Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
mr. M.T.A. de Ridder, en van wat verdachte en zijn raadsvrouw mr. S. Schilder, naar voren hebben gebracht.
[benadeelde partij 1] en van [benadeelde partij 2] .
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
5.Bewezenverklaring
6.De strafbaarheid van de feiten
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straffen
De rechtbank heeft in dit verband kennis genomen van het reclasseringsrapport van 1 juli 2025. Hieruit blijkt dat er geen indicaties zijn dat sprake is van een verstandelijke beperking bij verdachte. Verdachte gaat niet meer naar school en lijkt ook niet meer ontvankelijk voor pedagogische interventies door volwassenen. Ten tijde van de voorgeleiding is geadviseerd verdachte in volwassendetentie te plaatsen, hetgeen is gebeurd. Verdachte lijkt goed te functioneren binnen het volwassenregime in de penitentiaire inrichting. Op basis van het voorgaande adviseert de reclassering om verdachte te berechten onder het volwassenstrafrecht.
9.Ten aanzien van de benadeelde partijen
10.Beslag
11.Toepasselijke wettelijke voorschriften
12.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
gevangenisstrafvoor de duur van
90 dagen.
22 dagen, van deze gevangenisstraf
niet ten uitvoer gelegdzal worden, tenzij later anders wordt bevolen.
proeftijdvan
2 jarenvast.
Meldplicht bij reclassering
Dagbesteding
Meewerken aan schuldhulpverlening
Meewerken aan middelencontrole
bevoegdheid motorrijtuigen te besturenvoor de duur van
6 (zes) maanden.
nietzal worden
ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast. Stelt daarbij een
proeftijdvan
2 jarenvast.
[benadeelde partij 1]toe tot een bedrag van
€ 650,- (zeshonderdvijftig euro)aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (23 april 2025) tot aan de dag van de algehele voldoening.
[benadeelde partij 1]voornoemd.
[benadeelde partij 1]aan de Staat
€ 650,- (zeshonderdvijftig euro)aan vergoeding van immateriële schade te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (23 april 2025) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van
6 (zes) dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
[benadeelde partij 2]toe tot een bedrag van
€ 268,08 (tweehonderd achtenzestig euro en acht eurocent) aan vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (23 april 2025) tot aan de dag van de algehele voldoening.
teruggave aan verdachtevan: