Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:5080

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
22 mei 2026
Publicatiedatum
26 mei 2026
Zaaknummer
25/7029
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht bij aanvraag urgentieverklaring

Eiseres heeft een aanvraag voor een urgentieverklaring ingediend die door het college van burgemeester en wethouders is afgewezen. Tegen dit besluit heeft eiseres bezwaar gemaakt, dat eveneens is afgewezen. Vervolgens heeft eiseres beroep ingesteld bij de rechtbank Amsterdam.

De rechtbank heeft vastgesteld dat eiseres het griffierecht van €194,- niet heeft betaald, ondanks meerdere aanmaningen en een verzoek om opgave van redenen voor het niet betalen. Eiseres heeft geen schriftelijk verzoek tot vrijstelling ingediend en is niet verschenen op de zitting om haar verzuim toe te lichten.

Omdat geen verontschuldiging is gebleken voor het niet betalen van het griffierecht, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt de zaak daardoor niet inhoudelijk. Partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet betalen van het griffierecht zonder verontschuldiging.

Uitspraak

RECHTBANK [woonplaats]

Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 25/7029

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 mei 2026 in de zaak tussen

[eiseres], uit [woonplaats], eiseres

en

het college van burgemeester en wethouders van [woonplaats], het college

(gemachtigde: [gemachtigde]).

Procesverloop

1. Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een urgentieverklaring. Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 30 juli 2025 afgewezen. Met het bestreden besluit van 9 december 2025 op het bezwaar van eiseres is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 11 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: de gemachtigde van het college. Eiseres was niet aanwezig.

Beoordeling door de rechtbank

Toetsingskader
3. Iemand die beroep instelt, moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41 van Pro de Awb. In een zaak als deze is het griffierecht € 194,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Het hele bedrag moet binnen die termijn zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dan zijn betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig is betaald, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is. Dat betekent dat er een goede reden moet zijn waarom het griffierecht niet is betaald.
Heeft eiseres het griffierecht tijdig betaald?
4. De griffier heeft eiser bij brief van 13 december 2025 gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en meegedeeld dat dit binnen vier weken moet zijn voldaan. De griffier heeft vervolgens bij aangetekend verzonden brief van 12 januari 2026 eiser nogmaals in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen vier weken na dagtekening van die brief.
5. Eiseres heeft het griffierecht niet betaald en heeft ook geen schriftelijk verzoek om vrijstelling van het griffierecht ingediend.
Is het niet betalen van het griffierecht verontschuldigbaar?
6. Op 20 april 2026 heeft de rechtbank per brief eiseres verzocht om de reden van het niet betalen van het griffierecht op te geven. Eiseres heeft hierop niet gereageerd en is niet verschenen op zitting om een toelichting te geven.
7. Nu eiseres geen reden heeft gegeven voor het niet betalen van het griffierecht is er dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt de zaak dus niet inhoudelijk.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.H.W. Franssen, rechter, in aanwezigheid van
mr.C. Simonis, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 22 mei 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.