘carbon credits’. Met behulp van Climate Click kan een afnemer of verkoper van een product of dienst carbon credits kopen, waarmee klimaatinvesteringen worden gedaan. Iedere transactie kan met Climate Click worden gecompenseerd met één klik op de knop, waarbij de tool de impact van de aankoop berekent. Tegelijk biedt Climate Click de aanbieders van de tool een overzichtelijk dashboard om te monitoren hoeveel compensatie wordt gekocht en wat de ecologische impact is van de aangeboden diensten of producten.
2.3.
SPH is een Zwitserse multinational en wereldwijd actief op het gebied van klimaatconsultancy en duurzaamheidsoplossingen; zij ondersteunt organisaties onder meer bij de berekening van hun CO2 voetafdruk en de compensatie daarvan.
2.4.
Op 31 maart 2022 is er een ‘
Share Purchase and lnvestment Agreement’ (hierna: SPIA) gesloten tussen enerzijds [eiser 1] , [eiser 2] en [bedrijf] als verkopers van CO2ok, [eiser 4] , [eiser 3] en [naam 4] als beneficial owners, en anderzijds SPH als koper. Om fiscale redenen heeft [eiser 1] daarbij (na verwatering middels een investering door SPH) een aandelenbelang in CO2ok behouden van 5%. In dat verband hebben SPH, [eiser 1] en [eiser 4] op 31 maart 2022 tevens een aandeelhoudersovereenkomst (hierna: SHA) en een leningsovereenkomst gesloten.
2.5.
[eiser 3] en [eiser 4] zijn (net als [naam 4] ) per 31 maart 2022 bij CO2ok in dienst getreden. [eiser 4] heeft zich vanaf augustus 2022 ziek gemeld en is vanaf januari 2023 niet meer bij (de ontwikkeling van) Climate Click betrokken geweest. [eiser 3] is deel blijven uitmaken van het
day to day managementvan het Climate Click team van CO2ok.
2.6.
Omdat partijen het niet eens waren over de waarde van CO2ok zijn zij in de SPIA naast een vaste koopprijs voor de aandelen, een ‘earn-out’ regeling overeengekomen. Die regeling komt er in het kort op neer dat de waarde van de earn-out bepaald wordt op grond van de omzet (‘
Revenue’) behaald in 2024 of 2025, naar keuze van verkopers. Volgens de definities in de SPIA wordt onder Revenue verstaan: “
any and all revenue generated by (a) the Company and/or (b) the Buyer and/or any of its Affiliates from carbon neutral checkout (CNC)-related applications, except for revenue generated from bespoke solutions implemented at clients eBay, Digitec, MediaMarkt and Otto.” Volgens de SPIA is voor het recht op een earn-out voor het jaar 2025 een minimale omzet van € 4.633.891,50 vereist.
2.7.
De earn-out wordt gezamenlijk vastgesteld aan de hand van de gecontroleerde jaarrekening van CO2ok, binnen 20 dagen na de algemene vergadering die uiterlijk op 31 maart in het jaar volgend op het gekozen boekjaar wordt gehouden. Artikel 8(c) van de SPIA, dat daarop ziet, luidt als volgt:
Promptly following the respective annual shareholders' meetings of the Company of the financial year 2024 and of the financial year 2025 (in case the Earn-Out Election has not been made by all Existing Shareholders regarding the financial year 2024) which shall take place in no event after 31 March, the Buyer and the Managers shall jointly (a) prepare a statement of the Earn-Out Entitlements (the
Earn-Out Statement) based on the audited financial statements of the Company in accordance with the Accounting Principles and (b) deliver to the Existing Shareholders the Earn-Out Statement within 20 days after such annual shareholders' meeting with respect to the financial year 2024 and/or 2025, as the case may be. The Buyer will procure that the Managers will be provided with any documentation and information reasonably relevant in light of the Earn-Out Entitlements.
2.8.
Op grond van de leningsovereenkomst heeft SPH een bedrag van € 189.375 aan [eiser 1] geleend tegen een jaarlijkse rente van 2,5%. Daarnaast verkreeg [eiser 1] op grond van artikel 8.2 van de SHA een zogeheten ‘putoptie’ op haar resterende aandelen in CO2ok, waarbij SPH deze aandelen verplicht moest overnemen. De koopprijs bij de uitoefening van de putoptie en de terugbetaling van de lening plus rente waren communicerende vaten: de uitstaande lening zou bij uitoefening van de putoptie met gesloten beurzen worden verrekend met de door SPH verschuldigde koopprijs voor de aandelen.
2.9.
Op grond van artikel 8.2.2 SHA dient [eiser 1] door middel van een
exercise noticede putoptie vóór het einde van de earn-out periode – en daarmee op grond van artikel 8(b) SPIA uiterlijk op 31 december 2025 – in te roepen.
2.10.
