6.3.Oordeel van de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen maatregel gelet op de aard en de ernst van wat bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het
onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
Ernst van de feiten
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal en dat veroorzaakt schade en overlast.
De persoon van verdachte
De rechtbank heeft acht geslagen op het Uittreksel Justitiële Documentatie (het strafblad)
van verdachte van 15 januari 2026. Hieruit blijkt dat verdachte in het verleden vaker
onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke misdrijven.
Advies van de reclassering
De rechtbank heeft kennisgenomen van het rapport van Leger des Heils van 26 maart 2026, opgemaakt door [reclasseringsmedewerker]. Dit rapport houdt — zakelijk weergegeven — onder meer
het volgende in.
Sinds 2021 is verdachte herhaaldelijk met justitie in aanraking gekomen wegens vermogensdelicten, waarmee sprake is van een delictpatroon. Verdachte staat geregistreerd als veelpleger en hij voldoet aan de harde criteria om de onvoorwaardelijke ISD-maatregel opgelegd te kunnen krijgen. Uit het reclasseringsdossier blijkt dat verdachte in 2017 of 2018 naar Nederland zou zijn gekomen om hier een bestaan op te bouwen, wat hem onvoldoende is gelukt. Het ontbreken van een structureel inkomen uit regulier werk en een stabiele woonplek, vermoedens van verdovende middelengebruik en het ontbreken van een steunend netwerk lijken te hebben bijgedragen aan het ontstaan van justitiecontacten.
Verdachte heeft onvoldoende rechten opgebouwd om aanspraak te kunnen maken op
sociale voorzieningen en een adequaat hulpverleningsaanbod. Een reclasseringstoezicht is niet eerder opgelegd en zou ook niet werkbaar zijn, omdat verdachte onvoldoende binding met Nederland heeft en aan een eventueel strafrechtelijk begeleidingskader onvoldoende gedegen inhoud kan worden gegeven. Hij voldoet daarmee ook aan de zachte ISD-criteria.
In 2025 voldeed verdachte ook al aan de harde criteria van de ISD-maatregel. Om te voorkomen dat hem de onvoorwaardelijke ISD-maatregel opgelegd zou worden is hem destijds de kans geboden om met behulp van het zogenaamde “Bajes project” van [hulpinstantie] terug te keren naar zijn geboorteland [geboorteland]. Verdachte is desondanks op 4 januari 2026 teruggekeerd naar Nederland, naar zijn zeggen voor werk. Verdachte is echter binnen een zeer kort tijdsbestek wederom met justitie in aanraking gekomen, nadat hij vrijwel meteen na zijn terugkomst in Nederland twee dagen non-stop zou hebben gefeest onder invloed van crack-cocaïne en alcohol. Dit heeft grote gevolgen voor verdachte. De IND is namelijk een procedure opgestart om zijn EU- verblijfsrecht in te trekken en om hem ongewenst te verklaren. Verdachte was in de veronderstelling dat hij zonder problemen terug kon keren naar Nederland voor werk omdat hij niet gedwongen was uitgezet.
Binnen detentie heeft verdachte opnieuw contact gezocht met de heer [maatschappelijk werker], maatschappelijk werker vanuit [hulpinstantie], omdat hij wederom middels het Bajes project wil terugkeren naar [geboorteland] om te voorkomen dat hij de onvoorwaardelijke ISD-maatregel opgelegd krijgt. [maatschappelijk werker] heeft bevestigd dat hij verdachte heeft bezocht in detentie en dat [hulpinstantie] wederom bereid is om een repatriëringstraject te faciliteren. Leger des Heils Reclassering is echter van mening dat verdachte al in 2025 de kans heeft gekregen om met behulp van [hulpinstantie] in vrijwillig kader terug te keren naar [geboorteland]. Zij zien derhalve geen meerwaarde in het opnieuw opstarten van een dergelijk traject. Wellicht dat bij een eventuele oplegging van de onvoorwaardelijke ISD- maatregel de ISD inrichting de samenwerking met [hulpinstantie] kan opzoeken, zodat verdachte bij repatriëring ondersteuning kan ontvangen vanuit hulpverlenende instanties in [geboorteland] waarmee [hulpinstantie] reeds samenwerkt.
