Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:4587

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
7 mei 2026
Publicatiedatum
8 mei 2026
Zaaknummer
81/092823-25 en 81/352613-25
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 36b SrArt. 36c Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling medeplegen bezit en opslag van grote hoeveelheid professioneel vuurwerk

De rechtbank Amsterdam heeft verdachte veroordeeld voor het medeplegen van het voorhanden hebben en opslaan van een grote hoeveelheid professioneel vuurwerk in de periode van 3 maart tot en met 15 april 2025, alsmede voor het medeplegen van het voorhanden hebben van professioneel vuurwerk op 29 december 2025, waarbij hij samen met een medeverdachte het vuurwerk vanuit Duitsland naar Nederland vervoerde.

De rechtbank sprak verdachte vrij van het ter beschikking stellen van professioneel vuurwerk op 4 maart 2025, omdat onvoldoende bewijs was voor overdracht. Het bewijs bestond uit tapgesprekken, peilbakgegevens, camerabeelden en forensisch onderzoek van het Centraal Onderzoeksteam Vuurwerk. De rechtbank oordeelde dat verdachte en medeverdachte bewust en nauw samenwerkten en dat verdachte opzet had op het bezit en de opslag van het vuurwerk.

De rechtbank benadrukte de gevaren van professioneel vuurwerk, vooral in woonwijken, en het risico voor omwonenden en goederen. Verdachte had geen vergunning en handelde in strijd met de wet. Gelet op de ernst van de feiten, het gevaar voor de samenleving en het recidiverisico, legde de rechtbank een gevangenisstraf op van twaalf maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest en een proeftijd van twee jaar.

Daarnaast werden de inbeslaggenomen vuurwerkvoorwerpen onttrokken aan het verkeer en bepaalde telefoontoestellen aan verdachte teruggegeven. De rechtbank wilde met deze straf een duidelijk signaal afgeven dat dergelijke gedragingen niet worden getolereerd.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot twaalf maanden gevangenisstraf, waarvan vier maanden voorwaardelijk, voor medeplegen van bezit, opslag en vervoer van professioneel vuurwerk.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummers: 81/092823-25 (zaak A) en 81/352613-25 (zaak B) (ter terechtzitting gevoegd)
Datum uitspraak: 7 mei 2026
Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1984,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres 1] ,
hierna te noemen: verdachte.

1.Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 9 april 2026.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. M.R. Paardekooper, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. M.G. van Wijk, advocaat in Hoorn, naar voren hebben gebracht.
De rechtbank heeft de zaken, die bij afzonderlijke dagvaardingen onder de bovenvermelde parketnummers zijn aangebracht, gevoegd. Deze zaken worden hierna als respectievelijk zaak A en zaak B aangeduid.
De zaak is tegelijk op de zitting behandeld met de ter terechtzitting gevoegde zaken tegen medeverdachte [medeverdachte] , parketnummers 81/379760-24 en 81/352744-25.

2.Tenlastelegging

Aan verdachte is – kort samengevat – tenlastegelegd dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan
ten aanzien van zaak A:
1. het medeplegen van het ter beschikking stellen van professioneel vuurwerk aan een ander op 4 maart 2025 te Amsterdam;
2. het medeplegen van het opzettelijk, opslaan en voorhanden hebben van professioneel vuurwerk in de periode van 3 maart 2025 tot en met 15 april 2025 op de adressen [adres 2] en [adres 1] ;
ten aanzien van zaak B:
1. het medeplegen van het opzettelijk, voorhanden hebben van professioneel vuurwerk op 29 december 2025 te Amsterdam.
De volledige tekst van de tenlastelegging is opgenomen in
bijlage Ivan dit vonnis. De inhoud daarvan geldt als hier ingevoegd.