Artikel 1.4 van de leningsovereenkomst bepaalt dat “
[t]he term of the Loan shall expire on the earlier of (a) the Put Option Closing (as defined in the SHA) or (b) 20 May 2026 (theRepayment Date).
2.11.
Volgens artikel 8(e) van de SPIA is de uitoefening van de putoptie een voorwaarde voor het recht op de earn-out.
2.12.
De resultaten van CO2ok na de overname vielen tegen. Partijen zijn vervolgens in een discussie beland aan wie dat te wijten was. [eiser 2] en [bedrijf] hebben in dat verband een kort geding aanhangig gemaakt tegen SPH om – in hun ogen correcte – nakoming van verplichtingen voortvloeiend uit de SPIA af te dwingen. Bij vonnis van 4 juli 2024 heeft de voorzieningenrechter de vorderingen van [eiser 2] en [bedrijf] afgewezen. De voorzieningenrechter heeft daartoe onder meer overwogen:
Van de juistheid van de stellingen van South Pole over de gebrekkigheid van het product en het tekort schieten van het functioneren van eisers kan, gezien de gemotiveerde betwisting daarvan door eisers. niet op voorhand worden uitgegaan. Aan de andere kant hebben eisers vooralsnog onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de tegenvallende resultaten het gevolg zijn van slecht management en het niet nakomen van in de SPIA gemaakte afspraken door South Pole.
2.13.
Op 29 april 2024 heeft de Nederlandse dochteronderneming van SPH, South Pole Netherlands B.V. (hierna: SPNL), een grote aanbesteding bij de overheid gewonnen. De aanbesteding houdt in dat de overheid de CO2 uitstoot van vliegtuigvluchten van al haar medewerkers, van alle ministeries en departementen, ten minste twee jaar lang door SPNL laat compenseren.
Uit het voorstel dat door SPNL aan de overheid is verstuurd, volgt dat Climate Click in de aanbesteding een rol speelt. Met de opdracht van de overheid verwachtte SPH een omzet van negen miljoen euro te behalen.
2.14.
Vanaf mei 2024 zijn partijen (en [naam 4] / [bedrijf] ) in gesprek geweest om tot een minnelijke regeling te komen; in dat verband hebben zij onderhandeld over de putoptie, de lening en de overdracht van de aandelen van [eiser 1] , en deze aspecten zijn ook steeds meegenomen in de schikkingsvoorstellen.
2.15.
Op 29 augustus 2024 heeft SPNL het contract met de overheid voor de compensatie van vliegbewegingen van ambtenaren getekend (hierna: de overheidsdeal). Voor de uitvoering van de overheidsdeal is een aparte overeenkomst aangegaan met de reisagent van de Staat, Gray Dawes Travel (hierna: GDT).
2.16.
[naam 4] / [bedrijf] heeft op 30 augustus 2024 een minnelijke regeling met SPH getroffen.
2.17.
Op 16 januari 2025 heeft [eiser 4] (namens [eiser 1] ) aan (de
general counselvan) SPH het volgende geschreven:
As defined in Clause 8.2 of the SHA, the put option will be exercised on the 31st of March, transferring my remaining shares in the share capital of CO2ok to SPH. With that in mind, I feel it’s the right time to reopen our negotiations. My last offer still stands, and I’d like to hear your perspective. It would be great to wrap everything up in one go.
SPH heeft de ontvangst van dit bericht de volgende dag aan [eiser 4] bevestigd. [eiser 1] / [eiser 4] en SPH hebben daarna vanaf eind september 2025 verder onderhandeld over een mogelijke schikking.
2.18.
Vanaf 11 november 2025 is [eiser 3] met langdurig ziekteverlof gegaan.
2.19.
Ter vaststelling van de earn-out hebben eisers met het oog op artikel 8(c) SPIA (zie 2.7) SPH op 16 februari 2026 verzocht hen uiterlijk op 3 maart 2026 de volgende documenten te verstrekken voor de algemene vergadering van 31 maart 2026:
- a revenue statement over financial year 2025 from the Company, South Pole and their Affiliates, specifying the revenue generated from the 'Click' application;
- all agreements between the Company and Affiliates and other intercompany agreements (including, but not limited to, those related to transfer pricing);
- an overview of all carbon neutral checkout-related applications;
- audited financial statements, including the revenue recognition policy, of the Company and its Affiliates;
- the applied Accounting Principles, including the transfer pricing mechanism and any changes made; and
- all other information or documents potentially relevant to the Earn-Out Entitlements.
2.20.
Op 17 februari 2026 heeft de raadsman van SPH de raadsman van eisers als volgt bericht:
SPH was surprised to receive your clients’ letter. After all, we believe it is a shared expectation between the parties that no Earn-Out Entitlement will be due, considering the Revenue targets as set out in Annex 8(a) SPIA have not been met. This has been the subject of discussions between the parties for the past two years, as amongst others follows from the summary judgment of the Amsterdam courts of 4 July 2024. In addition, pursuant to clause 8(e) and 8(f) SPIA, any Earn-Out Entitlement shall be condition upon (i) the exercise of the Put Option by [eiser 1] B.V. and (ii) the completion of the sale and transfer of the put shares. Considering the Put Option has not been exercised and has expired, no Earn-Out Entitlement can exist in any case.
