Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:4715

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
13 mei 2026
Publicatiedatum
14 mei 2026
Zaaknummer
13-316183-25
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6a OLWArt. 27 OLWArt. 45 SrArt. 311 SrArt. 2 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering overlevering en overname tenuitvoerlegging vrijheidsstraf Nederland wegens Nederlandse nationaliteit

De rechtbank Amsterdam behandelde op 30 april 2026 een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Arrondissementsrechtbank Kleve, Duitsland, gericht op de overlevering van een Nederlandse verdachte voor een vrijheidsstraf van zes jaar wegens georganiseerde of gewapende diefstal.

De verdachte, die de Nederlandse nationaliteit bezit, beriep zich op de weigeringsgrond van artikel 6a van de Overleveringswet (OLW), die overlevering van Nederlanders kan weigeren indien Nederland de tenuitvoerlegging van de straf kan overnemen. De rechtbank stelde vast dat de strafbare feiten ook onder Nederlands recht strafbaar zijn en dat de opgelegde straf niet de Nederlandse maxima overschrijdt.

De rechtbank concludeerde dat de tenuitvoerlegging van de straf in Nederland kan plaatsvinden en dat de verdachte voldoende banden met Nederland heeft, wat de maatschappelijke re-integratie bevordert. Daarom werd de overlevering geweigerd en de tenuitvoerlegging van de straf in Nederland bevolen, met gelijktijdige gevangenhouding tot aan de uitvoering van de straf.

Uitkomst: De rechtbank weigert de overlevering en beveelt de tenuitvoerlegging van de straf in Nederland.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-316183-25
Datum uitspraak: 13 mei 2026
UITSPRAAK
op de vordering van 9 maart 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 20 oktober 2025 door de Arrondissementsrechtbank (
Landgericht) Kleve, Duitsland (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[de opgeëiste persoon]
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 1986,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres 1] ,
feitelijk verblijfadres:
[adres 2] ,
gedetineerd in de [detentieadres] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 30 april 2026, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is - conform de door hem ondertekende afstandsverklaring van 29 april 2026 - niet verschenen en is vertegenwoordigd door zijn daartoe gemachtigd raadsman, mr. A.A.T.X. Vonken, advocaat in Maastricht.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Nederlandse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een vonnis van de Arrondissementsrechtbank Kleve van 4 juli 2024, in kracht van gewijsde sinds 30 april 2025, met referentie 120 KLs-204 Js 480/22-27/23.
Het EAB vermeldt dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij het proces dat tot de beslissing heeft geleid.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van zes jaren, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.
Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB. [3]

4.Strafbaarheid; feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW

De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als zogenoemde lijstfeiten, die in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld, te weten:
georganiseerde of gewapende diefstal.
Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Duitsland een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.
Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.

5.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 6a OLW

De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit en beroept zich op de weigeringsgrond als bedoeld in artikel 6a, eerste lid, OLW. Op grond van artikel 6a OLW kan de overlevering van een Nederlander worden geweigerd, indien de overlevering is gevraagd ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een hem bij onherroepelijk vonnis opgelegde vrijheidsstraf en de rechtbank van oordeel is dat de tenuitvoerlegging van die straf kan worden overgenomen.
De rechtbank moet daarom beoordelen of de tenuitvoerlegging van de in Duitsland opgelegde vrijheidsstraf kan worden overgenomen, zoals de raadsman en de officier van justitie hebben bepleit.
De rechtbank is van oordeel dat de in artikel 6a, tweede lid, aanhef en onder a, OLW van overeenkomstige toepassing verklaarde weigeringsgronden niet in de weg staan aan overname van de tenuitvoerlegging van die vrijheidsstraf.
De feiten zijn naar Nederlands recht strafbaar en leveren op:
diefstal in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, terwijl deze diefstal vergezeld gaat van de in artikel 311, eerste lid, onder 4º en 5º, van het Wetboek van Strafrecht vermelde omstandigheden, meermalen gepleegd;
poging tot diefstal in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, terwijl deze diefstal vergezeld gaat van de in artikel 311, eerste lid, onder 4º en 5º, van het Wetboek van Strafrecht vermelde omstandigheden, meermalen gepleegd;
poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd.
Uit de Nederlandse kwalificaties volgt dat de opgelegde vrijheidsstraf niet de toepasselijke Nederlandse wettelijke strafmaxima overstijgen.
De opgelegde sanctie is naar haar aard niet onverenigbaar met Nederlands recht. Voor een aanpassing van de opgelegde vrijheidsstraf overeenkomstig artikel 6a, derde tot en met vijfde lid, OLW is daarom geen plaats.
De rechtbank concludeert op grond van het voorgaande dat de tenuitvoerlegging van de opgelegde vrijheidsstraf kan worden overgenomen.
Uit het dossier volgt verder dat de opgeëiste persoon voldoende economische, familiale, taalkundige, culturele en sociale banden met Nederland heeft. De opgeëiste persoon heeft derhalve het centrum van zijn gezinsleven en zijn belangen in Nederland gevestigd. [4] De overname van de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf zal dan ook bijdragen aan zijn maatschappelijke re-integratie.
Conform het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 4 september 2025 in de zaak
C.J.heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit toestemming gegeven voor het overnemen van de straf door Nederland door het certificaat zoals opgenomen in bijlage 1 bij het Kaderbesluit 2008/909/JBZ en het vonnis waarbij de straf is opgelegd toe te sturen.
De rechtbank is dan ook bevoegd om de overlevering overeenkomstig artikel 6a, eerste lid, OLW te weigeren. In dit geval ziet zij geen aanleiding om af te zien van de uitoefening van die bevoegdheid.
De rechtbank zal daarom de overlevering weigeren en gelijktijdig de tenuitvoerlegging van die vrijheidsstraf in Nederland bevelen. Daarbij zal de rechtbank op grond van artikel 27, vierde lid, OLW de gevangenhouding van de opgeëiste persoon tot aan de tenuitvoerlegging van die vrijheidsstraf bevelen. Dit bevel is afzonderlijk opgemaakt.

6.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat de weigeringsgrond van artikel 6a OLW van toepassing is. De rechtbank ziet geen aanleiding om af te zien van toepassing van die weigeringsgrond. Om die reden wordt de overlevering geweigerd.

7.Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 45 en 311 Wetboek van Strafrecht en 2, 5, 6a, 7 en 27 OLW.

8.Beslissing

WEIGERTde overlevering van
[de opgeëiste persoon]aan de Arrondissementsrechtbank (
Landgericht) Kleve (Duitsland).
BEVEELTde tenuitvoerlegging van de in overweging 3 bedoelde vrijheidsstraf in Nederland.
HEFT OPde overleveringsdetentie van
[de opgeëiste persoon].
BEVEELTde gevangenhouding van
[de opgeëiste persoon]tot aan de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. E.M de Bie, voorzitter,
mrs. E. de Rooij en L. Sanders, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. G. Riedijk, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 13 mei 2026.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie onderdeel e) van het EAB.
4.Hof van Justitie van de Europese Unie, 6 juni 2023, C-700/21, O. G. (