Uitspraak
1.De procedure
- het verzoek van de vrouw, ingekomen op 7 april 2026;
- het verweerschrift van de man, tevens houdende zelfstandige verzoeken;
- nadere producties van de vrouw, te weten schriftelijke verklaringen kinderen.
2.De feiten
- [minderjarige 1] ,
- [minderjarige 2] ,
3.Het verzoek en het verweer
[minderjarige 1]en
[minderjarige 2], aan haar worden toevertrouwd.
[minderjarige 1]en
[minderjarige 2], aan hem worden toevertrouwd en voor zover de rechtbank dat in het kader van deze procedure toelaat of noodzakelijk acht, bepaalt dat de kinderen hun hoofdverblijfplaats hebben bij de man. Indien de rechtbank het verzoek van de man zal afwijzen, verzoekt hij subsidiair te bepalen dat partijen gedurende de procedure gerechtigd zijn in dezelfde woning te verblijven.
4.De beoordeling
5.De beslissing
[minderjarige 1]en
[minderjarige 2], met onmiddellijke ingang aan de vrouw zullen worden toevertrouwd;