2.21.
Op 27 februari 2026 heeft SPH daaraan toegevoegd dat, ervan uitgaande dat de putoptie niet is uitgeoefend, SPH op 20 mei 2026 zal overgaan tot opeising van de lening, vermeerderd met rente, van [eiser 1] en [eiser 4] .
2.22.
Op 12 maart 2026 hebben eisers voor een tweede keer verzocht om de documenten als bedoeld in het bericht van 16 februari 2026 te ontvangen, en bij gebreke daarvan dit kort geding aangekondigd.
2.23.
Op 31 maart 2026 heeft de algemene vergadering van CO2ok plaatsgevonden. Daaraan voorafgaand heeft SPH (uitsluitend) de niet gecontroleerde concept jaarrekening van CO2ok met eisers gedeeld. Tijdens de vergadering is deze concept jaarrekening toegelicht door onder meer de
finance directorvan SPH. Volgens SPH hadden maar twee klanten in 2025 (een vorm van) de Climate Click applicatie gebruikt, wat voor CO2ok zou leiden tot een omzet van € 221. Eisers hebben SPH in reactie hierop een gebrek aan transparantie verweten. Op de vergadering is de jaarrekening door SPH als meerderheidsaandeelhouder goedgekeurd.
2.24.
Partijen zijn vervolgens overeengekomen de earn-out op 7 april 2026 om 10.00 uur op het kantoor van de raadsman van SPH te bespreken. Op 1 april 2026 heeft SPH in dat kader aan eisers geschreven: “
To facilitate a productive discussion, we will share the relevant materials ultimately 24 hours in advance of the meeting. This includes a breakdown of relevant Revenue items.” Verder heeft SPH daarbij gemeld dat “
SPH is prepared to agree to a two-month extension of the current repayment date under the Term Loan Agreement dated 31 March 2022 between [eiser 1] B.V. and SPH to20 July 2026.
2.25.
Op 6 april 2026 heeft de raadsman van SPH om 11.51 uur een overzicht van de in 2025 door CO2ok behaalde omzet aan eisers gestuurd. Naast (opnieuw) de niet-gecontroleerde jaarrekening, bestaat de toegezegde informatie uit de volgende twee omzetregels die het omzetcijfer uit de jaarrekening zouden ondersteunen.
2.26.
Tijdens de bespreking op 7 april 2026 heeft SPH aangeboden aanvullende informatie te delen. Eisers hebben daarop niet gewacht en zijn dit kort geding gestart.
2.27.
Op 10 april 2026 hebben eisers het volgende overzicht van SPH ontvangen, met de titel ‘
SPIA Revenue 2025’, waarin onder meer de gestelde omzet uit de overheidsdeal staat.
2.28.
Bij e-mailbericht van 17 april 2026 heeft SPH eisers aangeboden om binnen de vertrouwelijkheid van advocaten onderling haar niet-gecontroleerde concept jaarrekening 2025 te delen. Daarbij heeft SPH toegelicht dat de overheidsdeal niet als (voor de earn out relevante) omzet kwalificeerde, hoewel een bedrag van € 2.982.000 als ‘
bill-and-hold’ item in de jaarrekening van de groep was opgenomen.

3.Het geschil

3.1.
