Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:4813

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
13 mei 2026
Publicatiedatum
19 mei 2026
Zaaknummer
13.022399.26
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 SrArt. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 22c Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor bezit van wapens, munitie en MDMA met voorwaardelijke gevangenisstraf en taakstraf

De rechtbank Amsterdam heeft verdachte veroordeeld voor het bezit van 15 vuurwapens of onderdelen daarvan, ruim 20 soorten munitie, en ongeveer 34 gram MDMA. De wapens waren deels omgebouwd, wat een groot gevaar voor de samenleving vormt. Verdachte verklaarde dat de wapens voor de sier waren, maar dit werd door de rechtbank als onaannemelijk beoordeeld.

De rechtbank hield rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder een verstandelijke beperking en bipolaire stoornis, en het feit dat hij sinds 2018 geen contact meer had met justitie. De reclassering adviseerde een deels voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden, waaronder meldplicht, ambulante behandeling, begeleid wonen, dagbesteding, bewindvoering en middelengebruikcontrole.

De rechtbank legde een gevangenisstraf van 120 dagen op, waarvan 80 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en een taakstraf van 240 uren. De bijzondere voorwaarden van de reclassering werden aan het voorwaardelijke deel gekoppeld. Daarnaast werd beslag gelegd op de wapens en munitie, waarbij een deel werd onttrokken aan het verkeer en een deel verbeurd verklaard.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 120 dagen gevangenisstraf waarvan 80 dagen voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden en een taakstraf van 240 uren voor bezit van wapens, munitie en MDMA.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummer: 13.022399.26
Datum uitspraak: 13 mei 2026
Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1966,
wonende op het adres:
[adres],
hierna: verdachte.

1.Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 30 april 2026.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. M.T.A. de Ridder, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. H.G. Kersting, naar voren hebben gebracht.

2.Tenlastelegging

Aan verdachte is, kort gezegd en na wijziging van de tenlastelegging op de zitting, ten laste gelegd dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan
1
het voorhanden hebben van wapens en munitie op of omstreeks 21 januari 2026 te Amsterdam, en
2
het opzettelijk aanwezig hebben van 34 gram MDMA op of omstreeks 20 januari 2026 te Amsterdam.
De volledige tenlastelegging is opgenomen in
bijlage Idie aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

3.Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4.Waardering van het bewijs

4.1.
Het standpunt van de officier van justitie en de verdediging
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de feiten wettig en overtuigend kunnen worden bewezen.
De raadsman heeft geen inhoudelijk verweer gevoerd.
4.2.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank is – met de officier van justitie – van oordeel dat het ten laste gelegde kan worden bewezen, gelet op de in
bijlage IIopgesomde bewijsmiddelen.
Omdat verdachte de bewezenverklaarde feiten heeft bekend en de raadsman hiervoor geen vrijspraak heeft bepleit, kan op grond van artikel 359 derde Pro lid van het Wetboek van Strafvordering worden volstaan met de genoemde opgave van de bewijsmiddelen.

