Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.[eiser 1] ,
[eiser 2],
[eiser 3],
[eiser 4],
[eiser 5],
[eiser 6],
1.De procedure
- het B-formulier van 8 december 2025 waarin [eisers] heeft gevraagd de zaak C/13/752710 HA ZA 24-683 weer op de rol te plaatsen voor vonnis,
- het verzoek van [eisers] bij akte te mogen reageren op de standpunten van SWM tijdens de mondelinge behandeling en de e-mail van 26 februari 2026 van deze rechtbank waarin dit verzoek van [eisers] is geweigerd,
- de brief van 24 februari 2026 van SWM met de mededeling dat het door SWM ingestelde hoger beroep van het vonnis van 4 september 2024
2.De feiten in conventie en in reconventie
[locatie].
“ontvangen onder leiding van [naam 1] , [naam 4] , [naam 3] , [naam 2] ”. De laatste drie hebben hun paraaf onder de tekstregel met hun namen geplaatst.
3.Het geschil
“Naam schuldeiser: [naam van het kind van [eiser 1] en [naam 2] , rb]“. Andere personen hebben verklaard dat dit de gebruikelijke gang van zaken is bij SWM bij geldleningen. [eiser 1] beschikt niet over alle of de volledige Excel-sheets die SWM heeft bijgehouden voor de haar kinderen. [eiser 1] heeft zelf ook een overzicht bijgehouden van betalingen per kind aan SWM. In 2020 zijn aan de hand van de Excel-sheets in de kluis van de moskee de tot dan betaalde bedragen per kind vastgelegd in een Karz Hasana, een geldlenings-overeenkomst volgens het islamitische geloof. De reden voor het opstellen van die Karz Hasana’s is dat de afspraak over terugbetaling door SWM op papier moest worden vastgelegd, aldus het toenmalige dagelijks bestuur. Na 12 januari 2020 is per kind nogmaals € 1.300 aan SWM betaald door [eiser 1] . De per kind gevorderde bedragen zijn de bedragen in de Karz Hasana documenten verhoogd met daarna betaalde bedragen (€ 1.300 per kind). De vordering van [eiser 3] is daarnaast nog € 1.200 hoger dan in zijn Karz Hasana is opgenomen. Uit de Excel-sheets van SWM blijkt dat ook voor hem dit bedrag is betaald in het jaar voorafgaand het opstellen van zijn Karz Hasana. Die betalingen uit 2019 zijn niet meegeteld bij het opstellen van de Karz Hasana voor [eiser 3] . Verder is gebleken dat door SWM vanaf mei 2015 tot en met april 2021 ook € 200 per maand is afgeschreven van de bankrekening van [naam 2] . Dit was niet de bedoeling van [eiser 1] en [naam 2] . Zij hebben afgesproken dat vanaf mei 2015 het totaalbedrag voor alle kinderen (€ 500) door [eiser 1] zou worden betaald aan SWM. Dit bedrag werd in twee delen afgeschreven van de bankrekening van [eiser 1] , een deel aan het begin van de maand en een deel aan het eind van de maand. Vanaf 4 september 2017 is het totaalbedrag van € 500 maandelijks in een keer afgeschreven van haar bankrekening. De € 200 per maand die is afgeschreven van de bankrekening van [naam 2] is ook onderdeel van de geldlening die namens de kinderen aan SWM is verstrekt. Dit is over die gehele periode van mei 2015 tot en met april 2021 een totaalbedrag van € 12.200 (61 maanden maal € 200), of per kind € 2.440 (zijnde € 12.200 gedeeld door 5). Dit is met de eisvermeerdering toegevoegd aan de vorderingen van de kinderen. Naast de geleende bedragen dient SWM ook de buitengerechtelijke kosten te vergoeden. Die zijn per kind uitgerekend aan de hand van de staffel uit het Besluit buitengerechtelijke incassokosten en zijn per kind opgeteld bij de hoofdsom aan geldlening. De wettelijke rente is verschuldigd vanaf het moment dat de kinderen hebben gevraagd om betaling van de geleende geldsommen, aldus steeds [eisers]
“Moskee karza hasnaa”. Uit niets blijkt dat die betalingen zin bedoeld als geldverstrekking door de kinderen als lening aan SWM. Daarnaast zijn geplande betalingsopdrachten herhaaldelijk niet uitgevoerd vanwege een te laag banksaldo op de bankrekening van [eiser 1] of [naam 2] . En uitgevoerde betalingen zijn herhaaldelijk gestorneerd. De vorderingen van [eisers] tot terugbetaling van de bedragen zijn tot slot verjaard, aldus steeds SWM.
4.De beoordeling
Stichting Welzijn voor Moslims in Nederlandeen lening (karz hasana) te zijn aangegaan ten bedrage van [bedrag, rb] Zegge: [uitgeschreven bedrag, rb]
onbepaald
Teruggave direct op aanvraag.”
“schuldeiser”. Daaruit volgt dat de betalingen zijn bedoeld als geldlening. Om dit te formaliseren zijn uiteindelijk de Karz Hasana documenten opgesteld, waarin het verstrekken van geld als lening is bevestigd, aldus [eisers]
“schuldeiser”wordt genoemd) en hoe dit werd terugbetaald (op vraag van de geldverstrekker).
“Moskee donatie lte”lijken van een andere bankrekening ( [IBAN nummer 3] ) te zijn dan vanwaar de betalingen voor de kinderen zijn geïncasseerd in 2014 ( [IBAN nummer 1] ). [eisers] heeft slechts terugbetaling gevorderd van bedragen die zij heeft betaald van de persoonlijke bankrekeningen van [eiser 1] bij de ING bank.
€ 1.200. SWM heeft geen conclusies verbonden aan de betalingen door [naam 2] op 29 en 31 december 2014 van in totaal € 800 en op 13 april 2015 van € 200. SWM heeft verder betoogd dat mogelijk nog meer betalingen zijn gestorneerd of niet zijn uitgevoerd maar dat ze dat niet meer kan controleren voor de periode van voor 2017 omdat ING Bank die gegevens niet bewaart. Dit komt niet overeen met haar betoog over de storneringen en niet uitgevoerde opdrachten uit 2014 waarop zij een beroep heeft gedaan. Daarnaast heeft SWM dus kennelijk wel over de periode na 2017 nader onderzoek kunnen doen ter ondersteuning van haar stellingen over storneringen en niet uitgevoerde betalingsopdrachten.
“ [eiser 5] spaarpot umrah”, aldus steeds [eisers]
- In de periode 4 mei 2015 tot en met 2 augustus 2017 is maandelijks € 315 betaald aan SWM met een overschrijving met online bankieren (productie 48 bij akte nadere producties).
- Vanaf 4 september 2017 is maandelijks € 530 betaald aan SWM met een incassobetaling (productie 9 bij dagvaarding).
“Eerste incasso”, later met omschrijving
“Moskee Karz hazana”.
“Moskee Karz hazana”. Dit kan ook duiden op een door [naam 2] aan SWM verstrekte Karz Hasana voor de bouw van een moskee.
“namens”haar kinderen betalingen aan SWM te doen als geldlening. Er is geen rechtsregel die vereist dat een kind – ongeacht zijn leeftijd – zijn ouder machtigt om betalingen voor dat kind te verrichten. Ook niet als die ouder die betaling omschrijft als een betaling
“namens”het kind en die betaling wordt beschouwd als het verstrekken van een geldlening.