Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
beschikking van de kantonrechter
FFG Monumenten B.V.
gemachtigde: mr. P.A.A. du Perron
SMCP Netherlands B.V.
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
BEOORDELING VAN HET VERZOEK
3.1 (…) Huurder heeft eenmalig het recht om de huurovereenkomst 5 (vijf) jaar na de ingangsdatum te beëindigen. Indien huurder van dit recht gebruik wenst te maken dient hij verhuurder hiervan uiterlijk 12 (twaalf) maanden van te voren, derhalve voor of op uiterlijk 30 mei 2023 per aangetekend schrijven in kennis te stellen.(…)3.4 Beëindiging van de huurovereenkomst door opzegging vindt plaats door huurder aan verhuurder of door verhuurder aan huurder tegen het einde van de lopende huurperiode, met inachtneming van een opzegtermijn van ten minste één jaar. Verhuurder neemt daarbij de wettelijke opzeggingsgronden in acht.
Zowel huurder als verhuurder kunnen de huurovereenkomst eenmalig beëindigen na 2 jaar, dus per 1 juni 2026, met een opzegtermijn van 6 maanden.Artikel 4 luidt Pro:
Voor zover in deze allonge niet wordt afgeweken van het gestelde in de huurovereenkomst, blijven alle overige voorwaarden en bedingen van de huurovereenkomst en allonges onverkort gehandhaafd en van kracht.
Verzoek
Zowel huurder als verhuurder kunnen de huurovereenkomst eenmalig beëindigen na 2 jaar, dus per 1 juni 2026 met een opzegtermijn van 6 maanden.
Nu artikel 3.4 van de huurovereenkomst bepaalt dat FFG bij opzegging de wettelijke opzeggingsgronden als bedoeld in artikel 7:296 BW Pro in acht dient te nemen en Allonge II hiervan niet afwijkt, geldt artikel 3.4 van de huurovereenkomst volgens haar onverkort en kon FFG alleen opzeggen met vermelding van een opzeggingsgrond.
Beoordeling
ten nadele van de huurdermag worden afgeweken. Dergelijke bepalingen zijn vernietigbaar. Indien evenwel door de kantonrechter desgevraagd goedkeuring aan dergelijke bepalingen is verleend kan de huurder de vernietiging niet inroepen en zijn ze dus, behoudens bijzondere omstandigheden, onaantastbaar. De kantonrechter verleent die goedkeuring alleen indien het beding de rechten die de huurder aan de wettelijke bepalingen betreffende huur ontleent, niet wezenlijk aantast of diens maatschappelijke positie in vergelijking met die van de verhuurder zodanig is, dat hij de bescherming die deze wettelijke bepalingen hem bieden niet behoeft.