ECLI:NL:RBAMS:2026:4483
Rechtbank Amsterdam
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens niet tijdig betalen griffierecht ongegrond verklaard
Opposant had beroep ingesteld tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, maar de rechtbank verklaarde dit beroep op 4 december 2025 kennelijk niet-ontvankelijk wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht van €184.
Tegen deze niet-ontvankelijkverklaring stelde opposant verzet in en voerde aan dat zijn ernstige medische klachten in september en oktober 2023 hem verhinderden het griffierecht tijdig te voldoen. Ter onderbouwing overlegde hij een verklaring van zijn huisarts, gedateerd januari 2026.
De rechtbank oordeelt dat deze verklaring geen nieuwe feiten bevat die aantonen dat opposant in de relevante periode niet in staat was het griffierecht te betalen. De medische verklaring dateert immers van na de termijn waarbinnen het griffierecht voldaan had moeten worden.
Daarom is het verzet ongegrond en blijft de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep in stand. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wegens niet tijdige betaling van het griffierecht is ongegrond verklaard.