Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
[aangever] . De benadeelde partij was zelf niet aanwezig ter zitting, maar werd daar vertegenwoordigd door mevrouw [naam] van Slachtofferhulp Nederland.
2.Tenlastelegging
3.Waardering van het bewijs
6 januari 2026 op de Dam in Amsterdam bevond. Hij was met tassen ter hoogte van de H&M, aan het wachten op zijn ouders die daar op dat moment binnen waren. Op enig moment zag hij dat één van de tassen werd gepakt door een man en dat de man vervolgens met de tas wegliep. Aangever verklaart achter de man te zijn aangelopen en te hebben gezegd dat hij de tas terug moest geven. Toen aangever de tas vastpakte probeerde de man hem te tackelen en werd hij door de man geslagen. Aangever verklaart verder dat de man daarna een glazen fles pakte, waarmee de man aangever op zijn achterhoofd sloeg. Aangever verklaarde pijn te hebben aan zijn lip en achterhoofd. [2] Van het letsel van aangever bevinden zich foto’s in het dossier. Daarop is te zien dat aangever letsel heeft op zijn hoofd en lip. [3] De ter plaatse gekomen verbalisanten verklaren over een snee op het achterhoofd van aangever. [4]
4.Bewezenverklaring
5.De strafbaarheid van het feit
6.De strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de straffen en maatregelen
8.Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
10 (tien) maanden.
€ 1.375,- (dertienhonderdvijfenzeventig euro) aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (6 januari 2026) tot aan de dag van de algehele voldoening.