5.De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat verdachte
1
omstreeks 21 januari 2026 te Amsterdam, voorhanden heeft gehad (onderdelen van) wapens als bedoeld in artikel 2 lid 1 categorie Pro III, onder 1 van de Wet Wapens en munitie, te weten:
- Vuurwapen (pistool), merk BBM (Bruni), model GAP (6764279),
- Vuurwapen (pistool), merk BBM (Bruni), model GAP (6764280),
- Vuurwapen (pistool), merk Kimar, model Lady K (6764281),
- Vuurwapen (pistool), merk Kimar, model 85 (6764283),
- Vuurwapen (pistool), merk BBM, model 315 Auto (6764289),
- Vuurwapen (pistool), merk Kimar, model Lady K (6768176),
- Vuurwapen (alarm (start) pistool), merk German Polizei Automatisch Dienst, model PDP (6764290),
- Pistool, althans vuurwapen (loop), merk Walther origineel (6764292),
- Vuurwapen (slede), merk BBM, model 92 (6764293),
- Vuurwapen (slede), merk BBM, model GAP (6764294),
- Vuurwapen (slede), merk BBM, model GAP (6764297),
- Losse loop (buis), (6768244)
- Losse loop (loop), (6768245)
- Losse loop (buis en loop), (6768249), en/of
- Losse trekker van vuurwapen (originele trekker), (6768247)
EN
Munitie voorhanden heeft gehad van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten:
- 52 stuks, althans een aantal, munitie, merk Fiocchi, kaliber 9mm P.A.K. (6765068),
- 251 stuks, althans een aantal, munitie, merk Fiocchi, kaliber 8mm P.A.K. (6765069),
- 60 stuks, althans een aantal, munitie, merk Fiocchi, kaliber 8mm P.A.K. (6765070),
- 31 stuks, althans een aantal, munitie, merk Sellier & Bellot, kaliber .38 Special (6765071),
- 11 stuks, althans een aantal, munitie, merk Sellier & Bellot, kaliber .38 Special (6765072),
- 51 stuks, althans een aantal, munitie, merk Fiocchi, kaliber 9mm P.A.K (6765073),
- 21 stuks, althans een aantal, munitie, merk Fiocchi, kaliber 9mm P.A.K. (6765076),
- één stuk, munitie, merk Fiocchi, kaliber 9mm P.A.K. (6765077),
- 3 stuks, althans een aantal, munitie, merk Fiocchi, kaliber 8mm P.A.K. (6765078),
- 2 stuks, althans een aantal, munitie, merk CBC, kaliber 7.65mm Browning (6765079),
- 11 stuks, althans een aantal, munitie, merk CBC, kaliber 7.65mm Browning (6765080),
- 5 stuks, althans een aantal, munitie, merk CBC, kaliber 7.65mm Browning (6765081),
- 3 stuks, althans een aantal, projectielen (kogels), kaliber 7.65mm Browning (6765084),
- 11 stuks, althans een aantal, projectielen (kogels), kaliber 9mm (6765085),
- 34 stuks, althans een aantal, projectielen (kogels), kaliber 8mm (6765086),
- 49 stuks, althans een aantal, munitie, merk Fiocchi, kaliber 8mm P.A.K. (6765090),
- één stuk, munitie, merk Fiocchi, kaliber 9mm P.A.K. omgebouwd naar scherp (6768277),
- 2 stuks, althans een aantal, munitie, merk Fiocchi, 8mm P.A.K. omgebouwd naar scherp (6768236),
- één stuk, munitie, merk Fiocchi, 9mm P.A.K. omgebouwd naar scherp (6768239),
- één stuk, munitie, merk Fiocchi, 8mm P.A.K. omgebouwd naar scherp (6768240),
- 2 stuks, althans een aantal, munitie, merk Fiocchi, 8mm P.A.K. omgebouwd naar scherp (6768241),
- één stuk, munitie, merk Fiocchi, 8mm P.A.K. omgebouwd naar scherp (6768242), en/of
- 2 stuks, althans een aantal, munitie, merk Fiocchi, 8mm P.A.K. omgebouwd naar scherp (6768243);
2
omstreeks 20 januari 2026 te Amsterdam, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 34 gram MDMA.

6.De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7.De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8.Motivering van de straffen

