Eiseres vroeg een tijdelijke omgevingsvergunning aan voor het exploiteren van een kleinschalige hondenopvang voor twee jaar op een perceel in Aalsmeer. Het college weigerde de vergunning omdat het project niet in overeenstemming zou zijn met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en in strijd zou zijn met het omgevingsplan en de gebiedsvisie die glastuinbouw als leidende functie aanwijst.
De rechtbank stelt vast dat het college dezelfde motivering gebruikte voor de tijdelijke als voor de eerdere permanente aanvraag, zonder voldoende rekening te houden met de tijdelijkheid van het project. De rechtbank vindt dat het college onvoldoende heeft gemotiveerd waarom ook een tijdelijke vergunning zou leiden tot onaanvaardbare versnippering en uitholling van het gebied.
Daarnaast wijst de rechtbank op recente gemeentelijke notities waaruit blijkt dat de functie glastuinbouw niet langer leidend is en dat gezocht wordt naar alternatieve invullingen. Het college moet daarom een nieuw besluit nemen waarin het de belangen opnieuw afweegt en ook onderzoekt of een ontheffing van de provincie noodzakelijk is.
Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het college wordt opgedragen binnen acht weken een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt het griffierecht en een proceskostenvergoeding aan eiseres toegekend.