Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Parketnummers vorderingen tul: 23.002166.20 en 13.076147.22
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
Voor zaak B kan tot een bewezenverklaring worden gekomen op basis van de aangifte en verklaring van [slachtoffer 3] , de foto’s van haar letsel, de verklaring van getuige [getuige] , de verklaring van verdachte bij de politie dat hij [slachtoffer 3] heeft geslagen en dat het ook duwen en trekken was, alsmede de verklaring van de verdachte bij de rechter-commissaris en ter terechtzitting van 17 april 2026 dat hij het slachtoffer een ‘platte hand’/ klap heeft gegeven.
De officier van justitie merkt [slachtoffer 3] als de levensgezel van verdachte aan, nu de relatie tussen hen qua hechtheid vergelijkbaar is met die tussen echtgenoten of geregistreerde partners.
Voor een geval waarin de bedreiging op een indirecte manier plaatsvindt, moet verdachte zich willens en wetens hebben blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat de bedreiging terecht zou komen bij degene op wie deze betrekking had.
(de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 1] en andere familieleden)echt bang zijn dat verdachte iemand van de familie iets gaat aandoen of een willekeurig persoon. [slachtoffer 1] heeft verklaard dat verdachte er al jaren van overtuigd is dat er een complot tegen hem is en dat volgens verdachte vooral [slachtoffer 2] hiervan de veroorzaker is.
Het verweer van de raadsman dat er geen sprake is geweest van een reële vrees wordt gelet op het voorgaande verworpen.
Kamerstukken II 2002/03, 28 484, nr. 5, p. 5) volgt dat daarbij de volgende aspecten van belang zijn :
- of sprake is van een gemeenschappelijke huishouding,
- de duur van de gemeenschappelijke huishouding,
- of er een relatie van affectieve aard is, en met name
- of betrokkenen kennelijk uitgaan van een nauwe lotsverbondenheid.
(de rechtbank begrijpt: verdachte), we hebben dezelfde doelen en begrijpen elkaar meer dan wie dan ook. We hebben een moeilijke tijd gehad, toen beide onze dierbaarste vrouwen uit het leven verdwenen. […] Na enige tijd hebben wij elkaar weer gevonden, leven wij gelukkiger en sterker dan ooit met elkaar. We communiceren en zijn daar voor elkaar, zoals echte partners dat doen. De band die wij hebben is bijzonder. […] Ik leef praktisch 24/7 met [verdachte] , hij had een vaste baan, helaas nu in de Ziektewet.”
5.Bewezenverklaring
bijlage Ivervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte
6.De strafbaarheid van de feiten
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straf en maatregel
- een NIFP consult rechtspleging van 14 april 2025, opgesteld door psycholoog G. Veen;
- een Pro Justitia psychologisch onderzoek van 14 oktober 2025, opgesteld door N.P.A. van der Weegen,
- een Pro Justitia psychiatrisch onderzoek van 17 oktober 2025, opgesteld door M.M. Sprock;
- een advies van GGZ Reclassering Inforsa van 11 december 2025, opgesteld door
9.Tenuitvoerlegging voorwaardelijke veroordeling
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
vier maanden.
[…]