3.Waardering van het bewijs

3.1.
Het standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie heeft zich - overeenkomstig zijn schriftelijk requisitoir - op het standpunt gesteld dat de tenlastegelegde feiten in zaak A en zaak B kunnen worden bewezen.
3.2.
Het standpunt van de verdediging
Zaak A:
Feit 1:
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het ten laste gelegde. Uit het tapgesprek dat verdachte met de medeverdachte (hierna: [medeverdachte] ) heeft gevoerd op 4 maart 2025 blijkt dat [medeverdachte] een afspraak had om iets te leveren. Uit dit tapgesprek volgt echter niet dat verdachte een afspraak had. Daarnaast blijkt uit de stills van de camerabeelden niet dat er een overdracht van professioneel vuurwerk heeft plaatsgevonden en is het onduidelijk of verdachte en [medeverdachte] de personen zijn die op de beelden te zien zijn.
Feit 2:
Ten aanzien van de bewezenverklaring van dit feit refereert de raadsman zich aan het oordeel van de rechtbank.
Zaak B:
Ten aanzien van de bewezenverklaring van dit feit refereert de raadsman zich aan het oordeel van de rechtbank.
3.3.
Het oordeel van de rechtbank
Zaak A
Feit 1: Vrijspraak ter beschikking stellen professioneel vuurwerk
De rechtbank zal verdachte vrijspreken van het medeplegen van het ter beschikking stellen van professioneel vuurwerk en overweegt daartoe als volgt.
Uit het tapgesprek dat verdachte op 4 maart 2025 om 17:18 uur met zijn neef [medeverdachte] heeft gevoerd (tapgesprek pag. A087) blijkt dat [medeverdachte] tegen verdachte zegt dat hij over een paar minuten een afspraak heeft en dat “diezelfde gozer” om zeven uur “weer één” komt halen. Verdachte heeft deze persoon gevraagd om rond “half 7 6 uur” te komen. In het dossier bevinden zich stills van camerabeelden van 4 maart 2025 (pag. A84 en A85) waarop is te zien dat er rond 18:25 uur een grijze personenauto arriveert en tot stilstand komt in de nabijheid van de boxingangen aan het [plaats 1] . Deze auto blijft hier minder dan een minuut staan. Op de stills is vervolgens een persoon te zien die iets vasthoudt, wat lijkt op een witte tas.
De rechtbank overweegt dat op de stills van de camerabeelden niet is te zien of er contact is of een overdracht plaatsvindt tussen verdachte en/of [medeverdachte] en de bestuurder van de auto. De rechtbank is dan ook van oordeel dat op basis van het dossier niet kan worden vastgesteld dat verdachte op 4 maart 2025, al dan niet samen met [medeverdachte] , professioneel vuurwerk aan een ander heeft overdragen.
Feit 2: Bewezenverklaring (medeplegen) voorhanden hebben en opslaan van professioneel vuurwerk
De rechtbank acht bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 2 ten laste gelegde. De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen uit van de volgende feiten en omstandigheden. [1]
[adres 2] (medeplegen)
Op 28 maart 2025 heeft een doorzoeking plaatsgevonden in de garagebox van de woning aan het [adres 2] . [2] De woning en de garagebox behoorden toe aan de ex-vriendin van verdachte. Bij het openen van de garagebox zagen verbalisanten direct twee bruine kartonnen dozen op elkaar gestapeld staan. Op deze dozen stond onder meer de tekst COBRA 50/3. [3] Uit onderzoek door het Centraal Onderzoeksteam Vuurwerk (hierna: COV) blijkt dat het aangetroffen vuurwerk in de dozen professioneel vuurwerk betreft, te weten: 300 stuks Super Cobra 6. [4] Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat het vuurwerk dat in de garagebox is aangetroffen van hem is. [5]
Medeplegen met [medeverdachte]
De vraag die door de rechtbank beantwoord dient te worden, is of verdachte het feit samen heeft gepleegd met [medeverdachte] . Daarvoor is van belang of [medeverdachte] wetenschap had van en beschikkingsmacht had over het aangetroffen vuurwerk. De rechtbank overweegt hierover het volgende.
Op 26 februari 2025 is een tap aangesloten op het telefoonnummer [telefoonnummer] , destijds in gebruik bij [medeverdachte] . [6] Ook is een peilbaken geplaatst onder de Seat Leon (hierna: de Seat) waar [medeverdachte] gebruik van maakte. [7] Uit de tapgesprekken en de peilbakengegevens komt het volgende naar voren.
Op 3 maart 2025 om 09:49 uur heeft er tussen verdachte en [medeverdachte] een telefoongesprek plaatsgevonden. In dit gesprek geeft [medeverdachte] aan dat hij flessen aan het inwisselen is, omdat hij “de kofferbak nodig heeft voor vanavond”. Vervolgens blijkt uit latere tapgesprekken dat verdachte op 3 maart 2025 om 19:18 uur op station Bijlmer is.
Uit de peilbakengegevens blijkt dat de Seat op 3 maart 2025 om 19:12 uur arriveert in de omgeving van station Bijlmer en om 19:20 uur vanaf station Bijlmer wegrijdt. Op basis hiervan ontstond het vermoeden dat [medeverdachte] tussen 19:12 uur en 19:20 uur verdachte had opgehaald bij het station Bijlmer.
Uit de peilbakengegevens is vervolgens gebleken dat de Seat op 3 maart 2025 om 21:21 uur aankomt bij de Visvijver Roversheideplas in Limburg, vlakbij de Duitse grens, en daar om 22:11 uur wegrijdt. Om 23:58 uur vindt er een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte] en een gebruiker van een onbekend telefoonnummer, waarin [medeverdachte] aangeeft dat hij samen met “ [verdachte] ” is. Op 4 maart 2025 om 00:03 komt de Seat aan in Amsterdam, waarbij de auto ter hoogte van het [plaats 1] blijft stilstaan. [8]
Op 5 maart 2025 om 18:36 uur vindt er opnieuw een telefoongesprek tussen verdachte en [medeverdachte] plaats. Uit dit gesprek blijkt dat [medeverdachte] tegen verdachte zegt dat hij “een van die dingen in dat ding wilde gooien/zetten” en aan verdachte vraagt hoe laat hij kan komen om “dat ding weg te zetten”. [medeverdachte] zegt vervolgens tegen verdachte dat hij naar zijn box moet lopen. Uit de peilbakengegevens blijkt dat de Seat om 18:48 uur arriveert in de omgeving van de kruising [plaats 2] en de [plaats 3] , in de directe nabijheid van het [plaats 1] . [9]
