Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2022.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde op 15 mei 2026 een verzoek van de vader om gezamenlijk ouderlijk gezag te verkrijgen over zijn minderjarige kind, geboren in 2022, en om een vaste omgangsregeling vast te stellen. De ouders hadden een relatie die in 2021 eindigde; de moeder oefent momenteel het eenhoofdig gezag uit en het kind woont bij haar.
De vader verzocht om een omgangsregeling waarbij het kind om de week van maandag na school tot zondagavond bij hem verblijft, inclusief afspraken over vakanties en verjaardagen. Tevens wilde hij het gezag gezamenlijk met de moeder uitoefenen. De moeder stemde in met het gezamenlijk gezag, maar vond het te vroeg om de omgangsregeling aan te passen vanwege de aanstaande schoolstart en andere veranderingen voor het kind.
De rechtbank oordeelde dat er geen contra-indicaties waren tegen gezamenlijk gezag en dat het verzoek daartoe toegewezen kon worden. De omgangsregeling werd niet volledig toegewezen, maar de huidige regeling, waarbij het kind om de twee weken van woensdag tot zaterdag bij de vader verblijft, werd als zorgregeling vastgesteld. De rechtbank wees het meer of anders verzochte af en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het gezamenlijk ouderlijk gezag wordt toegewezen en de zorgregeling vastgesteld met verblijf bij de vader om de twee weken.