8.1.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van de door haar bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 (twee) jaren. Daarbij heeft zij gevorderd dat de bijzondere voorwaarden, als vermeld in het reclasseringsrapport, aan verdachte worden opgelegd.
8.2.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de eis van de officier van justitie geen recht doet aan deze zaak. Verdachte heeft geen kwade bedoelingen gehad bij de feiten. Gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte, en het feit dat hij sinds 2018 geen contact meer heeft gehad met justitie, is een langere gevangenisstraf dan die verdachte reeds in voorarrest heeft gezeten niet passend. .
De verdediging verzet zich daarnaast tegen de oplegging van de bijzondere voorwaarde met betrekking tot de bewindvoering. Er zijn in zijn begeleide woonsituatie bij Cordaan voldoende mogelijkheden om hem onder bewind te stellen als dit nodig blijkt te zijn.
8.3.
Het oordeel van de rechtbank
De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken.
De ernst van de feiten
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het verboden bezit van wapens en munitie. Uit het dossier blijkt dat het 15 vuurwapens of onderdelen van vuurwapens betreffen en ruim 20 verschillende soorten (deels scherpe) munitie. Verdachte heeft verklaard dat de wapens voor de sier waren en dat hij niet wist dat het bezit daarvan strafbaar was. Deze verklaring acht de rechtbank onaannemelijk, mede gegeven de inhoud van het wapenrapport van 26 februari 2026. Daaruit blijkt dat een deel van de aangetroffen wapens en munitie omgebouwd zijn en dat dit mogelijk gebeurd is met de onder verdachte inbeslaggenomen gereedschappen.De politie omschrijft hetgeen zij bij verdachte hebben aangetroffen als een ombouwstation. Buren klaagden over geluidsoverlast afkomstig uit de woning van verdachte. De rechtbank gaat er daarom vanuit dat verdachte zich ook bezig heeft gehouden met de ombouw van een deel van de inbeslaggenomen wapens en munitie. Gemanipuleerde wapens en munitie kunnen blijkens het voornoemde rapport zwaar lichamelijk of dodelijk letsel veroorzaken. Daarnaast geldt dat het bezit van een dergelijk grote hoeveelheid vuurwapens en munitie een groot gevaar vormt voor de samenleving. Het onbevoegd voorhanden hebben daarvan maakt een ernstige inbreuk op de rechtsorde en leidt tot gevoelens van onveiligheid in de samenleving. De rechtbank rekent dit verdachte aan.
Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het bezit van MDMA. Het is een feit van algemene bekendheid dat (hard)drugs een bedreiging vormen voor de volksgezondheid. Het gaat om verslavende en bewustzijnsbeïnvloedende middelen die direct en indirect zorgen voor vele vormen van overlast en die daarnaast een crimineel circuit in stand houden. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij een bijdrage heeft geleverd aan het voornoemde.
De persoon van verdachte
De rechtbank heeft acht geslagen op het Uittreksel Justitiële Documentatie (het strafblad) van verdachte van 16 april 2026. Hieruit blijkt dat hij lang niet in aanraking is gekomen met justitie.
De rechtbank heeft daarnaast ook kennis genomen van het reclasseringsadvies van 9 april 2026. De reclassering benoemt dat er naar aanleiding van een delict in 2018 een persoonlijkheidsonderzoek is uitgevoerd. Hieruit kwam naar voren dat bij verdachte sprake is van een verstandelijke beperking en een bipolaire stoornis. Hij is toen klinisch behandeld en kreeg anti-psychotische medicatie voorgeschreven. Verdachte is recent met zijn anti-psychotische medicatie gestopt omdat hij deze medicatie niet meer nodig vindt. Verdachte woont momenteel begeleid in een woning van Cordaan. Hij vindt dat hij daar te veel wordt beperkt in zijn vrijheid en wenst minder bemoeienis. Verdachte wil dan ook geen reclasseringstoezicht omdat hij bang is te veel beperkt te worden in zijn autonomie. Dit beaamt verdachte ter terechtzitting. De reclassering acht een toezicht echter wel wenselijk. Zij verwacht niet dat verdachte nog leerbaar is, maar zien wel dat een aantal voorwaarden meer structuur en afleiding kunnen bieden aan verdachte. De reclassering adviseert een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met de volgende bijzondere voorwaarden: een meldplicht, ambulante behandeling, (voortgezet) verblijf in begeleid wonen, het vinden van dagbesteding, meewerken met een bewindvoerder en beheersing van zijn middelengebruik. Ondanks de weerstand van verdachte verwacht de reclassering dat de uitvoering van het toezicht haalbaar en zinvol is. De reclassering merkt op dat een langdurige gevangenisstraf ervoor zou zorgen dat hij zijn huisvesting bij Cordaan verliest. Verdachte zou in staat zijn een taakstraf uit te voeren.
Oriëntatiepunten
Ten aanzien van het voorhanden hebben van de vuurwapens en munitie heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij de landelijke oriëntatiepunten voor wapenbezit. Deze oriëntatiepunten vermelden een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden voor het voorhanden hebben van een pistool in een woning. Omdat verdachte 15 (onderdelen van) van wapens bezat en ruim 20 soorten munitie zou hier een forse gevangenisstraf volgen.
Ondanks het voorgaande acht de rechtbankgegeven de persoonlijke situatie van verdachte een lange gevangenisstraf te ontregelend voor hem. Met name zijn huisvesting en de daarbij behorende hulp die hij krijgt om zijn leven op orde te brengen, zijn dusdanig waardevol voor verdachte dat het verlies daarvan voor hem zeer negatieve gevolgen met zich mee zal brengen.
De rechtbank acht een taakstraf daarom in dit geval meer passend. Daarnaast kan een taakstraf ook goed als dagbesteding voor verdachte fungeren. Dit dient dan wel een forse taakstraf te zijn, mede gelet op voornoemde oriëntatiepunten.
Straf
De rechtbank is van oordeel dat gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden aanleiding bestaat om bij de straftoemeting af te wijken van hetgeen door de officier van justitie is gevorderd.
Alles afwegend acht de rechtbank de volgende straf passend en geboden. Aan verdachte wordt een gevangenisstraf opgelegd van 120 dagen met aftrek van het voorarrest. Een deel van deze gevangenisstraf, te weten 80 dagen, wordt voorwaardelijk opgelegd om verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen, met een proeftijd van twee jaren. Daarnaast zal de rechtbank aan het voorwaardelijke strafdeel de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden koppelen. De rechtbank gaat niet mee in het verweer van de raadsman met betrekking tot de bewindvoering. De reclassering heeft geadviseerd deze bijzondere voorwaarde op te leggen en de rechtbank heeft onvoldoende reden dit advies niet te volgen. Ook deze voorwaarde zal daarom aan verdachte worden opgelegd. Daarnaast wordt aan verdachte een taakstraf opgelegd voor de duur van 240 uren.