Eisers vorderen bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
ten aanzien van de gevraagde informatie
i. SPH te veroordelen tot nakoming van haar contractuele informatieverplichtingen jegens eisers ex artikel 8(c) SPIA;
SPH te veroordelen om aan eisers, dan wel aan [eiser 4] en [eiser 3] , binnen vijf dagen na betekening van dit vonnis een afschrift te (doen) verstrekken van, dan wel inzage te geven in:
a. een omzetoverzicht over boekjaar 2025 van CO2ok, SPH en aan haar gelieerde ondernemingen, met specificatie van de omzet uit Climate Click (gerelateerde) activiteiten;
b. alle overeenkomsten tussen CO2ok, SPH en aan haar gelieerde entiteiten omtrent
transfer pricing;
c. een overzicht van alle applicaties die overeenkomstige en/of vergelijkbare functionaliteiten hebben als Climate Click;
d. een gecontroleerde jaarrekening, inclusief de omzetverantwoordingsgrondslagen, van CO2ok over boekjaar 2025;
e. een (concept) jaarrekening van SPH en aan haar gelieerde entiteiten over boekjaar 2025;
f. de gehanteerde accountingstandaarden, inclusief het toegepaste
transfer pricingmechanisme en eventuele daarin aangebrachte wijzigingen; en
g. alle overige informatie of documenten die mogelijk relevant zijn voor de earn-out;
dan wel alle stukken die redelijkerwijs relevant zijn voor eisers om hun rechten onder de SPIA te bepalen;
CO2ok te veroordelen om aan eisers, dan wel aan [eiser 4] en [eiser 3] , binnen vijf dagen na betekening van dit vonnis een afschrift te (doen) verstrekken van, dan wel inzage te geven in de onder ii. vermelde stukken;
CO2ok te gebieden haar onvoorwaardelijke medewerking te verlenen aan het gevorderde onder i. en ii.;
in alle gevallen op straffe van een onmiddellijk te verbeuren dwangsom van
€ 10.000, plus € 1.000, dan wel een in goede justitie te bepalen bedrag, voor iedere dag of dagdeel dat SPH en/of CO2ok niet voldoet aan de veroordelingen onder (ii) en (iii);
ten aanzien van de lening en de putoptie
primair:
SPH te veroordelen tot nakoming van haar verplichtingen ten aanzien van de putoptie ex artikel 8.2 SHA;
SPH te veroordelen binnen tien dagen na betekening van dit vonnis al datgene te doen en na te laten om de overdracht van de aandelen van [eiser 1] te bewerkstelligen ex artikel 8.2.4(b) SHA, waarbij de koopprijs gelijk is aan de lening inclusief verbeurde rente en de nog te bepalen earn-out, op straffe van een onmiddellijk te verbeuren dwangsom van € 10.000, plus € 1.000, dan wel een in goede justitie te bepalen bedrag, voor iedere dag of dagdeel dat zij hieraan niet voldoet;
subsidiair:
te bepalen dat de lening slechts dan opeisbaar wordt nadat een onherroepelijk eindoordeel is verkregen in een bodemprocedure ten aanzien van de uitoefening van de putoptie of de verschuldigdheid van de earn-out, dan wel na het verstrijken van een in goede justitie te bepalen termijn;
in alle gevallen:
SPH c.s. te veroordelen in de kosten van dit geding, te vermeerderen met de wettelijke rente indien de proceskosten niet binnen veertien dagen na dagtekening van dit vonnis zijn betaald.
3.2.
Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling hebben eisers hun vorderingen gewijzigd in die zin dat zij – onder iv.bis – ook vorderen:
SPH c.s. te veroordelen om aan eisers, dan wel aan [eiser 4] en [eiser 3] , binnen vijf dagen na betekening van dit vonnis een afschrift te (doen) verstrekken van dan wel inzage te geven in, alle relevante stukken en correspondentie omtrent de implementatie, de uitwerking en de facturering van de overheidsdeal, alsmede het conflict met GDT, ex artikel 8(c) SPIA, dan wel op grond van artikel 195 Rv Pro.
3.3.
Eisers leggen aan hun vorderingen ten grondslag dat zij de gevraagde informatie nodig hebben om te kunnen bepalen of zij recht hebben op een earn-out. Volgens artikel 8(c) SPIA hebben zij recht op deze informatie. Eisers willen hun discussie met SPH over de (hoogte van de) earn-out voorleggen aan de bodemrechter. Daaraan staat in de weg dat SPH de lening bij zowel [eiser 1] als bij [eiser 4] in privé dreigt op te eisen en dat South Pole weigert om enige relevante informatie te verstrekken over de omzet die de groep met de door hen ontwikkelde software heeft behaald.
Volgens eisers is de putoptie uitgeoefend, zodat SPH moet meewerken aan de overdracht van de resterende aandelen van [eiser 1] in CO2ok aan haar. Daarnaast is de lening niet opeisbaar, omdat de leningsconstructie enkel is opgetuigd om fiscale redenen, de putoptie is uitgeoefend en voor alle betrokkenen ook steeds duidelijk is geweest dat de putoptie zou worden uitgeoefend. Uit het bericht van 16 januari 2025 (zie 2.17) volgt ontegenzeggelijk dat [eiser 1] gebruik wil maken van de putoptie en haar aandelen wenst over te dragen aan SPH; zij verwijst daarbij zelfs expliciet naar artikel 8.2 SHA. Dat artikel stelt (onder 8.2.2) ook geen inhoudelijke vereisten aan de exercise notice. Bovendien begreep SPH, of had zij moeten begrijpen, dat eisers ook in de veronderstelling verkeerden dat de putoptie was uitgeoefend. Eisers hebben in dat kader ook aan al hun verplichtingen voldaan, maar SPH heeft daarentegen niets gedaan om de levering van de aandelen van [eiser 1] te effectueren.
3.4.
SPH c.s. voeren verweer en maken voorts bezwaar tegen de wijziging van eis.
3.5.
