ECLI:NL:RBAMS:2026:4814
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Nietigverklaring dagvaarding wegens niet-betekeningsvereisten en beëindiging vervolging
De rechtbank Amsterdam behandelde op 30 april 2026 een strafzaak tegen verdachte die werd beschuldigd van het overdragen, vervaardigen en verhandelen van wapens en munitie via WhatsApp-berichten.
De officier van justitie stelde dat de dagvaarding nietig moest worden verklaard omdat deze niet aan de raadsman van verdachte was verzonden en pas op 23 april 2026 aan verdachte zelf was betekend, waardoor niet werd voldaan aan de wettelijke termijn van tien dagen voor de zitting. Dit betekende dat verdachte geen behoorlijke kennis had van de zaak.
Gezien het belang van verdachte en het feit dat er een andere strafzaak op dezelfde zittingsdag speelde, besloot het openbaar ministerie de vervolging in deze zaak niet voort te zetten.
De rechtbank oordeelde dat de dagvaarding nietig was en verklaarde deze als zodanig, waarmee de procedure in deze zaak werd beëindigd.
Uitkomst: De dagvaarding is nietig verklaard en de vervolging tegen verdachte is beëindigd.