Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:4686

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
7 mei 2026
Publicatiedatum
13 mei 2026
Zaaknummer
13-055274-26
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 23 OverleveringswetArt. 29 Overleveringswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid officier van justitie na intrekking Europees aanhoudingsbevel

De rechtbank Amsterdam behandelde op 7 mei 2026 de vordering van de officier van justitie tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de onderzoeksrechter in West-Vlaanderen, België. De opgeëiste persoon, een Nederlandse staatsburger, was niet aanwezig bij de zitting, noch haar raadsman.

Tijdens de procedure werd bekend dat de uitvaardigende justitiële autoriteit het EAB op 5 mei 2026 had ingetrokken, omdat de opgeëiste persoon zich in België had gemeld en uitgebreid was gehoord, waardoor haar aanhouding niet langer noodzakelijk werd geacht. De officier van justitie verzocht daarop om niet-ontvankelijk te worden verklaard in haar vordering.

De rechtbank oordeelde dat de officier van justitie inderdaad niet-ontvankelijk is, aangezien het EAB niet langer bestaat. Tevens stelde de rechtbank vast dat het bevel tot overleveringsdetentie is geëindigd. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.

Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot in behandeling nemen van het ingetrokken Europees aanhoudingsbevel.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-055274-26
Datum uitspraak: 7 mei 2026
UITSPRAAK
op de vordering van 13 maart 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 17 oktober 2025 door de onderzoeksrechter bij de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge, België (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon],
geboren op [geboortedag] 1988 te [geboorteplaats],
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres],
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 7 mei 2026 in aanwezigheid van mr. J.I.P. Hofstee, officier van justitie. De opgeëiste persoon is - met instemming van de rechtbank - niet verschenen. Haar raadsman, mr. G.W.L.A.M. Koppen, advocaat in Eindhoven, is met voorafgaande kennisgeving daarvan evenmin verschenen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Nederlandse nationaliteit heeft.

3.Ontvankelijkheid officier van justitie

De raadsman heeft bij e-mail van 5 mei 2026 laten weten dat de uitvaardigende justitiële autoriteit bij brief van 5 mei 2026 het EAB heeft ingetrokken, welke brief als bijlage bij de e-mail is meegestuurd. De reden is dat de opgeëiste persoon zichzelf in België heeft gemeld bij de uitvaardigende justitiële autoriteit, uitgebreid is gehoord en naar aanleiding daarvan haar aanhouding niet langer vereist wordt. De officier van justitie heeft daarom ter zitting gevorderd dat zij niet-ontvankelijk wordt verklaard in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB.
De rechtbank is van oordeel dat de officier van justitie niet meer kan worden ontvangen in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB, omdat het EAB inmiddels is ingetrokken.

4.Beslissing

Verklaartde officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB;
Stelt vastdat het (geschorste) bevel overleveringsdetentie is geëindigd.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. O.P.M. Fruytier, voorzitter,
mr. B.M. Vroom-Cramer en J.T.H. Zimmerman., rechters,
in tegenwoordigheid van mrs. E.A. Harland en B.C.M. Burger, griffiers.
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 7 mei 2026.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.