Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:4887

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
23 april 2026
Publicatiedatum
21 mei 2026
Zaaknummer
13/347461-25
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 7 OLWArt. 11 OLWArt. 22 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel uit Polen

De rechtbank Amsterdam behandelde het Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Poolse justitiële autoriteit voor de overlevering van een in Nederland gedetineerde Poolse staatsburger. De procedure startte op 24 februari 2026 en kende meerdere zittingen, waarbij de rechtbank de wettelijke beslistermijn verlengde en het onderzoek tijdelijk schorste om gelijktijdige afdoening met gerelateerde zaken mogelijk te maken.

Tijdens de zittingen werd vastgesteld dat de identiteit van de opgeëiste persoon correct was en dat hij de Poolse nationaliteit bezit. De rechtbank herhaalde in haar tussenuitspraak van 10 maart 2026 haar overwegingen over de grondslag van het EAB, de strafbaarheid van het feit, de toetsing aan het Handvest van de grondrechten van de EU en de detentieomstandigheden in Polen.

De rechtbank concludeerde dat het EAB voldoet aan de eisen van de Overleveringswet, dat er geen weigeringsgronden zijn en dat geen omstandigheden aanwezig zijn die de overlevering zouden verbieden. Hoewel de wettelijke beslistermijn was verstreken, bleef de verplichting tot beslissing bestaan, maar zonder grondslag voor verdere gevangenneming.

Op 23 april 2026 werd de overlevering toegestaan. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open, waarmee de procedure definitief werd afgesloten.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Polen toe.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/347461-25 (EAB II)
Datum uitspraak: 23 april 2026
UITSPRAAK
op de vordering van 5 januari 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 25 augustus 2025 door
the Warsaw Regional Court (Sąd Okręgowy w Warszawie), VIII Penal Division,Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[de opgeëiste persoon] ,
geboren op [geboortedag] 1995 in [geboorteplaats] (Polen),
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres] ,
gedetineerd in het [detentieadres] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB is aangevangen op de zitting van 24 februari 2026, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. S.J. Römer, advocaat in Amsterdam, en door een tolk in de Poolse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenneming bevolen.
Tussenuitspraak 10 maart 2026 [3]
In deze tussenuitspraak heeft de rechtbank het onderzoek heropend en voor onbepaalde tijd geschorst om deze zaak gelijktijdig af te kunnen doen met de zaken met parketnummers
13/ 347413-25 (EAB I) en 13/042569-26 (EAB III).
Zitting 17 maart 2026
Op deze zitting heeft de rechtbank – met instemming van partijen – de behandeling van het EAB in gewijzigde samenstelling voortgezet, in aanwezigheid van mr. A. Keulers, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman,
mr. S.J. Römer en door een tolk in de Poolse taal.
De rechtbank heeft de behandeling van de zaak voor bepaalde tijd aangehouden, omdat de door de Poolse autoriteiten verstrekte antwoorden (inzake EAB I en EAB III) op de in de tussenuitspraak gestelde vragen nog niet waren vertaald.
Zitting 9 april 2026
Op deze zitting heeft de rechtbank – met instemming van partijen – de behandeling van het EAB in gewijzigde samenstelling voortgezet, in aanwezigheid van mr. E.M. Meppelink, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. F.P. Slewe die waarneemt voor zijn kantoorgenoot mr. S.J. Römer, en door een tolk in de Poolse taal.
De rechtbank stelt vast dat in deze zaak de wettelijke termijn waarbinnen de rechtbank op basis van de OLW op het overleveringsverzoek moet beslissen, is verstreken. [4] Dit ontslaat de rechtbank niet van haar verplichting om op het overleveringsverzoek te beslissen. Het betekent echter wel dat geen wettelijke grondslag meer bestaat voor gevangenneming. [5]

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

3.Tussenuitspraak van 10 maart 2026

In deze tussenuitspraak heeft de rechtbank al geoordeeld over de grondslag en inhoud van het EAB, de strafbaarheid van het feit, de toetsing aan artikel 11 OLW Pro in combinatie met artikel 47 van Pro het Handvest van de grondrechten van de EU en over de Poolse detentieomstandigheden. Die overwegingen moeten als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.
Op de zitting van 9 april 2026 heeft geen verdere inhoudelijke behandeling van het onderhavige EAB plaatsgevonden.

4.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. De rechtbank staat daarom de overlevering toe.

5.Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 2, 5 en 7 OLW.

6.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[de opgeëiste persoon]aan
the Warsaw Regional Court (Sąd Okręgowy w Warszawie), VIII Penal Division,Polen, voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. E.M. de Bie, voorzitter,
mrs. L. Sanders en E. van den Brink, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D.F.A. Reuvekamp en E. Mulder, griffiers,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 23 april 2026.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 OLW Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
4.Zie artikel 22 OLW Pro.
5.De termijn van vrijheidsbeneming (en mogelijkheden tot verlenging daarvan) moeten in samenhang worden bezien met de wettelijke beslistermijn.