Uitspraak
1.[gedaagde 1] ,
2.[gedaagde 2] vennoot van A&O Bewindvoering en Budgetbeheer V.O.F,in diens hoedanigheid van bewindvoerder over het vermogen van[gedaagde 1] ,
DE GEZAMENLIJKE ERFGENAMEN VAN[erflaatster] ,
4
. ZIJ DIE VERBLIJVEN IN DE ONROERENDE ZAAK OF EEN GEDEELTE DAARVAN AAN DE [gedaagde 4]
1.De procedure
2.2. De uitgangspunten
“
Ik zorg dat [gedaagde 1] geen toegang meer heeft tot de woning. (…) Ik laat niemand anders in de woning wonen. (…) Als ik mij hier niet aan houd, moet ik de woning teruggeven.”
“
Cliënte heeft een affectieve relatie met de heer [gedaagde 1] , die overigens is vrijgesproken in de strafzaak waar Ymere aan refereert, en zij heeft al jaren een zogenaamde lat-relatie met hem. De heer [gedaagde 1] heeft een eigen woning in [plaats] . (…) Voor de goede orde: de heer [gedaagde 1] woont daar niet.”