Op de gevorderde camerabeelden van 5 maart 2025 is te zien dat de Seat om 18:48 uur tot stilstand komt voor de garagebox op het [plaats 1] en dat er twee mannen kartonnen dozen vanaf de auto richting de garagebox tillen. [10]
Op grond van de tapgesprekken, het uitpeilen van de Seat nabij de Duitse grens, de camerabeelden en de omstandigheden waaronder het vuurwerk is aangetroffen, is de rechtbank van oordeel dat het niet anders kan dan dat [medeverdachte] wist dat in de garagebox professioneel vuurwerk, te weten 300 Cobra’s, was opgeslagen en dat hij hierover de beschikkingsmacht had. Dit heeft hij in nauwe en bewuste samenwerking met verdachte gedaan.
De rechtbank acht dan ook bewezen dat verdachte opzettelijk samen met [medeverdachte] professioneel vuurwerk heeft opgeslagen en voorhanden heeft gehad.
[adres 1]
Op 15 april 2025 is tijdens een doorzoeking in de garagebox van de woning aan de [adres 1] , waar verdachte ingeschreven staat, een grote hoeveelheid vuurwerk aangetroffen. [11] Uit onderzoek door het COV is gebleken dat het aangetroffen vuurwerk professioneel vuurwerk betrof, te weten:
- 4,4 kilogram vuurpijlen (Babypijlen Fluit, Baby Rockets Whistling en Baby Rockets Crackling);
- 1 kilogram enkelschotsbuizen (Dumbum Single Shot);
- 300 gram romeinse kaarsen (Romische Lichter). [12]
Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat het vuurwerk dat in de kelderbox van de [adres 1] is aangetroffen, van hem is. [13]
Zaak B
Bewezenverklaring medeplegen voorhanden hebben professioneel vuurwerk
Op 29 december 2025 treffen verbalisanten even na 4:42 uur aan de [plaats 4] een grote hoeveelheid vuurwerk aan in een Opel, waarin verdachte en [medeverdachte] zitten. [14] De verbalisanten zien dat [medeverdachte] aan de bestuurderskant van de Opel uitstapt en dat verdachte aan de passagierskant uitstapt. [15] Als de verbalisanten door de ramen van de Opel kijken, zien zij op de achterbank vier losse staven vuurwerk liggen, waarop onder andere de tekst ‘Signalrakete 901’ staat. Na het openen van de achterbak zien de verbalisanten dat deze vol ligt met vuurwerk. Ook achter de bestuurdersstoel treffen de verbalisanten vuurwerk aan. [16] Uit onderzoek door het COV is gebleken dat het aangetroffen vuurwerk in de auto professioneel vuurwerk betreft, te weten:
- 2 stuks mortierbommen (Golden Chrys w/Tail 3 inch en Shell Kulista 3 inch);
- 3 stuks vuurpijlen (Signalrakete 901 2024);
- 30 stuks zwaar knalvuurwerk (Honey Badger, Black Thunder, Tuono Gold, Dumbum 50;
Caramelia 16g, Cobra 8 en Diego);
- 20 stuks knalvuurwerk (Black Widow). [17]
Verdachte heeft tijdens het politieverhoor verklaard dat hij het aangetroffen vuurwerk in de auto op 29 december 2025 in Duitsland heeft opgehaald en dat het vuurwerk van hem is. [18]
Medeplegen met [medeverdachte]
De vraag die door de rechtbank beantwoord dient te worden, is of verdachte het feit tezamen en in vereniging heeft gepleegd met [medeverdachte] . Daarvoor is van belang of [medeverdachte] wetenschap had van en beschikkingsmacht had over het aangetroffen vuurwerk. De rechtbank overweegt daarover het volgende.
Uit onderzoek naar de historische verkeersgegevens van de telefoonnummers van verdachte en [medeverdachte] blijkt dat hun telefoons op 28 en 29 december 2025 gebruik hebben gemaakt van zendmasten nabij de Nederlands-Duitse grens en dat de telefoon van [medeverdachte] tussen 22:56 uur en 01:40 uur gebruik heeft gemaakt van zendmasten in Duitsland. Na 2:10 uur hebben beide telefoons weer gebruik gemaakt van zendmasten in Nederland. [19]
Naar het oordeel van de rechtbank kan het, gelet op deze omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, niet anders dan dat verdachte en [medeverdachte] samen naar Duitsland zijn gegaan en dat zij samen het vuurwerk hebben opgehaald. De rechtbank is daarmee van oordeel dat [medeverdachte] wist dat er vuurwerk in de auto aanwezig was en dat hij hierover beschikkingsmacht had. Ook is sprake van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en [medeverdachte] met betrekking tot het voorhanden hebben van professioneel vuurwerk.
Opzet op de tenlastegelegde feiten
Verdachte heeft ter terechtzitting ten aanzien van al het aangetroffen vuurwerk herhaaldelijk benadrukt dat hij niet wist dat het illegaal vuurwerk was. Ten aanzien van het vuurwerk dat is aangetroffen aan de [adres 1] heeft verdachte verklaard dat het om kindervuurwerk zou gaan. Voor zover verdachte heeft bedoeld dat hij geen opzet heeft gehad op het voorhanden hebben van zwaar vuurwerk overweegt de rechtbank als volgt.
Voor de vraag of verdachte de feiten opzettelijk heeft gepleegd is het volgende van belang. Niet is vereist dat een verdachte opzet heeft op het overtreden van de wet of op het verrichten van illegale handelingen: zogenoemd ‘kleurloos’ opzet is voldoende. Het gaat het er om dat verdachte opzet heeft gehad op de gedraging, te weten het voorhanden hebben en opslaan van het vuurwerk. Verdachte heeft steeds verklaard dat het vuurwerk van hem was en dat hij het op 29 december 2025 zelf uit Duitsland heeft gehaald. Hieruit volgt het opzet van verdachte op de in de tenlastegelegde feiten.
Professioneel vuurwerk bestemd voor particulier gebruik
De rechtbank stelt ten aanzien van al het aangetroffen vuurwerk vast dat dit bestemd was voor particulier gebruik. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij het vuurwerk in bezit had voor eigen gebruik, bijvoorbeeld voor Oud en Nieuw en om zo nu en dan een goed feest te geven. [20] Aan verdachte is geen vergunning afgegeven voor het bezitten of verhandelen van zwaar professioneel vuurwerk. [21]

4.Bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat verdachte
ten aanzien zaak A onder 2 tenlastegelegde:
in de periode van 3 maart 2025 tot en met 15 april 2025, te Amsterdam en [plaats 5] , opzettelijk,
- tezamen en in vereniging met een ander, in de garagebox bij de woning op het [adres 2] , 300 stuks zwaar knalvuurwerk (Cobra 6);
- in de garagebox bij de woning op de [adres 1]
4,4 kilogram vuurpijlen (Babypijlen Fluit, Baby Rockets Whistling en Baby Rockets Crackling),
1. kilogram enkelschotsbuizen (Dumbum SINGLE SHOT) en
300 gram romeinse kaarsen (Romische Lichter),
zijnde professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, heeft opgeslagen en voorhanden heeft gehad.
ten aanzien van zaak B:
op 29 december 2025, te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk,
- 2 stuks mortierbommen (Golden Chrys w/ Tail 3 inch en Shell Kulista 3 inch),
- 3 stuks vuurpijlen (Signalrakete 901 2024) en
- 30 stuks zwaar knalvuurwerk (Honey Badger, Black Thunder, Tuono Gold, Dumbum 50, Caramelia 16g, Cobra 8 en Diego) en
- 20 stuks knalvuurwerk (Black Widow),
zijnde professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, voorhanden heeft gehad.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd.
Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

5.Strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een
rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6.Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.
Verdachte is dan ook strafbaar.

7.Motivering van de straffen en maatregel

7.1.
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 240 uur, te vervangen door 120 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest, en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, met een proeftijd van drie jaar.
7.2.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft verzocht om de officier van justitie te volgen in zijn strafeis.
7.3.
Het oordeel van de rechtbank
De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.
De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.
Verdachte heeft zich in de periode van 3 maart 2025 tot en met 15 april 2025 schuldig gemaakt aan het (medeplegen van het) voorhanden hebben en opslaan van een zeer grote hoeveelheid professioneel vuurwerk.
Daarnaast heeft verdachte zich op 29 december 2025 schuldig gemaakt aan het medeplegen van het voorhanden hebben van professioneel vuurwerk, waarbij hij samen met [medeverdachte] professioneel vuurwerk vanuit Duitsland naar Nederland heeft vervoerd met de auto.
Professioneel vuurwerk is als zodanig gekwalificeerd omdat het veel gevaarlijker is dan consumentenvuurwerk. Naast brandgevaar en explosiegevaar bij de opslag brengt ook het tot ontbranding brengen van professioneel vuurwerk risico’s mee; niet alleen voor degene die het vuurwerk tot ontbranding brengt, maar (juist) ook voor eventuele omstanders of voorbijgangers. Het ongecontroleerd bezit van dergelijk zwaar vuurwerk in een woonwijk vormt een gevaar voor zowel goederen als personen. Het handelen van verdachte was bijzonder gevaarzettend voor hemzelf, zijn ex-vriendin en voor omwonenden.
Ook door professioneel vuurwerk los in de achterbak van een auto te vervoeren, hebben verdachte en [medeverdachte] een gevaarlijke situatie gecreëerd. De gevolgen van een aanrijding met andere weggebruikers of objecten op de openbare weg zouden immers desastreus kunnen zijn. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij kennelijk niet heeft nagedacht over de eventuele gevolgen van zijn handelen.
Persoon van de verdachte
De rechtbank heeft acht geslagen op het Uittreksel Justitiële Documentatie (het strafblad)
van verdachte van 3 maart 2026. Hieruit blijkt dat verdachte herhaaldelijk is veroordeeld voor strafbare feiten, maar niet eerder voor vuurwerkdelicten.
De rechtbank heeft kennis kunnen nemen van het reclasseringsadvies van 31 december 2025 dat is opgesteld ten behoeve van de voorgeleiding bij de rechter-commissaris. Hieruit blijkt dat verdachte sinds vier jaar zelfstandig woont in een huurwoning, die hij via begeleid wonen heeft ontvangen. Verdachte heeft geen reguliere dagbesteding en is vanwege gezondheidsproblemen afgekeurd om te werken. Verdachte ontvangt een uitkering. Het recidiverisico wordt door de reclassering als hoog ingeschat.
Op te leggen straf
Bij het bepalen van de op te leggen straf beoogt de rechtbank recht te doen aan de ernst van
de feiten, rekening houdend met wat in soortgelijke zaken wordt opgelegd. Met de strafoplegging wil de rechtbank de ernst van de feiten tot uitdrukking brengen en een signaal aan de maatschappij afgeven dat dergelijke gedragingen niet kunnen worden getolereerd. De rechtbank is van oordeel dat de eis van de officier van justitie aan deze strafdoelen onvoldoende recht doet en dat een (grotendeels onvoorwaardelijke) gevangenisstraf de enige passende straf is. Alles afwegende acht de rechtbank de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht en een proeftijd van twee jaar, passend en geboden.

