Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:4998

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
31 maart 2026
Publicatiedatum
21 mei 2026
Zaaknummer
C/13/783547 / JE RK 26-135
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:265b BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek machtiging tot uithuisplaatsing van minderjarige in belang van verzorging en opvoeding

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) tot machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, geboren in 2010, die momenteel verblijft bij een zorginstelling in een strafrechtelijk kader. De moeder heeft het ouderlijk gezag en staat achter het verzoek, mits het in het belang van de minderjarige is. De minderjarige heeft zelf aangegeven verbetering te willen en verblijft sinds de schorsing van zijn voorlopige hechtenis bij de zorginstelling.

De kinderrechter heeft kennisgenomen van het verzoek en de bijbehorende stukken en heeft de mondelinge behandeling met gesloten deuren gehouden. Er is geen gesprek met de minderjarige zelf geweest. De kinderrechter constateert dat de conflicten tussen de minderjarige en de moeder zijn geëscaleerd, dat er een risico is op betrokkenheid bij criminaliteit en dat terugkeer naar huis momenteel niet aan de orde is. Een plaatsing binnen het netwerk is niet mogelijk gebleken.

De kinderrechter oordeelt dat de machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk is voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige. De GI wordt opgedragen een plek te zoeken waar de minderjarige intensief begeleid kan worden en de ontwikkelingsbedreigingen kunnen worden aangepakt. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct geldt, ook bij hoger beroep.

De machtiging geldt van 31 maart 2026 tot 31 maart 2027. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam binnen drie maanden na dagtekening of betekening.

Uitkomst: De kinderrechter verleent de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige voor de duur van de ondertoezichtstelling en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/13/783547 / JE RK 26-135
Datum uitspraak: 31 maart 2026
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
Jeugdbescherming Regio Amsterdam, gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2010 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] ,
advocaat mr. M.H. Aalmoes te Amsterdam.
De kinderrechter merkt als belanghebbende naast [minderjarige] aan:
Mevr. [de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat mr. C.H. Pentinga uit Amsterdam-Duivendrecht.
De kinderrechter merkt als informant aan:
[de vader] , hierna te noemen de vader.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter heeft kennisgenomen van het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 18 februari 2026.
1.2.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 31 maart 2026. Daarbij waren aanwezig:
  • de advocaat van de moeder;
  • de advocaat van [minderjarige] ;
- [persoon 1] namens de GI.
1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige] uitgenodigd zijn mening toe te lichten in een gesprek. Er heeft geen gesprek plaatsgevonden.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] verblijft bij [zorginstelling] .
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 22 januari 2026 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 18 februari 2027.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

4.1.
De GI heeft onder verwijzing naar de stukken gepersisteerd bij het verzoek. Naast het civiele kader is nu bij [minderjarige] ook sprake van een strafrechtelijk kader. Hij verblijft in dat kader bij [zorginstelling] en heeft een avondklok. Ook is [persoon 2] betrokken en heeft er een succesvolle intake bij IFA plaatsgevonden. [minderjarige] doet het goed bij [zorginstelling] . Hij stelt zich goed op en is aanspreekbaar. De avondklok ging goed, maar nu iets minder goed.
Het is nodig dat hij voor langere tijd uit huis geplaatst moet blijven. De afgelopen tijd is sprake geweest van escalatie in de conflicten tussen [minderjarige] en de moeder. Daarnaast lijkt het erop dat [minderjarige] een hoge straatschuld heeft, op Snapchat wordt benaderd voor criminele praktijken en regelmatig op voor de GI onbekende plekken verblijft. De GI zoekt naar een plek waar [minderjarige] intensief begeleid wordt en samen met de hulpverlening kan gaan werken aan het wegnemen van zijn ontwikkelingsbedreigingen.
4.2.
De moeder heeft bij monde van haar advocaat aangegeven achter het verzoek van de GI te staan. De uithuisplaatsing moet wel in het belang zijn van [minderjarige] . Het uitgangspunt van de moeder is dat hij op termijn terugkeert naar huis, de deur staat voor [minderjarige] altijd open.
4.3.
[persoon 3] heeft verklaard dat [minderjarige] zelf om een enkelband heeft gevraagd en dat hij zelf ook graag verbetering wil. Hij verblijft sinds de schorsing van zijn voorlopige hechtenis bij [zorginstelling] . Het is voor [minderjarige] eng om uit huis geplaatst te worden maar het is ook fijn om een vaste plek te hebben om vanuit daar te kunnen bouwen aan zijn ontwikkeling.

5.De beoordeling

5.1.
Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. [1] Het is gelet op de conflicten tussen [minderjarige] en de moeder, het risico op de betrokkenheid van [minderjarige] bij criminaliteit en het weglopen van [minderjarige] op dit moment niet aan de orde om hem terug te laten keren bij de moeder. Een plaatsing in het netwerk is evenmin mogelijk gebleken. Op dit moment verblijft [minderjarige] nog bij [zorginstelling] in een strafrechtelijk kader en daar gaat het goed met hem. Ter voorbereiding op de beëindiging van dat kader is het belangrijk dat de GI op zoek gaat naar een plek waar [minderjarige] voor langere tijd kan verblijven, zodat hij daar hulpverlening kan ontvangen, begeleid kan worden en de stabiliteit, rust en begeleiding kan genieten die hij zo nodig heeft om de ontwikkelingsbedreiging te doen afnemen. Zo kan de positieve lijn die nu wordt ingezet bij [zorginstelling] worden doorgezet.
5.2.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 31 maart 2026 tot 31 maart 2027;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 31 maart 2026 door mr. I.M. Nusselder, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. T. Bongenaar als griffier, en op schrift gesteld op 21 april 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:265b, eerste lid, Burgerlijk Wetboek.