Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een gesloten buitenwagen, welke door het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam is afgewezen op 11 april 2025. Het bezwaar van eiser tegen deze afwijzing is eveneens ongegrond verklaard in het besluit van 11 september 2025. Eiser heeft vervolgens beroep ingesteld bij de rechtbank Amsterdam.
De rechtbank heeft het beroep op 22 april 2026 mondeling behandeld, waarbij eiser niet aanwezig was maar wel vertegenwoordigd door een gemachtigde. Het college heeft verweerd dat uit de medische adviezen van Argonaut, uitgebracht op 5 juni 2024 en 3 januari 2025, blijkt dat er geen medische noodzaak bestaat voor een overdekt vervoersmiddel, ondanks de mobiliteitsbeperkingen van eiser.
De rechtbank oordeelt dat de adviezen van Argonaut zorgvuldig, inzichtelijk en begrijpelijk zijn gemotiveerd en dat eiser geen nieuwe medische stukken heeft overgelegd die het advies zouden kunnen weerleggen. Daarom is het beroep ongegrond verklaard, wat betekent dat eiser geen gelijk krijgt, het griffierecht niet wordt terugbetaald en geen proceskostenvergoeding wordt toegekend.