Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:4734

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
28 april 2026
Publicatiedatum
15 mei 2026
Zaaknummer
25/1491
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3.2.3 WlzArt. 3.1.1 Besluit langdurige zorgArt. 2.1 Reling langdurige zorg
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling zorgprofiel Wlz: VV05 passend, beroep op VV08 ongegrond

Eiseres, een 86-jarige vrouw met fronto temporale dementie en diverse somatische aandoeningen, heeft een indicatie voor zorgprofiel VV05 (beschermd wonen met intensieve dementiezorg). Zij verzocht om wijziging naar het zwaardere zorgprofiel VV08 vanwege vermeende toegenomen zorgbehoefte.

Na onderzoek, inclusief huisbezoek en dossierstudie, concludeerde het CIZ dat VV05 het best passende zorgprofiel blijft. De rechtbank bevestigt dit oordeel, stellende dat de psychogeriatrische aandoening dominant is en dat er geen aanwijzingen zijn voor gespecialiseerde verpleegkundige zorg die VV08 rechtvaardigt.

Eiseres bracht onvoldoende medische informatie aan om het standpunt van verweerder te weerleggen. De rechtbank wijst het beroep af, verklaart het ongegrond en bepaalt dat eiseres geen proceskostenvergoeding ontvangt. De uitspraak benadrukt het onderscheid tussen zorgindicatie en zorgrealisatie en verwijst naar de EKT-regeling als aanvullende ondersteuning.

Uitkomst: Het beroep van eiseres op wijziging van het zorgprofiel naar VV08 wordt ongegrond verklaard; het zorgprofiel VV05 blijft van toepassing.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 25/1491

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 april 2025 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats], eiseres

(gemachtigden: mr. R. Kaya en [gemachtigde] ),
en

CIZ, Centrum Indicatiestelling Zorg, verweerder

(gemachtigde: mr. J.E. Koedood).

Samenvatting

1. Eiseres heeft recht op zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Aan haar is door verweerder een zorgindicatie toegekend voor het zorgprofiel VV05 (beschermd wonen met intensieve dementiezorg). Eiseres heeft verweerder gevraagd om haar zorgprofiel te wijzigen in VV08 (beschermd wonen met zeer intensieve zorg, vanwege specifieke aandoeningen, met de nadruk op verzorging/verpleging). Verweerder heeft deze aanvraag afgewezen en stelt dat het zorgprofiel VV05 het best passend is. Eiseres bestrijdt dat en zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank het beroep.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat verweerder terecht vasthoudt aan het zorgprofiel VV05 als het best passende zorgprofiel
.Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres heeft een wijziging van haar zorgindicatie aangevraagd. Verweerder heeft naar aanleiding van deze aanvraag met het primaire besluit van 1 mei 2024 vastgesteld dat eiseres recht heeft op het zorgprofiel VV05. Met het bestreden besluit van 21 januari 2025 op het bezwaar van eiseres heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard en het primaire besluit gehandhaafd.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 5 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de echtgenoot van eiseres, de gemachtigden van eiseres en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

