Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:5079

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
11 mei 2026
Publicatiedatum
26 mei 2026
Zaaknummer
25/2169
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet maatschappelijke ondersteuning 2015
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing Europese gehandicaptenparkeerkaart wegens onzorgvuldig GGD-advies vernietigd

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om haar aanvraag voor een Europese gehandicaptenparkeerkaart af te wijzen. Het college baseerde zich op een medisch advies van de GGD, dat volgens de rechtbank onvoldoende gemotiveerd en onzorgvuldig tot stand is gekomen.

De rechtbank constateert dat de GGD-arts onvoldoende heeft onderbouwd waarom eiseres geen ernstige loopbeperking zou hebben, terwijl eiseres gebruikmaakt van een scootmobiel en het looppatroon niet is geobserveerd. Daarnaast is een onafhankelijk advies van het IAB overlegd dat wel een loopbeperking bevestigt, maar dit advies is door de GGD-arts onvoldoende weerlegd.

De rechtbank oordeelt dat het college niet heeft voldaan aan de vergewisplicht en dat het besluit een zorgvuldigheids- en motiveringsgebrek bevat. Daarom vernietigt de rechtbank het bestreden besluit en draagt het college op binnen zes weken een nieuwe beslissing te nemen, waarbij een nieuw GGD-advies wordt ingewonnen en het IAB-advies wordt betrokken.

Verder wordt het college veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eiseres. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het college opgedragen een nieuw besluit te nemen binnen zes weken.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 25/2169

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van

[eiseres], uit [woonplaats], eiseres

(gemachtigde: mr. J.M.J. Langelaar),
en

het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, het college

(gemachtigde: mr. C. Mulder).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een Europese gehandicaptenparkeerkaart (GPK).
1.1.
Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 3 september 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 12 maart 2025 op het bezwaar van eiseres is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
1.2.
Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep van eiseres op 11 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, mr. T. Uden als waarnemer van de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het college.
1.4.
Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt de afwijzing van de aanvraag voor een GPK. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.
3. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep gegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
4. De rechtbank overweegt dat het college zich bij het nemen van besluiten mag baseren op een medisch advies, mits dit advies zorgvuldig tot stand is gekomen, inzichtelijk is, begrijpelijk gemotiveerd is en de conclusie kan dragen. In deze zaak is naar het oordeel van de rechtbank niet aan deze voorwaarden voldaan. De GGD-arts heeft onvoldoende gemotiveerd waarom geen sprake is van een ernstige loopbeperking. Daarnaast is onvoldoende onderzoek gedaan naar de medische situatie van eiseres, die gebruikmaakt van een scootmobiel, waardoor het looppatroon niet geobserveerd kon worden.
5. Eiseres heeft de GGD-adviezen betwist door het aanleveren van medische stukken en een advies van het IAB [1] ; een onafhankelijke deskundige die tevens door de gemeente wordt ingeschakeld maar dan in het kader van een WMO [2] beoordeling. In dit advies wordt geconcludeerd dat er wel degelijk sprake is van een loopbeperking en dat eiseres minder dan 50 meter kan lopen. De GGD-arts heeft het IAB-advies naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende weerlegd door zonder nader contact of onderzoek te stellen dat het advies niet door een arts was opgesteld en onvoldoende onderbouwd zou zijn. Het gaat hier immers om een deskundig en onafhankelijk advies op grond waarvan een positieve WMO-beschikking is afgegeven aan eiseres door het college. Uit openbare informatie van het IAB, thans Argonaut Advies, blijkt bovendien dat artsen beoordelen of er vanuit een medische aandoening beperkingen bestaan. [3]
6. Omdat het advies van de GGD op grond van voorgaande onzorgvuldig tot stand is gekomen, heeft het college niet voldaan aan de vergewisplicht. Het college had de GGD-adviezen dan ook niet ten grondslag mogen leggen aan het bestreden besluit. Bovendien lag het ook op de weg van het college om bij de vaststelling dat er sprake is van twee verschillende adviezen over de loopbeperking van eiseres van door haar zelf ingeschakelde adviseurs nader onderzoek te doen. Op dit punt bevat het besluit tevens een zorgvuldigheids- en motiveringsgebrek.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is gegrond. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt het college op om binnen zes weken een nieuwe beslissing op het bezwaar te nemen. De rechtbank geeft mee een nieuw advies door een andere GGD-arts te laten opstellen, waarbij de medische stukken en het advies van het IAB opnieuw worden beoordeeld. Het ligt op de weg van de GGD of het college om contact op te nemen met het IAB indien er vragen zijn over de wijze waarop het WMO-advies tot stand is gekomen en de uitkomst daarvan.
8. Omdat beroep gegrond is moet het college het griffierecht aan eiseres vergoeden en krijgt eiseres ook een vergoeding van haar proceskosten. Het college moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.868,- omdat de gemachtigde van eiseres een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
9. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 12 maart 2025;
- draagt het college op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;
- bepaalt dat het college het griffierecht van € 53,- aan eiseres moet vergoeden;
- veroordeelt het college tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiseres.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 11 mei 2026 door mr. M.H.W. Franssen, rechter, in aanwezigheid van mr. C. Simonis, griffier.
griffier
rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Indicatie Advies Bureau Amsterdam.
2.Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.
3.Zie: