Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Madame le Procureur de la République près le Tribunal de Grande Instance de Bordeaux, Frankrijk, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
4.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro
5.Strafbaarheid
6.De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW
First Deputy Public Prosecutor JIRS Bordeauxheeft op 22 april 2026 de volgende garantie gegeven:
7.Artikel 11 OLW Pro: Franse detentieomstandigheden
algemeengevaar van gebrek aan afdoende medische zorg voor Franse gedetineerden geen sprake is, komt de rechtbank niet toe aan de vraag of sprake is van een
concreetgevaar voor de opgeëiste persoon. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat aan de Franse autoriteiten geen vragen hoeven te worden gesteld over de medische zorg en wijst het daartoe strekkende verzoek van de raadsman af. Voor zover de raadsman zich wenst te beroepen op uitzonderlijke omstandigheden van het individuele geval van deze opgeëiste persoon wijst de rechtbank op de mogelijkheid om – indien de rechtbank de overlevering toestaat – op grond van artikel 35 OLW Pro in het kader van de feitelijke overlevering een beroep te doen in raadkamer op humanitaire redenen. De rechtbank kan daar in deze fase van de procedure geen oordeel over geven.
8.Beslissing
dertig dagen, onder gelijktijdige verlenging van de – geschorste – gevangenhouding op grond van artikel 27, derde lid, OLW;