Op 21 januari 2026 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak betreffende de weigering van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) dat was uitgevaardigd door het Stadsparket Sofia, Bulgarije. De zaak betreft de opgeëiste persoon, geboren in 1980 in Bulgarije, die wordt verdacht van een strafbaar feit dat heeft geleid tot een vrijheidsstraf van vier jaar. De rechtbank heeft de behandeling van het EAB op 7 januari 2026 gehouden, waarbij de opgeëiste persoon aanwezig was en werd bijgestaan door haar raadsman, mr. F.P. Slewe. De rechtbank heeft de termijn voor uitspraak verlengd en de gevangenhouding bevolen, met schorsing tot aan de uitspraak.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de opgeëiste persoon rechtmatig in Nederland verblijft en dat zij de Bulgaarse en Poolse nationaliteit heeft. De rechtbank heeft de inhoud van het EAB en de bijbehorende vonnissen in Bulgarije beoordeeld. De opgeëiste persoon heeft afstand gedaan van een beroep op schending van haar verdedigingsrechten. De rechtbank heeft geconcludeerd dat de overlevering kan worden geweigerd op basis van artikel 6a van de Overleveringswet (OLW), omdat de opgeëiste persoon kan worden gelijkgesteld met een Nederlander. Dit is vastgesteld op basis van haar langdurige verblijf in Nederland en de verwachting dat zij haar verblijfsrecht niet verliest door de opgelegde straf.
De rechtbank heeft uiteindelijk besloten de overlevering te weigeren en de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf in Nederland te bevelen. De rechtbank heeft ook de gevangenhouding van de opgeëiste persoon bevolen tot aan de tenuitvoerlegging van de straf. De uitspraak is openbaar gedaan en er staat geen gewoon rechtsmiddel open tegen deze beslissing.