SPH c.s. betwisten dat de putoptie is uitgeoefend, zodat alle daarop gebaseerde vorderingen moeten worden afgewezen. Volgens hen heeft het e-mailbericht van [eiser 4] van 16 januari 2025 aan SPH niet te gelden als een exercise notice als bedoeld in artikel 8.2.2 SHA aangezien daarbij wordt gesproken over het “toekomstig uitoefenen van de putoptie”, maar daar vervolgens geen actie meer op is ondernomen. Eisers hebben bovendien geen recht op een earn-out, omdat daarvoor niet voldoende omzet is behaald in 2025. In dat verband hebben eisers geen belang bij hun inzagevordering; ook omdat eisers hebben nagelaten specifieke gegevens of documenten aan te wijzen, die verband houden met hun (recht op een) earn-out. Ze vragen niets anders dan alle “redelijkerwijs relevante” stukken, maar zonder daarbij concreet te worden. De vordering heeft daarmee het karakter van een “fishing expedition”, om maar zo veel mogelijk stukken los te krijgen met het oog op een te entameren bodemprocedure. De inzagevordering moet daarom worden afgewezen. De wens om de lening op te eisen vormt tot slot geen oneigenlijke druk, maar betreft de uitoefening van een recht dat SPH contractueel toekomt.
3.6.
Ten aanzien van de wijziging van eis voeren SPH c.s. aan dat deze te laat heeft plaatsgevonden en hen (daardoor) schaadt in hun verdediging. De nu ingestelde vordering is mede gebaseerd op een algemeen inzagerecht op grond van artikel 195 Rv Pro en strekt er kennelijk ook toe om helderheid te verkrijgen over de in de bodemprocedure te beantwoorden vraag wie verantwoordelijk is voor het missen van de omzetdoelen. Over die vraag hebben SPH c.s. zich niet kunnen uitlaten. De wijziging van eis is in strijd met de goede procesorde omdat SPH c.s. hun verweer anders hadden ingestoken als zij eerder van deze eis kennis hadden kunnen nemen.
3.7.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
In kort geding gaat het om een voorlopig oordeel aan de hand van de stukken en
wat is toegelicht op de mondelinge behandeling. De gevraagde voorziening wordt verleend
als voorshands aannemelijk is dat de bodemrechter die zal toewijzen en als van eisers niet gevergd kan worden dat zij de uitkomst van een bodemprocedure afwachten. Of de
gevraagde voorziening wordt verleend, hangt ook af van een afweging van de belangen van
partijen.
de putoptie
4.2.
Partijen twisten over de vraag of de putoptie is uitgeoefend. Omdat de beantwoording van deze vraag van belang is voor de beoordeling van alle vorderingen zal daarop eerst worden ingegaan.
4.3.
De voorzieningenrechter acht voldoende aannemelijk dat [eiser 1] de putoptie rechtsgeldig heeft uitgeoefend en licht dit als volgt toe. Gelet op de gekozen bewoordingen in het e-mailbericht van [eiser 1] van 16 januari 2025 aan SPH is duidelijk dat de putoptie daarmee per 31 maart 2025 wordt ingeroepen. De woorden “
will be exercised” houden geen onzekerheid in en uit de correspondentie die nadien tussen [eiser 1] en SPH heeft plaatsgevonden blijkt dat om fiscale redenen de putoptie niet eerder dan 31 maart 2025 kon worden uitgeoefend. Dat was – zoals onder meer blijkt uit een e-mail van [eiser 3] aan South Pole van 22 oktober 2021 – ook bekend bij SPH en hield verband met het feit dat [eiser 4] zijn eenmanszaak had ingebracht in [eiser 1] en een periode van drie jaar in acht moest nemen om van de overdracht van de aandelen van [eiser 1] in CO2ok geen nadelige fiscale gevolgen te ondervinden. De exercise notice is bovendien vormvrij en SPH c.s. hebben geen omstandigheden gesteld waaruit zou kunnen worden afgeleid dat zij de e-mail niet als exercise notice hebben kunnen opvatten. Dat de e-mail slechts als een aankondiging en niet als een uitoefening moet worden gezien wordt voorshands niet gevolgd. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat, gelet op hetgeen partijen over en weer hebben aangevoerd, voldoende aannemelijk is geworden dat het hen altijd voor ogen heeft gestaan dat SPH op termijn het volledige aandelenbelang in CO2ok zou verwerven en dat de putoptie slechts is overeengekomen om aan het fiscale probleem van [eiser 4] / [eiser 1] tegemoet te komen. Deze lezing wordt ook onderschreven door de heer Grobbel van SPH in een door SPH c.s. overgelegd intern e-mailbericht van 3 juli 2024:
[ [eiser 4] ] texted me today and was asking if we have already a proposal regarding his remaining shares. For tax reasons it is important for him to keep those shares in CO2ok until April 2025. Kushal and I discussed the topic earlier and agreed that we should make that possible for him (else we would have to compensate him for the tax loss, which is less desirable). [ [eiser 4] ] suggested to include the following text in the termination agreement "the put option will be exercised in April 2025 as per the SPIA, unless we find a mutually agreeable solution to exercise it on an earlier date, to which both parties will strive". What is your view on the topic?
