ECLI:NL:RBAMS:2026:4873
Rechtbank Amsterdam
- Eerste en enige aanleg
- M.C.M. Hamer
- D.L.S. Ceulen
- C.M.S. Loven
- Rechtspraak.nl
Officier van justitie niet-ontvankelijk in vordering tot in behandeling nemen Europees aanhoudingsbevel wegens intrekking
De rechtbank Amsterdam behandelde een vordering van de officier van justitie tot in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Franse justitiële autoriteit. De opgeëiste persoon, geboren in 1995 in Marokko en zonder vaste verblijfplaats in Nederland, was gedetineerd in een penitentiaire inrichting.
Tijdens de zittingen op 16 april en 6 mei 2026 werd het EAB besproken. De rechtbank wees een gevorderde gevangenhouding af omdat de opgeëiste persoon niet in verzekering of bewaring was gesteld en de officier van justitie deze niet tijdig had gevorderd. Een verzoek tot heropening van het onderzoek om deze fout te herstellen werd afgewezen omdat het slechts een herstel van een procedurefout betrof zonder nieuwe feiten.
Op 12 mei 2026 ontving de rechtbank een bericht van het Internationaal Rechtshulpcentrum dat het EAB was ingetrokken en dus niet meer geldig was. De rechtbank stelde de raadsman in de gelegenheid hierop te reageren, maar deze maakte geen gebruik van die mogelijkheid. Op 13 mei 2026 werd het onderzoek gesloten en uitspraak gedaan.
De rechtbank oordeelde dat de grondslag voor de vordering tot in behandeling nemen van het EAB was komen te vervallen en verklaarde de officier van justitie niet-ontvankelijk. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard omdat het Europees aanhoudingsbevel is ingetrokken en niet meer geldig is.