Wat voorafging aan het bestreden besluit
3. Eiseres is 86 jaar oud. Eiseres en haar echtgenoot wonen in [woonplaats]. Eiseres woont thuis. Eiseres heeft onder andere fronto temporale dementie (FTD), diabetes mellitus en zij heeft last van blaasontstekingen waardoor een stil delier ontstaat. Door een ongeval in huis in 2020 is zij niet meer mobiel. Eiseres is volledig afhankelijk van de zorg door anderen.
4. Met een besluit van 17 september 2020 heeft verweerder een indicatiebesluit afgegeven. Eiseres heeft recht op zorg uit het zorgprofiel VV05 (beschermd wonen met intensieve dementiezorg). Omdat eiseres blijvend is aangewezen op zorg, wordt de indicatie verleend voor onbepaalde tijd. Eiseres ontvangt een persoonsgebonden budget (pgb) zodat zij de zorg zelf kan inkopen.
5. Op 26 februari 2024 heeft eiseres een aanvraag ingediend voor het wijzigen van haar zorgindicatie. De dochter van eiseres heeft toegelicht dat haar moeder meer specialistische zorg nodig heeft. Zij heeft bij de aanvraag stukken meegestuurd: een brief van de huisarts van 21 februari 2024, een weekschema, een zorgplan en een toelichting van de echtgenoot van eiseres.
6. Naar aanleiding van deze aanvraag heeft onderzoek plaatsgevonden. Er is een huisbezoek afgelegd op 8 april 2024. Er heeft daarnaast dossieronderzoek plaatsgevonden, waarbij de (medische) gegevens van de aanvraag uit 2020 en 2024 zijn betrokken. Nadat de zorgbehoefte is onderzocht, heeft verweerder geconcludeerd dat het zorgprofiel VV05 het best passende profiel blijft.
7. Met het primaire besluit heeft eiseres vanaf 1 mei 2024 aanspraak op het zorgprofiel VV05. Volgens verweerder komt eiseres niet in aanmerking voor een wijziging van haar zorgprofiel. Verweerder heeft overwogen dat uit de aangeleverde informatie blijkt dat er sprake is van dementie en lichamelijke problematiek waaronder een nierfunctiestoornis, pneumonie en diabetes mellitus. Eiseres krijgt medicatie waarbij zij hulp nodig heeft om dit toe te dienen. Eiseres ervaart problemen met de mobiliteit en zij heeft ondersteuning nodig bij het uitvoeren van de dagelijkse handelingen en het structureren van haar dag. Er is geen sprake van ernstige gedragsproblematiek. Er is sprake van toenemende lichamelijke problematiek waarbij er meer verzorging en verpleegkundig handelen nodig is. Volgens verweerder is de verpleegkundige aandacht, bijvoorbeeld het voorkomen van decubitus (ook wel doorligwonden of drukzweren genoemd), of het alert zijn op slikproblemen, het best passend bij het toegekende zorgprofiel.
8.1.
Verweerder heeft de toekenning van het zorgprofiel VV05 in het bestreden besluit gehandhaafd. Verweerder heeft aan het bestreden besluit de adviezen van zijn medisch adviseur van 13 september en 22 november 2024 ten grondslag gelegd. Verweerder heeft vastgesteld dat eiseres toegang heeft tot Wlz-zorg. De grondslagen psychogeriatrische aandoening (PG), somatiek (SOM) en lichamelijke beperking (LG) op basis van restbeperkingen na enkelfractuur zijn aan de orde. Er is sprake van een blijvende behoefte aan 24 uur per dag zorg in de nabijheid op basis van de dementie, omdat eiseres als gevolg van ernstige regieproblemen niet in staat is gedurende 24 uur per dag op relevante momenten hulp in te roepen om ernstig nadeel zoals zich (dreigend) maatschappelijk te gronde richten en zich (dreigend) in ernstige mate te verwaarlozen, te voorkomen.
8.2.
Verweerder stelt zich op het standpunt dat het zorgprofiel VV08 niet het best passende zorgprofiel is. Het zorgprofiel VV08 is van toepassing bij verzekerden met een ernstige somatische aandoening die behoefte hebben aan specifieke en intensieve verzorging en verpleging in combinatie met begeleiding in een beschermende woonomgeving. Volgens verweerder heeft zijn medisch adviseur vastgesteld dat de grootste zorgbehoefte van eiseres voortkomt uit een psychogeriatrische grondslag/neurocognitieve stoornis en niet de somatische problematiek. Waarbij de somatische aandoeningen, waarvoor een profielophoging is gewenst, een rechtstreeks gevolg is van de psychogeriatrische aandoening. De somatiek en de noodzaak van verpleegkundig