4.4.
SPH c.s. hebben aangevoerd dat SPH hierin een faciliterende rol heeft gespeeld, waarmee zij erkennen dat SPH (initieel) geen enkel belang had bij het
nietuitoefenen van de putoptie. SPH c.s. stellen ook dat SPH geen enkel belang had bij de onderliggende fiscale constructie en hebben geen belang gesteld bij het niet in één keer verwerven van álle aandelen in CO2ok.
Dit alles vindt tot slot steun in de omstandigheid dat het recht van eisers op een earn-out afhankelijk is gesteld van het inroepen van de putoptie.
4.5.
Omdat voorshands aannemelijk is dat het altijd de bedoeling van partijen is geweest dat de putoptie zou worden uitgeoefend en voldoende aannemelijk is dat de putoptie ook daadwerkelijk is uitgeoefend, is de primaire vordering onder v. in beginsel toewijsbaar. Dit geldt te meer nu SPH c.s. zelf erkennen dat SPH de aandelen verplicht moet overnemen na uitoefening van de putoptie. De voorzieningenrechter gaat er evenwel van uit dat de primaire vorderingen onder v. en vi. gecombineerd zijn ingesteld. Aan een veroordeling van SPH tot nakoming van haar verplichtingen ten aanzien van de putoptie, waaraan verder geen dwangsommen zijn verbonden, hebben eisers immers op zichzelf beschouwd niets. Waar het eisers primair vooral om te doen is, is de vordering onder vi., te weten om SPH te veroordelen om “
de overdracht van de aandelen van [eiser 1] te bewerkstelligen ex artikel 8.2.4(b) SHA. Deze vordering wordt niet toewijsbaar geacht, omdat niet aannemelijk is dat op korte termijn al de koopprijs van de aandelen kan worden vastgesteld. Of [eiser 1] recht heeft op een earn-out is immers nog onzeker en vergt nader onderzoek, waarvoor dit kort geding zich niet leent.
4.6.
Eisers hebben ter gelegenheid van de mondelinge behandeling aanvullend toegelicht dat zij graag zouden zien dat de aandelen van [eiser 1] conform de putoptie worden overgedragen, waarbij de hoogte van de earn-out voorlopig onzeker blijft (en betaling daarvan aldus voorlopig wordt opgeschort). Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is onvoldoende zeker dat een notaris aan een dergelijke constructie zal meewerken aangezien daarmee een element van de koopprijs onzeker blijft. Dit alles betekent dat de primaire vorderingen van eisers zullen worden afgewezen.
de lening
4.7.
Ten aanzien van de subsidiaire vordering (onder vii.) overweegt de voorzieningenrechter dat een zuiver grammaticale interpretatie van artikel 1.4 van de leningsovereenkomst erop neerkomt dat de lening vanaf 20 mei 2026 door SPH kan worden opgeëist. De “
Put Option Closing” (koop en levering van de aandelen) is immers nog niet aan de orde, en de lening wordt opeisbaar vanaf “
the earlier” van de datum van de Put Option Closing of 20 mei 2026. Het standpunt van SPH c.s. dat daaruit tevens volgt dat partijen ook daadwerkelijk rekening hielden met de mogelijkheid dat de putoptie niet zou worden uitgeoefend, wordt (zoals hiervoor is overwogen) voorshands niet gevolgd. In het verlengde daarvan kan artikel 1.4 van de leningsovereenkomst voorshands niet zo worden uitgelegd dat de lening opeisbaar is terwijl voldoende aannemelijk is dat de putoptie moet worden nageleefd (en dus dat het resterende aandelenbelang van [eiser 1] uiteindelijk tegen in elk geval betaling van het leningsbedrag met rente moeten worden afgenomen). Dit geldt temeer waar het SPH is die de uitoefening van de putoptie in feite blokkeert door te ontkennen dat deze is uitgeoefend. De subsidiaire vordering zal daarom worden toegewezen, in die zin dat de lening pas opeisbaar wordt nadat een bodemrechter onherroepelijk heeft beslist dat de putoptie niet is uitgeoefend. In dat geval staat niets aan opeising van de lening in de weg. De voorzieningenrechter geeft [eiser 1] , [eiser 4] en SPH overigens in overweging om, waar voorshands aannemelijk is dat de aandelen hoe dan ook zullen moeten worden overgenomen, afspraken te maken om – in lijn met de onder 4.6 bedoelde suggestie van eisers – al eerder tot de aandelenoverdracht te komen, waarbij de earn-out vooralsnog buiten beschouwing blijft.
De (mogelijke) bodemprocedure zou dan beperkt kunnen worden tot de discussie over de vraag of een earn-out is verschuldigd.
Inzagerecht
4.8.
