ECLI:NL:RBAMS:2026:499
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen weigering verklaring omtrent gedrag voor stage
Verzoekster diende een aanvraag in voor een verklaring omtrent gedrag (VOG) om haar stage en opleiding te kunnen afronden. Verweerder weigerde de VOG vanwege ernstige verdenkingen binnen de terugkijktermijn en een eerdere veroordeling buiten die termijn.
Verzoekster maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter erkende het spoedeisend belang vanwege het risico op uitschrijving van de opleiding, maar oordeelde dat het bezwaar geen redelijke kans van slagen had.
Hoewel verzoekster positieve ontwikkelingen liet zien, zoals het afronden van een eerdere opleiding, een stabiele privésituatie en begeleiding door reclassering, woog het belang van de samenleving zwaarder. De verdenkingen van ernstige strafbare feiten en de eerdere voorlopige hechtenis waren doorslaggevend.
De voorzieningenrechter concludeerde dat verweerder een zorgvuldige belangenafweging had gemaakt en dat het belang van de samenleving bij bescherming tegen risico's zwaarder woog dan het persoonlijke belang van verzoekster. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de weigering van de VOG wordt afgewezen.