De rechtbank Amsterdam behandelde op 9 april 2026 een gecombineerde zaak over de verlenging van de ondertoezichtstelling van twee minderjarigen en een geschil over de gezamenlijke gezagsuitoefening tussen de ouders.
De kinderrechter constateerde dat de wettelijke criteria voor verlenging van de ondertoezichtstelling nog steeds aanwezig zijn, mede omdat de hulpverlening vanuit Switch is uitgeput en de ouders nog begeleiding nodig hebben bij communicatie en opvoeding. De ondertoezichtstelling werd daarom met zes maanden verlengd en de beslissing werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Ten aanzien van de zorgregeling oordeelde de rechtbank dat het belangrijk is dat de kinderen zelf de regie houden over de omgang met hun moeder. Voor de jongste minderjarige is een goede band met de moeder vastgesteld, terwijl de oudste duidelijk aangeeft geen contact te willen. De rechtbank wijst een concrete zorgregeling af en benadrukt het belang van rust en het welzijn van de kinderen.
De rechtbank gaf tevens aan dat de moeder toestemming moet geven voor vakanties van de kinderen met de vader en dat mogelijkheden voor vakanties met de moeder in samenspraak met de gecertificeerde instelling kunnen worden onderzocht.
De beschikking werd op 1 mei 2026 in het openbaar uitgesproken door kinderrechter M.E.A. Nijssen.