Eisers baseren hun recht op informatie allereerst op artikel 8(c) SPIA waarin partijen zijn overeengekomen: “
The Buyer will procure that the Managers will be provided with any documentation and information reasonably relevant in light of the Earn-Out Entitlements” (zie 2.7). Partijen twisten over de vraag wat als ‘
reasonably relevant’ in de zin van deze bepaling kan worden beschouwd. In dat verband wordt het volgende overwogen.
4.9.
Om te kunnen bepalen of recht op een earn-out bestaat moeten eisers kunnen controleren en verifiëren wat de omzet is die CO2ok, SPH en haar groepsmaatschappijen (‘
the Company and/or (…) the Buyer and/or any of its Affiliates’) met Climate Click en verwante applicaties (‘
carbon neutral checkout (CNC)-related applications’) hebben behaald (zie de onder 2.6 aangehaalde definitie van
Revenue). De te controleren en verifiëren omzet is daarmee in beginsel ruim geformuleerd. Deze ruime formulering neemt echter niet weg dat eisers bij hun inzagevorderingen, zeker waar ook deze ruim – en verstrekkend – zijn geformuleerd, onderbouwd moeten stellen welk belang zij bij inzage in de gevraagde informatie hebben en dat ook het belang van SPH c.s. om bepaalde informatie
niette verstrekken moet worden meegewogen. Met betrekking tot hun vorderingen onder ii. hebben eisers tegenover de betwisting daarvan door SPH c.s. onvoldoende onderbouwd dat zij een te respecteren belang hebben bij de gevraagde informatie, zodat deze vorderingen zullen worden afgewezen. Dit wordt als volgt toegelicht.
vordering ii onder a.
4.9.1.
Eisers stellen dat zij niet kunnen controleren of SPH c.s. niet meer omzet hebben behaald met Climate Click en verwante applicaties dan tot dusverre door hen is opgegeven, maar dat maakt in de gegeven omstandigheden nog niet dat zij recht hebben op inzage in een omzetoverzicht over boekjaar 2025 van het gehele SPH-concern. Daarbij is van belang dat tussen partijen vast staat dat al kort na de overname bleek dat de omzet van CO2ok ernstig achterbleef bij de tevoren geschetste hoge verwachtingen van eisers, waarbij in een
investment deckvan augustus 2021 een omzetgroei was voorgesteld van € 38.064 in 2021 naar € 16.354.173 in 2026. Over het feit dat de omzet tegenviel zijn partijen het eens; hun discussie in de jaren na de overname heeft zich vooral toegespitst op de vraag aan wie het lag dat het zo slecht ging met CO2ok (zie 2.12). Daarnaast weegt mee dat [eiser 3] als ‘day-to-day manager’ (
Practice lead Climate Click Team) van CO2ok vanaf de overname steeds (tot zijn uitval in november 2025) nauw bij de verdere ontwikkeling van Climate Click betrokken is geweest. SPH c.s. hebben voldoende aannemelijk gemaakt dat hij daarmee zelf wetenschap had (en heeft) van de transacties binnen het SPH-concern in verband met Climate Click. Zo is aan de zijde van eisers ook erkend dat zicht bestaat op de klanten die vanuit CO2ok werden bediend. Dat – buiten medeweten van [eiser 3] – aan Climate Click verwante omzet is behaald binnen het SPH-concern is verder niet concreet gesteld of gebleken. SPH c.s. hebben op de zitting overigens ook – onweersproken – toegelicht dat de
core businessvan SPH ziet op de leveringen in carbon credits en niet op de technologie waarmee dat kan worden geregistreerd; voor dat doel was juist CO2ok overgenomen. Ook in dat opzicht ligt niet voor de hand dat Climate Click binnen andere entiteiten van het SPH-concern verder is ingezet.
4.9.2.
Bij dit alles komt dat SPH c.s. een belang hebben om de gevraagde informatie niet te verstrekken. Deze is veel omvattend, verstrekkend en concurrentiegevoelig. Naar onweersproken vast staat gaat het om informatie over 48 entiteiten in 23 landen. Ook weegt mee dat tijdens de algemene vergadering op 31 maart 2026 de concept jaarrekening van CO2ok over boekjaar 2025 is doorgenomen (zie 2.23), waarbij (de
financial directorvan) SPH bereid is geweest concrete vragen van eisers te beantwoorden. Tegen deze achtergrond is de gevraagde informatie te verstrekkend en niet als
reasonably relevantin de hiervoor bedoelde zin te beschouwen en zal de vordering worden afgewezen.
vordering ii onder b.
4.9.3.
Tegenover het verweer van SPH c.s. dat niet valt in te zien waarom alle overeenkomsten tussen CO2ok, SPH en aan haar gelieerde entiteiten omtrent
transfer pricingrelevant zouden zijn, hebben eisers hun vordering onvoldoende toegelicht. Bovendien – zo stellen SPH c.s. onweersproken – heeft SPH tijdens de vorige kortgedingprocedure al haar
transfer pricing policytoegelicht.
vordering ii onder c.