9.Beslag

De beslaglijst is opgenomen in
bijlage III, die aan dit vonnis is gehecht en als hier ingevoegd geldt.
9.1.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat als volgt over het beslag dient te worden besloten:
  • nummers 1 tot en met 41, 43, 45, 46, 48, 50 tot en met 59 en 61 tot en met 63 dienen te worden onttrokken aan het verkeer,
  • nummers 42, 44, 47, 49, 60 en 64 dienen te worden teruggegeven aan verdachte.
9.2.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat het inbeslaggenomen gereedschap (nummers 50 tot en met 58) teruggegeven dient te worden aan verdachte. Veel van dit gereedschap is geleend van anderen en wil verdachte aan hen teruggeven. Ten aanzien van het overige heeft de verdediging niks opgemerkt.
9.3.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank oordeelt als volgt.
De inbeslaggenomen goederen met nummers 1 tot en met 41, 43, 45, 46, 48, 59 en 61 tot en met 63 worden onttrokken aan het verkeer, omdat met betrekking tot deze voorwerpen de bewezen geachte feiten zijn begaan en het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang.
De inbeslaggenomen goederen met nummers 42, 44, 47, 49, 60 en 64 zullen worden teruggegeven aan verdachte.
De inbeslaggenomen goederen met nummers 50 tot en met 58 worden verbeurdverklaard, omdat met behulp van die voorwerpen het bewezen geachte is begaan. Dit wordt onderschreven in het definitieve wapenrapport van 26 februari 2026, waarin is genoemd hoe de verschillende gereedschappen gebezigd kunnen worden voor het ombouwen van kogels en wapens.

10.Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a, 36, 36c en 57 van het Wetboek van Strafrecht, artikelen 3, 26 en 55 van de Wet Wapens en Munitie en artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.

11.Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
Het bewezen verklaarde levert op:
1
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de WWM en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, strafbaar gesteld bij artikel 55, derde lid onder a, van de WWM, meermalen gepleegd
en
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de WWM, strafbaar gesteld bij artikel 55, eerste lid, van de WWM, meermalen gepleegd,
2
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod.
Verklaart het bewezene strafbaar.
Verklaart verdachte daarvoor strafbaar.
Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van
120 (honderdtwintig) dagen.
Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.
Bepaalt dat een gedeelte,
80 (tachtig) dagen, van deze gevangenisstraf niet tenuitvoergelegd zal worden, tenzij later anders wordt bevolen.
Stelt daarbij een proeftijd van
2 (twee) jarenvast.
De tenuitvoerlegging kan worden bevolen als de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit.
De tenuitvoerlegging kan ook worden bevolen als de veroordeelde gedurende de proeftijd niet aan de hierna vermelde bijzondere voorwaarden voldoet.
Stelt als bijzondere voorwaarden:
Meldplicht bij reclassering
Dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. De reclassering zal contact met veroordeelde opnemen voor de eerste afspraak.
Ambulante behandeling
Dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd laat behandelen door de Forensisch Ambulante Zorg van Inforsa of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op psychische- en verslavingsproblematiek. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat veroordeelde voorgeschreven medicatie zal gebruiken.
Verblijf in begeleid wonen of maatschappelijke opvang
Dat veroordeelde gedurende de proeftijd verblijft bij Cordaan of een soortgelijke instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf is reeds gestart. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering opstelt.
Dagbesteding
Veroordeelde spant zich in voor het vinden en behouden van een dagbesteding, met een vaste
structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag.
Meewerken met de bewindvoerder
Veroordeelde houdt zich aan de afspraken met zijn bewindvoerder. Veroordeelde geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden.
Beheersing middelengebruik
Dat veroordeelde gedurende de proeftijd meewerkt aan controles om zicht te krijgen op het gebruik en/of het gebruik te leren beheersen van alcohol en verdovende middelen, genoemd in lijst I (harddrugs), en lijst II (softdrugs) en middelen die vallen onder een stofgroep genoemd in lijst IA in de Opiumwet. Deze controles kunnen bestaan uit urineonderzoek en ademonderzoek. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd.
Geeft aan de reclassering de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.
Voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd
  • ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
  • medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht.
Veroordeelt verdachte tot een taakstraf van
240 (tweehonderdveertig) uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van
120 (honderdtwintig) dagen.
Verklaart onttrokken aan het verkeer: nummers 1 tot en met 41, 43, 45, 46, 48, 59 en 61 tot en met 63 van de beslaglijst.
Gelast de teruggave aan veroordeelde van: nummers 42, 44, 47, 49, 60 en 64 van de beslaglijst.
Verklaart verbeurd: nummers 50 tot en met 58 van de beslaglijst.
Dit vonnis is gewezen door
mr. R.A. Sipkens, voorzitter,
mrs. P. Sloot en J.V.L. van Well, rechters,
in tegenwoordigheid van L.E. Poel, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 13 mei 2026.
[…]