ECLI:NL:RBAMS:2026:5059

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
8 mei 2026
Publicatiedatum
22 mei 2026
Zaaknummer
11684444 CV EXPL 25-6775
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering Waternet wegens onvoldoende onderbouwing facturen waterverbruik zonder watermeter

Waternet vordert betaling van facturen voor waterverbruik van een woning zonder individuele watermeter, waarbij zij zes eenheden in rekening brengt op basis van het aantal kamers. De gedaagde betwist de hoogte van de vordering en stelt dat haar waterverbruik zeer gering is vanwege loden leidingen en beperkt gebruik.

Tijdens de mondelinge behandeling heeft de kantonrechter vastgesteld dat er een overeenkomst tot levering van water bestaat en dat gedaagde erkent voor het verbruik te moeten betalen. Echter, Waternet heeft nagelaten een reële schatting van het daadwerkelijke waterverbruik te onderbouwen, terwijl de gehanteerde berekening op zes eenheden niet aansluit bij het geringe verbruik van gedaagde.

De rechtbank oordeelt dat de facturen geen juist beeld geven van het verbruik en dat Waternet onvoldoende heeft aangetoond dat de vordering terecht is. Het ontbreken van een watermeter is niet aan gedaagde te verwijten. Daarom wordt de vordering afgewezen en Waternet veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De vordering van Waternet tot betaling van waterfacturen wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van het verbruik zonder watermeter.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht
zaaknummer: 11684444 CV EXPL 25-6775
vonnis van: 8 mei 2026
fno.: 515

vonnis van de kantonrechter

I n z a k e

de stichting STICHTING WATERNET,

gevestigd te Amsterdam,
eiseres,
nader te noemen: Waternet,
gemachtigde: Dw [gemachtigde] ,
t e g e n

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,
gedaagde,
nader te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

VERDER VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Op 13 januari 2026 is een tussenvonnis gewezen. Ter uitvoering van dat tussenvonnis is een mondelinge behandeling bepaald. Deze heeft plaatsgevonden op 9 april 2026. Namens Waternet zijn [naam 1] en [naam 2] verschenen, vergezeld van [naam 3] , namens de gemachtigde. [gedaagde] is verschenen. Partijen hebben hun standpunten nader toegelicht, over en weer op elkaar gereageerd en vragen van de kantonrechter beantwoord.
Vervolgens is een datum voor vonnis bepaald.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Beoordeling

De inhoud van het tussenvonnis, waaraan de kantonrechter zich houdt, wordt als hier herhaald en ingelast beschouwd.
Partijen zijn het er over eens dat er een overeenkomst tot levering van water is gesloten. [gedaagde] betwist ook niet dat zij voor het verbruik van het water moet betalen. Voorts staat vast dat de woning van [gedaagde] geen watermeter heeft.
Waternet baseert haar vordering tot betaling van de facturen en de hoogte van de facturen op de stelling dat zij zes eenheden bij [gedaagde] in rekening kan brengen nu de woning van [gedaagde] vijf kamers heeft. [gedaagde] voert daartegen aan dat zij, in verband met de aanwezigheid van loden leidingen, geen water van Waternet drinkt, zij slechts water voor het douchen en de toilet gebruikt en alleen in de woning woont. Bovendien heeft [gedaagde] verklaard dat zij regelmatig gedurende de week een aantal dagen niet in de woning verblijft. Haar waterverbruik is dan ook zeer gering. Zij heeft ter terechtzitting verklaard dat zij meer watergeld moet betalen dan haar benedenburen die met een gezin met kinderen in de woning wonen.
De vorderingen van Waternet worden afgewezen. Daarbij heeft tot uitgangspunt te gelden dat [gedaagde] voor het water dat zij verbruikt dient te betalen, hetgeen door [gedaagde] ook is erkend. Het ligt echter op de weg van Waternet om de omvang van het verbruik en de daarop gebaseerde facturen toe te lichten en te onderbouwen. Dat kan op basis van een watermeter waarbij de klant de meterstanden doorgeeft en als de klant dat niet doet op basis van een schatting. Dat dient wel een reële schatting te zijn. Nu er in de woning van [gedaagde] geen watermeter aanwezig is, moet deze schatting op een andere wijze gebeuren. Onbestreden is gebleven dat [gedaagde] alleen in de woning verblijft en ook is onbestreden gebleven dat zij, in verband met de loden leidingen, heel weinig water gebruikt. Door als leverancier onder die omstandigheden vast te houden aan de berekening op basis van zes eenheden, levert Waternet geen reële schatting van het door [gedaagde] gebruikte water aan. Dat betekent dat de door Waternet gevorderde facturen geen juist beeld geven van de hoeveelheid water die [gedaagde] daadwerkelijk verbruikt, zelfs niet bij benadering. Deze facturen kunnen daarmee niet als basis voor een reële berekening gebruikt worden. Het ligt niet op de weg van de kantonrechter om een nieuwe schatting te maken. Waternet heeft, hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, een dergelijke schatting niet aangeleverd. Dat betekent dat Waternet haar vordering tegenover de gemotiveerde betwisting door [gedaagde] onvoldoende heeft onderbouwd.
Ter terechtzitting is namens Waternet nog verklaard dat zij alleen een aanpassing kunnen doorvoeren als het aantal kamers niet in overeenstemming is met het aantal in rekening gebrachte eenheden, hetgeen hier niet het geval is, aldus Waternet. Dat dient onder de gegeven omstandigheden voor rekening van Waternet te blijven en kan er in ieder geval niet toe leiden dat [gedaagde] facturen moet betalen op basis van een waterverbruik waarvan ook namens Waternet is verklaard dat deze niet juist is. Daarbij wordt nog in aanmerking genomen dat het niet aan [gedaagde] te verwijten is dat zij geen watermeter in de woning heeft.
Hetgeen overigens in de procedure door partijen is aangevoerd leidt niet tot een ander oordeel.
Bij deze uitkomst wordt Waternet in de proceskosten veroordeeld. De reis- en verletkosten worden aan de zijde van [gedaagde] begroot als na te melden.

BESLISSING

De kantonrechter:
wijst de vordering af;
veroordeelt Waternet in de proceskosten die aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot worden op € 50,00;
verklaart de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. E. Pennink, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 8 mei 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.