Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
the Regional Court in Bydgoszcz,
3rd Penal Division, Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
the District Court in Inowrocławvan 15 april 2013, referentie II K 49/12
,aangepast bij het arrest van
the Regional Court in Bydgoszczvan
14 augustus 2013, referentie IV Ka 576/13.
4.4. Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro
the Regional Court in Bydgoszcz, aan artikel 12 OLW Pro toetsen.
the District Court in Inowrocławvan 2 april 2026 blijkt dat de opgeëiste persoon niet aanwezig was op de zitting die geleid heeft tot het arrest. Anders dan de raadsman en officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat geen sprake is van de situatie zoals bedoeld in artikel 12, onder b, OLW. De rechtbank stelt op grond van de aanvullende informatie van 7 april 2026 vast dat onderdeel D van het EAB is ingevuld voor de procedure in eerste aanleg. Door de uitvaardigende justitiële autoriteit is niet een ingevuld onderdeel D voor de procedure in hoger beroep toegezonden, ook niet bij de aanvullende informatie van 2 en 7 april 2026. Ten aanzien van de procedure in hoger beroep kan op grond van de aanvullende informatie van 2 april 2026 enkel worden vastgesteld dat de advocaat van de opgeëiste persoon in zijn plaats is verschenen. Naar het oordeel van de rechtbank kan daarmee ten aanzien van de procedure in hoger beroep niet worden vastgesteld dat aan alle vereisten zoals bedoeld in artikel 12, onder b, OLW is voldaan. Weliswaar heeft de opgeëiste persoon zelf verklaard dat hij een advocaat heeft gemachtigd om voor hem de verdediging in hoger beroep te voeren, maar niet kan worden vastgesteld dat deze advocaat daadwerkelijk de verdediging heeft gevoerd.
5.Strafbaarheid
the District Courtin Inowroclaw opgelegd rijverbod. De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het feit niet aangeduid als een feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW zijn neergelegd. Indien aan het daarin genoemde vereiste van dubbele strafbaarheid niet wordt voldaan, kan de overlevering op grond van artikel 7, tweede lid onder b OLW geweigerd worden.
6.Slotsom
8.Beslissing
[de opgeëiste persoon]aan
the Regional Court in Bydgoszcz,
3rd Penal Division, Polen, voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.