8.Beslag

Onder verdachte zijn de volgende voorwerpen in beslag genomen:
ten aanzien van zaak A:
- 28 stuks vuurpijl (goednummer: 6643882),
- 12 stuks vuurwerk (goednummer: 6643883),
- 20 stuks vuurwerk (goednummer: 6643886),
- 48 stuks vuurwerk (goednummer: 6643887),
- 29 kilogram vuurwerk (goednummer: 6637581),
- één telefoontoestel (goednummer: 6643866),
- één telefoontoestel (goednummer: 6643867).
ten aanzien van zaak B:
- 49 kilogram vuurwerk (goednummer: 6755291),
- één telefoontoestel (goednummer: BZAW6131).
8.1.
Het standpunt van de officier van justitie
Ten aanzien van zaak A en zaak B:
De officier van justitie heeft gevorderd dat de inbeslaggenomen telefoontoestellen
worden verbeurdverklaard. Het inbeslaggenomen vuurwerk dient te worden onttrokken aan het verkeer.
8.2.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft verzocht om de inbeslaggenomen telefoontoestellen terug te geven aan verdachte, omdat deze geen direct verband houden met de gepleegde feiten. Ten aanzien van de overige inbeslaggenomen goederen heeft de raadsman geen standpunt ingenomen.
8.3.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank zal het in beslaggenomen vuurwerk in zaak A en in zaak B onttrekken aan het verkeer, aangezien met betrekking tot deze voorwerpen het bewezenverklaarde is begaan en zij van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang.
De rechtbank gelast de teruggave van het inbeslaggenomen telefoontoestel aan verdachte nu het belang van strafvordering zich daar niet tegen verzet.

9.Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen:
14a, 14b, 14c, 36b, 36c, 47 en 57, 63 van het Wetboek van Strafrecht;
1a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten;
9.2.2.1 van de Wet milieubeheer; en
1.2.2 van het Vuurwerkbesluit.

10.De beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
Verklaart het tenlastegelegde onder feit 1 niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.
Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde onder feit 2 in zaak A en het tenlastegelegde in zaak B heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.
Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
Het bewezen verklaarde levert op:
ten aanzien van feit 2 gedachtestreepje 1 (zaak A) en zaak B:
telkens: medeplegen van overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 9.2.2.1. van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan
ten aanzien van feit 2 gedachtestreepje 2 (zaak A):
overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 9.2.2.1. van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan
Verklaart het bewezene strafbaar.
Verklaart verdachte,
[verdachte], daarvoor strafbaar.
Veroordeelt verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
12 (twaalf) maanden.
Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.
Bepaalt dat een gedeelte, groot
4 (vier) maanden, van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer gelegd zal worden, tenzij later anders wordt bevolen.
Stelt daarbij een
proeftijdvan
2 (twee) jarenvast.
De tenuitvoerlegging kan worden bevolen als de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit.
Beslag
Zaak A:
Verklaart
onttrokkenaan het verkeer:
- 28 stuks vuurpijl (goednummer: 6643882)
- 12 stuks vuurwerk (goednummer: 6643883)
- 20 stuks vuurwerk (goednummer: 6643886)
- 48 stuks vuurwerk (goednummer: 6643887)
- 29 kilogram vuurwerk (goednummer: 6637581)
Gelast de
teruggaveaan [verdachte] van de volgende voorwerpen:
- één telefoontoestel (goednummer: 6643866)
- één telefoontoestel (goednummer: 6643867)
Zaak B:
Verklaart
onttrokkenaan het verkeer:
- 49 kilogram vuurwerk (goednummer: 6755291)
Gelast de
teruggavevan één telefoontoestel (goednummer: BZAW6131) aan [verdachte] .
Dit vonnis is gewezen door
mr. C.M. Berkhout, voorzitter,
mrs. F. Dekkers en G.J.M. Kruizinga, rechters,
in tegenwoordigheid van mrs. A.M.M. Leuven en S.L. van Tellingen, griffiers,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 7 mei 2026.
[...]