handelen en toezicht staat niet op zichzelf bij verzekerde, maar is grotendeels een gevolg van de psychogeriatrische aandoening. Daarnaast is (nog) geen sprake van gespecialiseerde verpleegkundige zorg. Onder gespecialiseerde verpleegkundige zorg wordt bijvoorbeeld verstaan: voeding toedienen middels een (PEG-)sonde, zuurstoftoediening (invasief/non-invasief), stomazorg, chronische wondzorg, intraveneuze toediening van medicatie en dergelijke. Eiseres heeft verpleegkundige aandacht nodig voor onder andere het voorkomen van decubitus en/of infecties. Er is geen sprake van gedrags- of psychiatrische problematiek, wel is er sprake van toenemende apathie. Volgens verweerder lijkt sprake van een “zorgrealisatie probleem” in plaats van een “zorgindicatie probleem”. Indien er gekozen wordt middels een pgb/vpt (volledig pakket thuis) zorg in te kopen, is verzekerde zelf verantwoordelijk voor het bieden van 24-uurszorg in de nabijheid/toezicht. Dit is geen reden om een hoger zorgprofiel te indiceren. Er is immers een strikte scheiding tussen het Zorgkantoor en het CIZ. Het Zorgkantoor is verantwoordelijk voor de zorgrealisatie, het CIZ is verantwoordelijk voor de zorgindicatie. [1]
Het standpunt van eiseres
9. Eiseres voert aan (samengevat) dat het toegekende zorgprofiel geen recht doet aan haar medische situatie. Zij heeft behoefte aan zeer intensieve zorg voor verpleging en verzorging en daarom is om een hogere indicatie verzocht. Veel van haar beperkingen zijn niet het gevolg van dementie maar zien op somatische klachten. Eiseres wijst op haar ongeval acht maanden na toewijzing van de indicatie VV05 in 2020. Er is daardoor een wijziging ontstaan in haar somatische medische situatie. Eiseres is extreem valgevaarlijk omdat zij geen diepte ziet. Eiseres benadrukt dat verweerder om een onderbouwing door een SOG-arts (specialist ouderen geneeskundige) heeft verzocht. De SOG heeft volgens eiseres geadviseerd om het zorgzwaartepakket op te hogen. Verweerder erkent dat de zorgbehoefte is toegenomen, maar stelt ten onrechte dat deze nog steeds valt binnen het huidige zorgprofiel. Verweerder verwijst naar de opgestelde zorgprofielen van het ministerie. Daarmee legt verweerder de verantwoordelijkheid voor de (on)geschiktheid van het huidige pakket in wezen bij het ministerie. Eiseres acht dit onzorgvuldig. Zij benadrukt dat verweerder een eigen beoordelingsverantwoordelijkheid heeft. De aard en ernst van haar ziektes brengen met zich mee dat eiseres aangewezen is op gespecialiseerde verpleging en verzorging. Er is onder meer voortdurende aandacht nodig ter voorkoming en behandeling van complicaties zoals infecties, decubitus, longontstekingen, risico op verstikking en instabiele diabetes. Deze zorg is niet alleen omvangrijk, maar vereist ook voortdurende inzet van deskundig verpleegkundig en paramedisch personeel, waaronder fysiotherapeuten, om verslechtering van de gezondheidstoestand te voorkomen. Deze zorg overstijgt de kaders van het huidige zorgzwaartepakket. Gelet op de aard van de aandoeningen en de benodigde dagelijkse interventies op het gebied van verzorging en verpleging, is een indicatie voor zeer intensieve zorg gerechtvaardigd. Een dergelijke indicatie sluit aan bij de werkelijke zorgbehoefte van eiseres en waarborgt een verantwoorde en adequate uitvoering van de noodzakelijke zorg. Eiseres stelt dat haar medische en verpleegkundige situatie in overwegende mate overeenkomt met de kenmerken van zorgprofiel VV08.
10. Verweerder stelt in zijn beslissing dat er sprake is van een zorgrealisatieprobleem en niet van een indicatieprobleem. Echter, hierdoor miskent verweerder dat de afgegeven indicatie niet aansluit op de daadwerkelijke zorgbehoefte. Juist het feit dat passende zorg niet gerealiseerd kan worden, wijst op de noodzaak van een hoger zorgzwaartepakket. Verder stelt verweerder dat de financiering van het zorgzwaartepakket is gebaseerd op collectieve zorg binnen een zorginstelling. Volgens verweerder zou de zorg daardoor in een thuissituatie mogelijk onvoldoende gefinancierd kunnen worden, omdat deze minder doelmatig geleverd kan worden buiten een groepssetting. Deze redenering miskent echter het uitgangspunt van de wetgever, dat er juist op gericht is om mensen zo lang mogelijk in de eigen vertrouwde thuissituatie te laten verblijven, met passende ondersteuning. Eiseres licht tot slot toe, dat op grond van haar beperkingen al EKT (extra kosten thuis) is ingezet. Dit kan maar voor maximaal drie jaar en is geen structurele oplossing. Navraag bij het zorgkantoor over verdere oplossingen, heeft helaas tot niets geleid.