4.9.4.
SPH c.s. stellen dat zij dit overzicht al hebben verstrekt. Niet valt in te zien wat zij meer of anders kunnen verstrekken. Het enkele feit dat eisers in twijfel trekken of dit overzicht volledig is maakt dat niet anders.
vordering ii onder d.
4.9.5.
Volgens SPH c.s. is er nog geen gecontroleerde jaarrekening van CO2ok over boekjaar 2025 voorhanden. Zij kan dan ook niet worden veroordeeld om deze nu al te verstrekken. Wel gaat de voorzieningenrechter ervan uit dat SPH c.s. hun toezegging om deze, zodra gereed, aan eisers te verstrekken zullen nakomen.
vordering ii onder e.
4.9.6.
Gelet op wat onder 4.9.1 en 4.9.2 is overwogen hebben eisers ook bij deze vordering onvoldoende belang.
vordering ii onder f.
4.9.7.
SPH c.s. heeft al toegelicht dat de IFRS-accountingstandaarden worden gehanteerd. Voor het overige geldt wat onder 4.9.3 is overwogen.
vordering ii onder g.
4.9.8.
Deze vordering is onvoldoende bepaald en concreet en om die reden al niet toewijsbaar.
wijziging van eis / informatie over de overheidsdeal
4.10.
De wijziging van eis wordt toegestaan. Deze is niet in strijd met de eisen van een goede procesorde. Uit de dagvaarding (onder meer randnummers 15 en 91) blijkt al dat eisers menen dat de omzet die is verkregen met de overheidsdeal als relevante omzet in het kader van het bepalen van de earn-out moet worden beschouwd. Niet valt in te zien dat SPH c.s. met deze wijziging van eis in hun verdediging worden geschaad. Dat geldt temeer waar zij – kennelijk – zelf ook menen dat de informatie over de overheidsdeal relevant is om het (in hun visie niet bestaande) recht op de earn-out te onderbouwen. Zij hebben immers bij conclusie van antwoord al (een deel van de) informatie over de overheidsdeal gedeeld, om hun standpunt te onderbouwen dat de genoten omzet (a) niet als relevante omzet in de zin van de SPIA is te beschouwen en (b) niet in 2025 is genoten. Juist de informatie die SPH c.s. op het laatste moment hebben verstrekt heeft vragen opgeroepen bij eisers en geleid tot de gewijzigde eis. Dat eisers de wijziging van eis te laat hebben ingesteld wordt dan ook niet gevolgd.
4.11.
Het gegeven dat eisers ter gelegenheid van de mondelinge behandeling hebben gesteld ook een belang – in de zin van artikel 195 Rv Pro – te hebben bij deze informatie gelet op de voeren bodemprocedure maakt dit niet anders. Bovendien is de vordering al toewijsbaar op basis van het recht op informatie zoals overeengekomen in de SPIA en valt deze ook te beschouwen als een concretisering van de – overigens te onbepaalbaar geoordeelde – vordering ii. onder g. Aan de vraag of de vordering ook op grond van artikel 195 Rv Pro toewijsbaar is wordt dus niet toegekomen.
4.12.
De verzochte informatie over de overheidsdeal kan als
reasonably relevantvoor eisers worden beschouwd. Eisers hebben er recht op om te kunnen controleren of enige omzet uit de overheidsdeal als relevante omzet voor de earn-out aan het boekjaar 2025 kan worden toegerekend. De vordering op dit punt zal jegens SPH worden toegewezen, omdat de gevraagde informatie kan worden geacht zich in het domein van SPH te bevinden. Daarbij zal de termijn voor het verstrekken van de informatie worden verlengd en de dwangsom als hierna vermeld worden gematigd.
4.13.
Omdat beide partijen gedeeltelijk ongelijk krijgen, ziet de voorzieningenrechter aanleiding de proceskosten tussen hen te compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
5.1.
bepaalt dat de lening (zoals overeengekomen in de onder 2.4 bedoelde leningovereenkomst) pas opeisbaar wordt nadat een bodemrechter onherroepelijk heeft beslist dat de putoptie niet is uitgeoefend,
5.2.
veroordeelt SPH om aan eisers, dan wel aan [eiser 4] en [eiser 3] , binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis afschrift te (doen) verstrekken van, dan wel inzage te geven in, alle relevante stukken en correspondentie omtrent de implementatie, de uitwerking en de facturering van de overheidsdeal, alsmede het conflict met GDT,
5.3.
veroordeelt SPH om aan eisers een dwangsom te betalen van € 2.500 indien zij niet aan de veroordeling onder 5.2 voldoet, vermeerderd met € 500 voor ieder(e) dag of dagdeel dat zij daar veertien dagen na betekening van dit vonnis niet aan voldoet,
5.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.5.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
5.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.P. Pompe, voorzieningenrechter, bijgestaan door
mr. G.P. Raats, en in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2026.