ECLI:NL:RBAMS:2026:4686
Rechtbank Amsterdam
- Eerste en enige aanleg
- O.P.M. Fruytier
- B.M. Vroom-Cramer
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid officier van justitie na intrekking Europees aanhoudingsbevel
De rechtbank Amsterdam behandelde op 7 mei 2026 de vordering van de officier van justitie tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de onderzoeksrechter in West-Vlaanderen, België. De opgeëiste persoon, een Nederlandse staatsburger, was niet aanwezig bij de zitting, noch haar raadsman.
Tijdens de procedure werd bekend dat de uitvaardigende justitiële autoriteit het EAB op 5 mei 2026 had ingetrokken, omdat de opgeëiste persoon zich in België had gemeld en uitgebreid was gehoord, waardoor haar aanhouding niet langer noodzakelijk werd geacht. De officier van justitie verzocht daarop om niet-ontvankelijk te worden verklaard in haar vordering.
De rechtbank oordeelde dat de officier van justitie inderdaad niet-ontvankelijk is, aangezien het EAB niet langer bestaat. Tevens stelde de rechtbank vast dat het bevel tot overleveringsdetentie is geëindigd. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot in behandeling nemen van het ingetrokken Europees aanhoudingsbevel.