De rechtbank Amsterdam heeft op 6 mei 2026 uitspraak gedaan in twee aan verdachte ten laste gelegde strafbare feiten: diefstal van sokken, parfum en een tas op 23 januari 2026 en vernieling van een autospiegel op 3 september 2025. Verdachte heeft de diefstal bekend en de vernieling is bewezen door getuigenverklaringen en zijn eigen bekentenis.
De rechtbank achtte de feiten strafbaar en vond geen rechtvaardigingsgrond of omstandigheden die strafbaarheid uitsluiten. Verdachte heeft een strafblad met meerdere eerdere veroordelingen voor soortgelijke feiten en vertoont een hoog recidiverisico. De reclassering adviseerde een ISD-maatregel vanwege de ernst van de feiten, het ontbreken van stabiele woon- en leefomstandigheden, en problematiek rondom middelengebruik en psychopathologie.
De rechtbank legde de maximale ISD-maatregel van twee jaar op zonder aftrek van voorarrest. Daarnaast werd verdachte veroordeeld tot betaling van €217,08 schadevergoeding aan de benadeelde partij voor de vernieling, vermeerderd met wettelijke rente en met een gijzeling als dwangmiddel bij niet-betaling.
De maatregel is bedoeld om recidive te voorkomen en passende hulp te bieden, gezien het falen van eerdere straffen om gedragsverandering te bewerkstelligen. De uitspraak weerspiegelt de noodzaak van een beschermend kader voor stelselmatige daders met een hoog risico op herhaling.