Voetnoten

1.Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.
2.Proces-verbaal van bevindingen met nummer 2024253819 van 31 maart 2025, p. B 002 t/m B 004.
3.Idem.
4.Proces-verbaal van onderzoek aan inbeslaggenomen vuurwerk van het Centraal Onderzoeksteam Vuurwerk (hierna: COV) met nummer 2024253819 van 10 april 2025, pagina C 001 – C010.
5.Proces-verbaal ter terechtzitting van 9 april 2026, inhoudende de verklaring van verdachte.
6.Proces-verbaal van bevindingen met documentcode 20611364 van 27 februari 2025 , p. A 030 t/m 032.
7.Proces-verbaal van bevindingen met nummer 2024253819 van 17 maart 2025 , p. A 053 t/m 057.
8.Proces-verbaal van bevindingen met nummer 2024253819 van 17 maart 2025 , p. A 053 t/m 057.
9.Proces-verbaal van bevindingen met nummer 2024253819 van 19 maart 2025, p. A 076 t/m p. A 078; Proces-verbaal van bevindingen met nummer 2024253819 van 10 april 2025, p. A 082.
10.Proces-verbaal van bevindingen met nummer 2024253819 van 19 maart 2025, p. A 088 t/m A 092.
11.Proces-verbaal van bevindingen met nummer PL1300-2024253819-39 van 15 april 2025, p. B 043 en B 044.
12.Proces-verbaal van onderzoek aan inbeslaggenomen vuurwerk van het COV met nummer 2024253819-D van 8 mei 2025, p, 7 en p. 8 (Romeinse Lichter), p. 9 en p. 10 (Baby Rockets Whistling), p. 11 en p. 12 (Baby Rockets Crackling), p. 13 en p. 14 (Babypijlen Fluit) en p. 15 en p. 16 (Dumbum Single Shot).
13.Proces-verbaal ter terechtzitting van 9 april 2026, inhoudende de verklaring van verdachte.
14.Zaaksdossier 2025327490, proces-verbaal van bevindingen met nummer PL1300 BVH 2025327490-12 van 29 december 2025, p. B 001 en p. B 002 en B 040.
15.Zaaksdossier 2025327490, proces-verbaal van bevindingen met nummer PL1300 BVH 2025327490-24 van 30 december 2025, p. B 007.
16.Zaaksdossier 2025327490, proces-verbaal van bevindingen met nummer PL1300 BVH 2025327490-12 van 29 december 2025, p. B 001 en p. B 002 en B 040.
17.Zaaksdossier 2025327490, proces-verbaal van onderzoek aan inbeslaggenomen vuurwerk van het COV met nummer 2025327490 van 6 januari 2026, p. B 068 - B 069, p. B 089 - B 091, p. B 092 - B 094, p. B 098 - B 100, p. B 101 - B 102, p. B 103 - B 104, p. B 105 - B 106, p. B 107 - B 108, p. B 109 - B 110, p. B 112 - B 113 en p. B 114 - B 116.
18.Zaaksdossier 2025327490, proces-verbaal van verhoor verdachte met nummer PL1300 BVH 2025327490-14 van 29 december 2025, p. C 018.
19.Zaaksdossier 2025327490, proces-verbaal van bevindingen met nummer 2025327490 van 18 februari 2026, p. B 192 t/m p. B 196.
20.Proces-verbaal ter terechtzitting van 9 april 2026, inhoudende de verklaring van [medeverdachte] .
21.Proces-verbaal van bevindingen met nummer 2024253819 van 21 januari 2025, p. A 025.