ECLI:NL:RBAMS:2026:4979

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
3 maart 2026
Publicatiedatum
21 mei 2026
Zaaknummer
C/13/781955 / JE RK 26-48
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • K. Duker
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling minderjarige wegens kwetsbaarheid en traumabehandeling

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) tot verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige geboren in 2013. De minderjarige verblijft bij zijn moeder en haar partner. Eerder was de ondertoezichtstelling reeds meerdere malen verlengd, laatstelijk tot 20 maart 2026.

De GI stelt dat hoewel er positieve ontwikkelingen zijn, deze nog pril zijn. De moeder werkt mee en ontvangt hulpverlening, en ook de vader staat open voor begeleiding. De minderjarige heeft specifieke behoeften vanwege een cognitieve beperking en traumagerelateerde klachten, en mist nog de stabiele kaders die hij nodig heeft. Spanningen in de opvoedsituatie en overprikkeling van de minderjarige blijven aanwezig.

De kinderrechter heeft de minderjarige gehoord en concludeert dat aan de voorwaarden voor verlenging is voldaan. De verlenging is noodzakelijk om de veiligheid en ontwikkeling van de minderjarige te waarborgen, mede vanwege de noodzaak van een traumabehandeling en het bieden van structuur. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de ondertoezichtstelling verlengd tot 20 september 2026.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt verlengd tot 20 september 2026 en de beschikking is direct uitvoerbaar.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/13/781955 / JE RK 26-48
Datum uitspraak: 3 maart 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2013 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
Mw. [de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
Dhr. [de vader],
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats] .

1.Het verloop van de procedure

De kinderrechter heeft kennisgenomen van het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 19 januari 2026.
1.1.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 3 maart 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder;
- [persoon 1] namens de GI.
1.2.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2.De feiten

2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] verblijft bij zijn moeder en haar partner [persoon 2] .
2.3.
Bij beschikking 20 december 2023 is [minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld en bij beschikking van 2 januari 2024 is deze beschikking gehandhaafd en is [minderjarige] onder toezicht gesteld tot 20 maart 2024. Bij beschikking van 18 maart 2024 is [minderjarige] onder toezicht gesteld met ingang van 20 maart 2024. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 3 maart 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 20 maart 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van zes maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

4.1.
De GI heeft onder verwijzing naar de stukken gepersisteerd bij het verzoek. Er gaat op dit moment veel goed bij [minderjarige] . De moeder van [minderjarige] staat open voor hulpverlening en ontvangt nu ondersteuning vanuit 10 voor Toekomst. Samen met de hulpverlening wordt gewerkt aan het versterken van de opvoedvaardigheden en het bieden van structuur. Die samenwerking verloopt goed. Ook de communicatie met de vader verloopt goed. De vader zorgt er daarnaast voor dat [minderjarige] naar school gaat en hij staat open voor begeleiding vanuit 10 voor Toekomst.
Tegelijkertijd is de positieve ontwikkeling rondom [minderjarige] nog pril. Er ontstaan spanningen in de opvoedsituatie doordat de oma zich bemoeit met de opvoeding en [minderjarige] komt regelmatig overprikkeld terug van vader. Dan trekt hij zich terug en zegt hij opvallend vaak sorry. Ook heeft de moeder soms moeite om routines vast te houden, met name in situaties van stress. Ook lukt het soms niet om in contact te komen met moeder. [minderjarige] heeft specifieke behoeften door zijn cognitieve beperking en traumagerelateerde klachten. Hij mist op dit moment nog de stabiele kaders die hij nodig heeft. De ondertoezichtstelling blijft noodzakelijk om de veiligheid en ontwikkeling te waarborgen.
4.2.
De moeder heeft zich aangesloten bij het standpunt van de GI dat het verzoek dient te worden toegewezen. Het gaat goed met [minderjarige] en met de moeder. [minderjarige] woont sinds de zomer bij de moeder en hij voelt zich daar thuis. Hij praat veel en komt voor zichzelf op. Hij slaapt beter en doet beter zijn best op school. De samenwerking met 10 voor Toekomst verloopt ook goed. [minderjarige] heeft ook een goede band met zijn stiefvader, [persoon 2] . De vader heeft nog geen akkoord gegeven voor de traumabehandeling die de GI nu nodig acht.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
Het gaat beter met [minderjarige] . Hij doet erg zijn best. Ook zijn ouders en stiefvader doen erg hun best. Deze positieve ontwikkeling is echter nog pril en om de bedreiging in zijn ontwikkeling te blijven verminderen, is de verlenging van de ondertoezichtstelling nodig. [minderjarige] is een kwetsbare jongen die veel ingrijpende gebeurtenissen heeft meegemaakt. Hij dient zo snel mogelijk de geadviseerde traumabehandeling te ondergaan. Daarnaast heeft [minderjarige] een duidelijke structuur nodig en een opvoeding waarbij rekening wordt gehouden met zijn verhoogde sensitiviteit. Moeder heeft een meewerkende houding en goede stappen gezet om [minderjarige] de opvoeding en begeleiding te geven die hij nodig heeft. Desondanks is het belangrijk dat de GI betrokken blijft om moeder te begeleiden, hulpverlening voort te zetten en de voorzichtige positieve ontwikkeling van [minderjarige] te monitoren.
5.3.
De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de duur van zes maanden.
5.4.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 20 september 2026;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 3 maart 2026 door
mr. K. Duker, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. T. Bongenaar en mr. M.E. Molhuysen als griffiers, en op schrift gesteld op 19 maart 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW Pro.