De reclassering adviseert een ISD maatregel op te leggen, aangezien verdachte geen toekomstperspectief in Nederland heeft.
De deskundige, [reclasseringsmedewerker], heeft voornoemd advies op de terechtzitting bevestigd en
toegelicht.
De op te leggen maatregel
De rechtbank stelt vast dat ten aanzien van het bewezen geachte feit aan alle voorwaarden
is voldaan die artikel 38m van het Wetboek van Strafrecht aan het opleggen van de ISD
maatregel stelt. Hiervoor is bewezen verklaard dat verdachte misdrijven heeft begaan
waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. Daarnaast is hij gedurende de vijf jaar
voorafgaand aan de door hem begane misdrijven ten minste driemaal wegens een misdrijf
onherroepelijk veroordeeld tot een vrijheidsbenemende straf, terwijl het in dit vonnis
bewezen verklaarde feit is begaan na tenuitvoerlegging van deze straffen. Er moet,
zoals blijkt uit de hiervoor genoemde reclasseringsrapportage en het strafblad, ernstig
rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan.
Uit het strafblad volgt dat ook is voldaan aan de eisen die de “Richtlijn voor Strafvordering
bij meerderjarige veelplegers” van het Openbaar Ministerie stelt. Verdachte is een zeer actieve veelpleger, die over een periode van vijf jaren processen-verbaal tegen zich zag
opgemaakt worden voor meer dan tien misdrijven, waarvan ten minste één in de laatste
twaalf maanden, terug te rekenen vanaf de pleegdatum van het laatst gepleegde feit. Ook eist de veiligheid van personen of goederen het opleggen van deze maatregel, gezien de ernst en het aantal door verdachte begane soortgelijke feiten.
De rechtbank zal gelet op het voorgaande de ISD-maatregel opleggen. Anders dan de officier van justitie ziet de rechtbank echter aanleiding deze maatregel in voorwaardelijke vorm op te leggen. Van belang is, zoals de raadsman ook heeft opgemerkt, dat oplegging van de ISD-maatregel een laatste redmiddel is. Hoewel de situatie van verdachte zeer problematisch is, ziet de rechtbank in het door hem en zijn raadsman naar voren gebrachte plan voor terugkeer naar [geboorteland] een alternatief voor de ISD-maatregel. In dat licht, en gelet op de jonge leeftijd van verdachte, vindt de rechtbank onvoorwaardelijke oplegging van de ISD-maatregel een stap te ver. De rechtbank geeft verdachte dus een kans om aan de ISD-maatregel te ontkomen. Mocht hij aan zijn plan om terug te keren naar [geboorteland] toch geen gevolg geven en in Nederland opnieuw een strafbaar feit plegen, dan zal hij de nu voorwaardelijk opgelegde ISD-maatregel alsnog moeten ondergaan. De rechtbank zal het meewerken aan terugkeer naar [geboorteland] met behulp van [hulpinstantie] als bijzondere voorwaarde opleggen. Als verdachte zich hier niet aan houdt, dan kan – als stevige stok achter de deur – alsnog de ISD-maatregel ten uitvoer worden gelegd. De door de raadsman gevraagde gevangenisstraf conform voorarrest volstaat niet, omdat daar onvoldoende strafdreiging vanuit gaat. Bovendien kan bij eventuele tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel de maatschappij optimaal worden beschermd tegen het overlast gevende gedrag van verdachte, de recidive worden beëindigd en alsnog de hulp worden geboden die verdachte nodig heeft.
De rechtbank zal de ISD-maatregel in voorwaardelijke vorm opleggen voor de maximale termijn van twee jaar en een proeftijd vaststellen voor duur van twee jaar, met daaraan verbonden de eerdergenoemde bijzondere voorwaarde. De tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht zal niet in mindering worden gebracht op de duur van de ISD-maatregel.
Voorlopige hechtenis
De rechtbank heeft, na het beraad in raadkamer over de afdoening van deze zaak, de voorlopige hechtenis van verdachte bij bevel van 2 april 2026 met ingang van die datum opgeheven.