Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
2.De beoordeling
3.De beslissing
dinsdag 12 mei 2026 om 10.00 uurvoor akte uitlating eisende partij,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Amsterdam
Eisende partij, Intrum Nederland B.V., vordert betaling van openstaande bedragen voortvloeiend uit een energieleveringsovereenkomst die gedaagde partij op 11 juni 2021 met Essent Retail Energie B.V. sloot in een filiaal van BCC. De overeenkomst betrof levering van gas en stroom voor drie jaar, met maandelijkse voorschotten en een jaarafrekening die aanzienlijk hoger uitviel dan vooraf ingeschat.
De kantonrechter stelt vast dat de overeenkomst buiten de verkoopruimte is gesloten, waardoor de informatieplicht uit artikel 6:230m en 6:230t BW ambtshalve moet worden getoetst. Eisende partij moet aantonen dat gedaagde partij heeft ingestemd met schriftelijke bevestiging op een duurzame gegevensdrager, wat niet is gebleken. Hierdoor is de overeenkomst vernietigbaar op grond van artikel 6:230i lid 1 BW in samenhang met artikel 3:40 lid 2 BW Pro.
Daarnaast wordt het prijsbeding getoetst aan Richtlijn 93/13 EG betreffende oneerlijke bedingen. De vooraf verstrekte prijsinformatie was onjuist en onvoldoende transparant, aangezien de werkelijke kosten meer dan vijf keer hoger waren dan de inschatting. Dit leidt tot een vermoeden van oneerlijkheid van het prijsbeding.
De kantonrechter geeft eisende partij de gelegenheid om zich schriftelijk uit te laten over de instemming met bevestiging op duurzame gegevensdrager en over de oneerlijkheid van het prijsbeding, waarna de zaak wordt voortgezet. Tot die tijd wordt iedere verdere beslissing aangehouden.
Uitkomst: De zaak wordt aangehouden en verwezen voor nadere uitlatingen van eisende partij over bevestiging op duurzame gegevensdrager en oneerlijkheid van het prijsbeding.