Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Waardering van het bewijs
4.Bewezenverklaring
5.De strafbaarheid van de feiten en verdachte
6.Motivering van de straf
first offenderuit van een jeugddetentie vanaf drie maanden. Voor verdachte geldt dat hij geen
first offendermeer is. Het is de tweede keer dat verdachte ook daadwerkelijk geschoten heeft op een woning met een vuurwapen en zich daarmee heeft schuldig gemaakt aan een ernstige bedreiging jegens de bewoners. Hij was hiervoor ook al gestraft en liep in een proeftijd, wat hem er niet van weerhouden heeft zich korte tijd later opnieuw met deze zorgelijke en maatschappij ontwrichtende praktijken in te laten. Desondanks acht de rechtbank het - net als de reclassering – van belang dat opnieuw wordt geprobeerd om verdachte definitief afstand te laten nemen van zijn criminele omgeving. De rechtbank ziet heil in de door de reclassering voorgestelde intensieve begeleiding en zal de geadviseerde bijzondere voorwaarden dan ook opleggen met een proeftijd van drie jaren. Daarbij hoopt de rechtbank dat verdachte inziet dat dit een laatste kans is om te laten zien dat hij echt een delictvrij leven wil leiden.
7.Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]
8.Tenuitvoerlegging voorwaardelijke veroordeling
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
jeugddetentievoor de duur van
7 (zeven) maanden.
3 (drie) maanden, niet ten uitvoer zal
proeftijd van 3 (drie) jarenvast.
bijzondere voorwaarden:
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 Wet Pro op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;
- zijn medewerking zal verlenen aan het door de jeugdreclassering te houden toezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.
Jeugdbescherming Brabant,een gecertificeerde instelling die jeugdreclassering uitvoert, tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.
dadelijk uitvoerbaarzijn.
[slachtoffer 1]toe tot een bedrag van € 3.000,- (drieduizend euro) aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (2 februari 2026) tot aan de dag van de algehele voldoening.
€ 3.000,- (drieduizend euro) te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (2 februari 2026) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bepaalt daarbij de maximale duur van de gijzeling op 0 dagen.