Het juridisch kader
11.1.
In artikel 3.2.3, eerste lid, van de Wlz is bepaald dat het recht op zorg op aanvraag van de verzekerde in een indicatiebesluit wordt vastgesteld door het CIZ. Het recht op zorg dat wordt vastgesteld in het indicatiebesluit sluit aan bij de behoefte van de verzekerde.
In het vijfde lid is bepaald dat bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels kunnen worden gesteld over de wijze waarop de indicatie tot stand komt en over de inrichting en geldigheidsduur van het indicatiebesluit.
11.2.
In artikel 3.1.1, eerste lid, van het Besluit langdurige zorg (Blz) is bepaald dat de verzekerde die is aangewezen op zorg, recht heeft op samenhangende zorg behorende bij het bij de verzekerde best passende zorgprofiel. Bij ministeriële regeling worden zorgprofielen vastgesteld.
11.3.
In artikel 2.1 van de Reling langdurige zorg (Rlz) is bepaald dat de zorgprofielen, bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, van het Blz, zijn opgenomen in bijlage A bij deze regeling.
Het oordeel van de rechtbank
12. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder inzichtelijk en voldoende gemotiveerd dat met zorgprofiel VV05 rekening is gehouden met de zorgbehoefte van eiseres en dat dat het best passende zorgprofiel is. De rechtbank licht dat hierna toe.
13.1.
Gelet op de diagnose dementie is een psychogeriatrische aandoening (PG) als dominante grondslag vastgesteld. De medisch adviseur heeft toegelicht dat het verlies aan regie bij eiseres het gevolg is van de psychogeriatrische aandoening en dat de grootste zorgvraag voortkomt vanuit de grondslag PG. Daarnaast is erkend dat eiseres ook somatische klachten heeft en dat hierin sprake is van een achteruitgang. Eiseres heeft dus verpleegkundige zorg nodig. Dat de mate waarin eiseres deze zorg nodig heeft volgens haar leidt tot een zorgbehoefte passend bij VV08, volgt de rechtbank echter niet. De medisch adviseur heeft inzichtelijk gemotiveerd dat eiseres vooralsnog niet is aangewezen op gespecialiseerde verpleegkundige zorg. De rechtbank heeft in het dossier geen aanknopingspunten gevonden om deze uitleg voor onjuist te houden. Ook heeft eiseres geen medische informatie in geding gebracht waaruit blijkt dat zij meer (gespecialiseerde) zorg nodig heeft dan waarvan verweerder in het bestreden besluit is uitgegaan.
13.2.
De somatische aandoeningen van eiseres, hoewel belastend en beperkend, maken evenmin dat sprake is van een ernstige somatische aandoening, zoals Parkinson of ALS. Zodat een somatische aandoening als meest dominantie grondslag zou moeten worden vastgesteld en waarvoor meestal het zorgprofiel VV08 als best passend wordt gezien.
13.3.
Verweerder heeft tot slot erkend dat vanwege de toename van de somatische klachten het zorgprofiel VV05 onvoldoende verpleegkundige hulp biedt. Dit maakt echter niet dat sprake is van een onjuist zorgprofiel. Daarvoor is eiseres aangewezen op de EKT-regeling, waar zij ook een beroep op doet. De EKT is bedoeld voor mensen die langer thuis willen blijven wonen, maar niet meer uitkomen met de zorg die vergoed wordt binnen het zorgprofiel. Anders dan eiseres stelt volgens nergens uit dat deze vergoeding maximaal drie jaar verstrekt kan worden.

Conclusie en gevolgen

14. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.Z. Achouak el Idrissi, rechter, in aanwezigheid van
mr. S.E. Berghout, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 28 april 2026
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Verweerder wijst onder andere op een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 27 april 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BQ5018.